Columns
Column: Een weerbaar land is een duurzaam land
Wie weerbaar wil zijn, moet snel het groenste jongetje van de klas worden
Tien jaar na het klimaatakkoord van Parijs krijgt de energietransitie betrekkelijk weinig aandacht in de Nederlandse politiek. Wie op dit moment een thermometer in de samenleving steekt, ziet een opmerkelijke tegenstelling. Drie op de vier Nederlanders maakt zich weliswaar zorgen over het klimaat, maar je kunt er politiek niet op scoren.
Met de spanningen in de wereld is het lastig om hiervoor urgentie te creëren. De energietransitie is niet gratis en we willen fors meer investeren in onze veiligheid. Toch is juist de wens om onze weerbaarheid te verhogen een belangrijke reden om de energietransitie een impuls te geven. Die leidt namelijk niet alleen tot minder uitstoot, maar ook tot betere bescherming tegen onvoorspelbaarheden in de wereld.
Laten we eerst vaststellen dat het ertoe doet hoeveel urgentie een onderwerp krijgt. Nederland ligt nog niet op koers om de klimaatdoelen te halen en in de afgelopen jaren werden sommige maatregelen zelfs afgezwakt. Zo verdwenen de plastictaks en de nationale CO2-heffting voor de industrie, werd er 600 miljoen uit het Klimaatfonds gehaald om de energierekening te verlagen en wordt het vervangen van een cv-ketel met een warmtepomp niet meer verplicht per 2026. Als het om klimaat gaat lijkt de politiek het lastig te vinden om de kosten te rechtvaardigen. De bereidheid om te investeren in veiligheid neemt daarentegen steeds meer toe, bleek uit een peiling van Ipsos. Dat biedt kansen om de energietransitie met een nieuw verhaal kracht bij te zetten.
We kunnen voor dat verhaal afkijken bij China, waar de energietransitie op dit moment ongekend hard gaat. Het land is inmiddels de grootste investeerder in hernieuwbare energie en wekt sinds dit jaar meer dan de helft van de wereldwijde zonne-energie op. De energietransitie wordt als strategie ingezet om afhankelijkheden van andere landen te verkleinen. Wanneer de competitie tussen grootmachten steeds openlijker gevoerd wordt, ben je in het voordeel als je steeds meer zelf je energie op kunt wekken.
De manier waarop China de energietransitie uitvoert past niet bij een vrije markteconomie. Maar van de drijfveer achter de investeringen kunnen we wel leren. Vraag je bijvoorbeeld eens af of de gascrisis, die ontstond na de grootschalige Russische invasie van Oekraïne, net zoveel impact zou hebben gehad als huishoudens geen aardgas meer nodig hadden. De energiearmoede en onrust die ontstond zijn deels het gevolg van nog onvoltooid klimaatbeleid. Een betere bescherming tegen schokken in de energiemarkt is niet weg te denken bij de investeringen in onze weerbaarheid. Bovendien is een land dat zijn eigen boontjes kan doppen beter in staat om internationaal voor de eigen belangen op te komen.
Onze afnemende aandacht daargelaten, is de grotere trend dat de energietransitie doorgaat. Fossiele energie zal mede door het Europese emissiehandelssysteem steeds duurder worden, terwijl de prijs van schone energie daalt. Veel burgers zijn wel degelijk bereid om duurzame keuzes te maken. Wat nog mist is de motivatie om structureel de nodige investeringen te doen en voorspelbaar vast te houden aan beleidsdoelstellingen. Want wie weerbaar wil zijn, kan maar beter het groenste jongetje van de klas worden.