De NAVO
Vrouwen als fundament voor menselijke veiligheid
Wat heeft 25 jaar Women, Peace and Security-agenda gebracht?
Op 31 oktober 2000 legde VN-Veiligheidsraadresolutie 1325 een historische basis: vrede en veiligheid zijn niet duurzaam zonder de actieve deelname van vrouwen. Sindsdien is er veel vooruitgang geboekt, maar onderzoek laat zien dat de kernboodschap van de zogenoemde Women, Peace, Security-agenda urgenter is dan ooit.
Inmiddels iets meer dan vijfentwintig jaar geleden nam de VN-Veiligheidsraad unaniem Resolutie 1325 aan over Vrouwen, Vrede en Veiligheid. De resolutie was een historisch keerpunt in de erkenning van de status, rechten en positie van vrouwen en meisjes met betrekking tot vrede en veiligheid. De resolutie riep lidstaten op om de participatie van vrouwen in vrede-en veiligheidssprocessen te versterken en hen te beschermen tegen geweld vóór, tijdens en na conflicten. De resolutie riep lidstaten op tot:
Resolutie 1325 werd gevolgd door 9 aanvullende resoluties die specifieke kenmerken van conflicten en de gevolgen ervan voor vrouwen en meisjes aanvulden en/of uitwerkten. Sindsdien hebben 113 landen en verschillende multilaterale organisaties (zoals de EU en de NAVO) nationale of regionale actieplannen, beleidsmaatregelen en programma’s ontwikkeld om de WPS-agenda uit te voeren. Gerangschikt langs bovengenoemde vier pijlers van de WPS-agenda, wordt ook in en door Nederland ingezet op bovengenoemde strategische doelen. De belofte destijds was helder: processen waarin ieders rol en behoefte wordt meegenomen, leiden tot duurzame vrede en veiligheid.
Maar anno 2026 is de realiteit pijnlijk anders. In 2024 ontbraken vrouwen in 9 van de 10 vredesprocessen; wereldwijd waren slechts 7% van de onderhandelaars en 14% van de bemiddelaars vrouwen. Seksueel geweld in conflicten steeg met 87% in één jaar. Deze cijfers tonen een harde realiteit: vrouwen dragen een disproportionele last van oorlog, terwijl hun stem in oplossingen ontbreekt. Zoals VN-Secretaris-Generaal António Guterres sober concludeerde bij de presentatie van het recente VN rapport Vrouwen, Vrede en Veiligheid:
“We speak of inclusion, yet far too frequently women remain absent from negotiating tables. We speak of protection, yet sexual violence persists with impunity. And we all lose, women and men, girls and boys.”
Vooruitgang onder druk
Wereldwijd zien we momenteel een verontrustende terugslag tegen vrouwenrechten en gendergelijkheid. Ruim 1.1 miljard vrouwen en meisjes wereldwijd hebben te maken met genderongelijkheid. Terwijl belangrijke donorlanden als de VS, Zweden, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk fors snijden in geld voor vrouwenrechten en gendergelijkheid, groeit het aantal regimes dat vrouwenrechten actief afbreekt. Alleen al in Europa ging bijna 1.18 miljard euro naar anti-gender organisaties en groepen. Voor vrouwen, meisjes en LHBTQI+ personen is dit extra relevant, omdat zij vaak disproportioneel worden getroffen door conflicten en crises.
Volgens Saskia Brechenmacher in Foreign Affairs wordt eerder geboekte vooruitgang bedreigd door democratische erosie, de opkomst van autoritaire regimes, financieel krachtige anti-gendernetwerken en verzwakte multilaterale instellingen. Traditionele strategieën zoals multilaterale consensus en technocratische hervormingen schieten tekort. Het New Wave-rapport van Neil Datta (European Parliamentary Forum) onderstreept deze ontwikkeling: tussen 2019 en 2023 wisten 275 anti-genderactoren in Europa samen 1,18 miljard Amerikaanse dollar te mobiliseren — meer dan in het voorgaande decennium.
Meer dan de helft van deze middelen kwam uit Europese landen, gevolgd door Rusland en Amerikaanse bronnen. Dit illustreert de ongekende schaal, internationale coördinatie en politieke verankering van anti-gendernetwerken. De maatschappelijke gevolgen zijn zichtbaar in toenemende sociale onrust en (online) gender gerelateerd geweld, dat vrouwen en meisjes disproportioneel treft en hun publieke participatie beperkt.
Prioriteit voor traditionele defensie
Toch zien we dat Europese leiders juist nu, wanneer dit het meest van belang is, prioriteit geven aan traditionele defensie ten koste van ontwikkeling en diplomatie. Door traditionele defensie steeds zwaarder te prioriteren, herverdelen Europese landen publieke middelen ten koste van ontwikkeling, diplomatie en sociale voorzieningen. Tegelijkertijd tonen UN Women analyses aan dat stijgende defensie-uitgaven – wereldwijd inmiddels boven de 2,7 biljoen dollar per jaar – structureel ten koste gaan van investeringen in zorg, preventie en gendergelijkheid, terwijl juist deze cruciaal zijn voor maatschappelijke weerbaarheid en stabiliteit.
Deze verschuiving vergroot sociaaleconomische ongelijkheden en ondermijnt het vertrouwen in overheden, dat polarisatie en de verspreiding van desinformatie versterkt en daarmee de democratische weerbaarheid verzwakt. Dit staat haaks op het principe van menselijke veiligheid en ondergraaft de Women, Peace and Security‑agenda, die juist inzet op bescherming, inclusie en preventie.
Verschuiving naar militaire paraatheid
Sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022 is het veiligheidsbeleid in Europa sterk verschoven. NAVO-landen investeren nu massaal in defensie en militaire paraatheid. Op zich begrijpelijk: de dreiging van een grootschalige oorlog in Europa is reëel. Maar deze focus heeft een prijs. Diplomatie, internationale samenwerking en maatschappelijke veerkracht – pijlers van duurzame veiligheid – raken ondergeschikt aan militaire uitgaven.
Deze eenzijdige benadering vergroot sociale ongelijkheid en polarisatie. Onderzoek laat zien dat er sprake is van een dominant veiligheidsdenken dat geassocieerd wordt met militaire macht, controle en geweld, en waarin mannelijkheid impliciet wordt gekoppeld aan het vermogen om te beschermen en geweld toe te passen. Dit wordt in beleid en onderzoek aangeduid als gemilitariseerde masculiniteit. Deze benadering vernauwt het begrip veiligheid, draagt bij aan uitsluiting en polarisatie en reproduceert hiërarchische genderrollen: mannen worden primair gepositioneerd als veiligheidsactoren en besluitvormers, terwijl vrouwen en meisjes vooral worden benaderd als groepen die bescherming behoeven.
Het doorbreken van gemilitariseerde en uitsluitende veiligheidslogica’s vraagt om een mensgerichte, genderresponsieve benadering van veiligheid, waarin participatie, preventie, bescherming en vrouwelijk leiderschap integraal met elkaar worden verbonden. Dit omvat het versterken van vrouwen als volwaardige actoren in besluitvorming; het inzetten van gender en contextspecifieke conflictanalyses, inclusief aandacht voor gendergerelateerde desinformatie en hybride dreigingen. Veiligheid kan niet alleen door tanks en raketten worden gegarandeerd.
Menselijke veiligheid is een noodzaak
Het concept van menselijke veiligheid, door de VN geïntroduceerd in 1994, markeerde destijds een fundamentele verschuiving: van staatsveiligheid naar het welzijn van individuen. Waar traditionele veiligheidsopvattingen zich richten op territoriale bescherming tegen externe agressie, gaat menselijke veiligheid verder. Het gaat om het tegengaan van chronische bedreigingen zoals honger, ziekte en onderdrukking, én tegen plotselinge verstoringen in het dagelijks leven binnen de gemeenschap.
Ook de NAVO onderschrijft dit principe in haar beleid rond Vrouwen, Vrede en Veiligheid (WPS), waarin expliciet staat dat menselijke veiligheid (human security) geïntegreerd moet worden in alle kerntaken. Voor beleid betekent dit dat veiligheid niet uitsluitend militair of geopolitiek mag worden benaderd, maar integraal moet worden gekoppeld aan de WPS-agenda. De Human Security-agenda en de Women, Peace and Security-agenda (WPS) van de NAVO zijn beide gebaseerd op een mensgerichte en mensenrechtenbenadering en versterken elkaar.
Human Security richt zich op de veiligheid en het welzijn van alle mensen, terwijl WPS specifiek aandacht vraagt voor de gendergebonden impact van conflict, die vrouwen en meisjes vaak onevenredig hard treft door bestaande ongelijkheid en discriminatie. NAVO-bondgenoten erkennen de sterke samenhang tussen deze twee agenda’s. Conflict gerelateerd seksueel geweld (CRSV) vormt hierin een belangrijk raakvlak: het maakt integraal deel uit van de Human Securitya-genda en is tegelijk stevig verankerd in de WPS-agenda. Het doelbewust inzetten van CRSV als oorlogstactiek vormt een ernstige bedreiging voor samenlevingen en ondermijnt zowel maatschappelijke veerkracht als regionale stabiliteit. De NAVO heeft zich er daarom toe verbonden CRSV in al haar missies, operaties en activiteiten effectief te voorkomen en aan te pakken.
Vrouwen zijn cruciaal voor duurzamere veiligheid en vrede
Het succes van Oekraïne om zich te mobiliseren tegen een veel grotere tegenstander – Rusland – is mede te danken aan de inzet van vrouwenorganisaties. Vrouwen spelen een centrale rol in de nationale weerbaarheid – niet alleen in humanitaire, logistieke en juridische functies, maar ook als militairen aan het front en in ondersteunende gevechtseenheden – en dragen substantieel bij aan defensie, bescherming van burgers en documentatie van oorlogsmisdaden.
Tegelijkertijd heeft Oekraïne belangrijke stappen gezet in wetgeving en institutionele verankering van VN‑Resolutie 1325, en versterkte mechanismen tegen geweld tegen vrouwen. Voor Oekraïense is gendergelijkheid geen bijzaak, maar een randvoorwaarde voor duurzame vrede, rechtvaardig herstel en Europese veiligheid.
Er zijn sterke strategische en institutionele redenen om vast te houden aan een geïntegreerde veiligheidsbenadering die verder gaat dan defensie investeringen alleen. VN-evaluaties van de Women, Peace and Security-agenda laten zien dat vredesakkoorden waarbij vrouwen betekenisvol betrokken zijn 35% meer kans hebben om minstens 15 jaar stand te houden. Verschillende vredes- en veiligheidsindexen, zoals de Global Peace Index, de Internal Violence Index en de Women Peace and Security Index tonen aan: landen waarin vrouwenrechten en gendergelijkheid goed zijn geregeld, zijn veiliger en stabieler.
Uit onderzoek blijkt dat landen met een kleinere genderkloof minder vatbaar zijn voor oorlog en crisis, en duurzame vrede er beter standhoudt. Er is een directe relatie tussen onderdrukking van vrouwen en LHBTQI+ personen en de mate van maatschappelijke instabiliteit. Hoe kleiner de kloof tussen vrouwen en mannen, hoe kleiner de kans dat een land in gewelddadig conflict belandt, of in conflict komt met andere landen.
Nederland heeft bovendien baat bij bondgenoten die opkomen voor individuele vrijheid, veiligheid en mensenrechten. In het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de Sahel staan juist vrouwenrechten- en LHBTQI+-organisaties in de frontlinies om onze gedeelde democratische waarden te verdedigen. Zij spelen een belangrijke rol bij het tegengaan van gewelddadig en extremistisch gedachtegoed,geweldloze vormen van verzet tegen repressieve regimes en de-escalatie van gewelddadig conflict. Rapporten en onderzoek tonen aan dat makkelijker kunnen bemiddelen en sociale cohesie bouwen. Kortom: participatie voor vrouwen, meisjes en kwetsbare groepen en vrouwelijk leiderschap is belangrijk voor de effectiviteit van programma’s rond o.a. stabiliteit en veiligheid.
De WPS-agenda in de huidige realiteit
De WPS-agenda heeft in 25 jaar een onmiskenbare impact gehad op het internationale veiligheidsdiscours. De huidige geopolitieke context vereist een geïntegreerde veiligheidsbenadering waarin defensie, diplomatie en ontwikkelingssamenwerking samenkomen binnen een mensgerichte en inclusieve visie op veiligheid. Recente analyses tonen aan dat eenzijdige militarisering menselijke veiligheid en gendergelijkheid ondermijnt, terwijl duurzame veiligheid juist afhankelijk is van weerbare samenlevingen, sociale cohesie en vertrouwen in instituties. Zowel de NAVO als VN-instellingen benadrukken dat de Women, Peace and Securityagenda (WPS) essentieel is voor het aanpakken van hybride dreigingen, waaronder gendergerelateerde desinformatie en maatschappelijke polarisatie.
Terwijl we ons richten op nieuwe veiligheidsdreigingen – met name die van landoorlog in Europa – mogen we de lange termijn doelen van veiligheid en duurzame vrede en veiligheid niet uit het oog verliezen. De dreiging waarmee we worden geconfronteerd is niet alleen militair, maar een uitdaging voor de maatschappij, kernwaarden van Nederland en het NAVO-Bondgenootschap. Veiligheid vereist daarom ook voortdurende diplomatieke betrokkenheid om escalatie van oorlog te voorkomen, evenals duurzame investeringen in maatschappelijke veerkracht, inclusief het maatschappelijk middenveld thuis en internationaal.
Zo werkt WO=MEN aan een krachtig netwerk van organisaties die actief kunnen (blijven) bijdragen aan humanitaire, vredes- en veiligheidsprocessen. Ook in zien we toe op besluitvormingsprocessen en -platforms waarin vrouwen, jongeren en LHBTQI+ vredesactivisten en mensenrechtenverdedigers veilig kunnen meedoen. Dit geldt van lokaal niveau tot internationale gremia waar over vredesakkoorden en VN-missies wordt beslist. De WPS-agenda biedt hiervoor het instrumentarium. Nederland en gelijkgezinde landen hebben de kans om deze verandering te leiden:
Niet morgen, maar vandaag.