Columns
Column: Liever volgens de regels dan te laat
Als regels belangrijker worden dan resultaat, verliezen we precies datgene wat we zeggen te willen beschermen: echte veiligheid
Deze week nam in Duitsland een brandweerman na 34 jaar trouwe dienst ontslag nadat hij een boete en rijontzegging had gekregen omdat hij tijdens een spoedrit met zwaailicht en sirenes te hard reed. De burgemeester bood zijn excuses aan, maar de boete bleef staan. Regels zijn regels, tenslotte.
Het geval doet direct denken aan de spagaat waarin West-Europa zich bevindt met de wederopbouw van diens krijgsmachten. Aan regels geen gebrek: we hebben aanbestedingsregels, toetsingskaders, begrotingsdiscipline, samenwerkingsverbanden, overlegtafels en allerhande beslisbomen die ervoor moeten zorgen dat iedereen doet wat ze moet doen.
Toch blijft de belangrijkste vraag onbeantwoord: wie moet wat concreet leveren? Hoogleraar Isabelle Duyvestein hamert al jaren op de noodzaak van concretisering, en liet zich eerder over de meest recente Defensienota ontvallen dat ‘het ministerie zoekt naar het goede verhaal bij de mooie spullen die het heeft’. Maar wat is het doel van die mooie spullen, wat wil je ermee bereiken en waarom?
De hoeveelheid regels, het gebrek aan onderlinge samenhang, maar ook hoe ze domweg het werk onmogelijk maken, weerspiegelen het richtingsgebrek. Zeker, regels moeten voor iedereen gelden, want anders is het niet rechtvaardig. Tegelijkertijd moeten ze wel functioneel zijn: een brandweer die te laat komt omdat hij zich aan de 30 km-snelheidslimiet moet houden binnen de bebouwde kom valt daar niet onder. Steker nog, als hij zich aan de regels had gehouden, zou zijn late arriveren (en het affikken van een halve woonwijk) juist weer reden zijn om nieuwe regels te bedenken (uiteraard voorafgegaan door aanbevelingen van een streng kijkende, speciaal voor de gelegenheid in het leven geroepen, onafhankelijke onderzoekscommissie). De politieke kosten van fouten zijn, zeker in het veiligheidsdomein, groot.
Dit voorval staat symbool voor de krijgsmacht omdat het niet per se de regels zijn die in de weg zitten (ze zijn vervelend, maar niet voor de kat z’n viool) maar omdat het niet duidelijk is welk falen zwaarder weegt voor bestuurders. De boete blijft staan omdat te snel rijden een duidelijke overtreding is. Te laat komen bij een brand is blijkbaar alleen problematisch als het vervolgens echt misgaat (en diezelfde burgemeester verantwoording moet gaan afleggen).
Ook de Europese krijgsmachten hebben aan regels (aanbestedingswet!) geen gebrek, maar net als de burgemeester van het Duitse plaatsje Tauche niet scherp op het netvlies welk falen onacceptabel is. Is dat onderbesteding? Militaire irrelevantie? Een volledige black-out van een week terwijl iedereen een noodpakket heeft voor maximaal 72 uur? Juridische aansprakelijkheid na militair ingrijpen? Een Russische onderzeeboot in de Noordzee?
Zolang de politiek het doel niet expliciet durft te maken, anders dan lauwe algemeenheden zoals ‘veiligheid is geen vanzelfsprekendheid’, vullen bestaande regeltjes, kaders en wetsartikelen dat vacuüm. Niet als instrument om het doel te bereiken maar als een middel om jezelf achteraf politiek mee in te dekken. Te verantwoorden waarom iets misging. De logica van politiek handelen en besturen is verschoven van effectiviteit naar politieke verdedigbaarheid.
En dus weet het Nederlandse Ministerie van Defensie exact wat het wil vermijden of bereiken op papier, maar lijkt steeds minder duidelijk of het in de praktijk kan doen wat het moet doen. Niemand lijkt die verantwoordelijkheid ook te willen oppakken: dit type falen wordt namelijk pas zichtbaar als het te laat is.