De NAVO
Column: Pragmatisme als Trojaans Paard
Hegseth’s pleidooi voor depolitisering blijkt selectief en politiek gemotiveerd
Generaals die drukker zijn met stakeholdermanagement dan met militaire doctrines. Carriérepaden die bureaucratische vaardigheden beter belonen dan gevechtservaring. Eindeloze vergaderingen over ‘transformatie’ en ‘innovatie’, terwijl basiscapaciteiten eroderen.
Een Minister van Defensie die daar de kettingzaag op zet door te pleiten voor een krijgsmacht die zich richt op (gevechts)functie, in plaats van voldoen aan externe verwachtingen over wat de krijgsmacht Ook Zou Moeten Zijn (duurzaam, divers, financieel efficiënt, humanitair, noem maar op) verdient serieuze discussie. Een die elke Westerse democratie – na jaren van geopolitieke vakantie – moet voeren.
Toch is het beleid van de Amerikaanse minister van Defensie (of Minister van Oorlog, als we de recente hernoeming aanhouden) Pete Hegseth, tekenend voor de tragiek van de tweede termijn Trump. Legitieme kritiek (politisering van instituties), met een correcte diagnose (problemen met bureaucratie) worden aangepakt door het exácte spiegelbeeld van de politieke opponent door te drukken.
Hegseth’s pleidooi voor depolitisering komt neer op het depolitiseren van ideeën waar hij het niet mee eens is. Enkele uren na de inauguratie van president Trump werd het portret van de voormalig Joint Chiefs Chairman Generaal Mark Milley verwijderd. Milley’s persoonlijke beveiliging – die hij nodig heeft wegens bedreigingen uit het Iraanse regime – werd stopgezet vanwege zijn uitspraak dat hij Trump ‘the most dangerous person in the country’ vond.
Zijn pleidooi voor functie-gerichtheid blijkt niet voor vrouwen te gelden: ‘Women should not be in combat at all. They’re life givers, not life takers. They could be medics or helicopter pilots or whatever’, aldus Hegseth vorige zomer in de podcast van conservatief commentator Ben Shapiro. Een prima argument voor een aartsconservatief christen, maar niet voor iemand die claimt gevechtsfunctie-gericht te denken. Zéker niet als onderdeel van een uurlang pleidooi over meritocratie.
In diezelfde podcast verklaart hij dat militairen de grondwet moeten verdedigen tegen politisering. Maar hij mist dat dezelfde eed militairen ook bindt aan de president. Via het intermediair van een democratisch gekozen leider controleren burgers het leger, niet andersom. Dankzij deze (opportunistische?) misinterpretatie kan hij elke politieke actie (van het ontslaan van generaals tot het intrekken van persoonsbeveiliging) verkopen als verdediging van de grondwet.
De hyperpolitisering van de krijgsmacht wordt nog duidelijker in Hegseths strategische koerswijziging. Het Pentagon werkt aan een nieuwe defensiestrategie die de focus verlegt van het tegengaan van China en Rusland wereldwijd naar ‘homeland defense’ en controle over het Westelijk Halfrond. In de praktijk betekent dit dat het Amerikaanse leger wordt ingezet voor grensbewaking, deportaties en mogelijke interventies in Latijns-Amerika – van Venezuela tot Mexico. National Guard troepen patrouilleren al in Amerikaanse steden, terwijl oorlogsschepen naar de Cariben zijn gestuurd om ‘narco-terrorisme’ te bestrijden. Het leger wordt zo getransformeerd van een globale krijgsmacht naar een binnenlands controle instrument. De ironie: Hegseth gebruikt ‘maximum lethality, not tepid legality’ als motto, terwijl hij het leger inzet voor taken die meer lijken op politiewerk dan oorlogvoering.
Of het nu gaat om vrouwen, het militaire vak of de rol van het leger volgens de grondwet: onder de valse vlag van ergens respect voor te hebben pakt Hegseth zijn kans om er politieke controle over uit te oefenen.
Precies dat maakt deze hyperpolitisering van de Amerikaanse krijgsmacht een reden tot zorg: want zodra defensieleiders zich meester maken van het systeem wat ze moeten dienen, dan bewijst hij de wijsheid van the founding fathers, die het systeem van checks and balances juist ontwierpen om de democratie te beschermen tegen mannen die denken het beter te weten.