Columns
Column: Doet Amerika maar wat?
Een Amerikaanse koers is misschien wel minder aanwezig dan soms lijkt
Ik zal er eerlijk over zijn: het volgen van Trumps tweede presidentstermijn, en de impact daarvan op de trans-Atlantische verhoudingen, is een haast onmogelijke opgave geworden. Tenzij we dat woord letterlijk nemen: volgen. Want dat is waar het vooral op neerkomt: Trump en de zijnen handelen, de rest van de wereld ziet zich voor de feiten gesteld. Wat Washington besluit, en wanneer, is in extreme mate onvoorspelbaar geworden.
Natuurlijk zijn er richtingswijzers. Het lijvige Project 2025 van de Heritage Foundation is er daar een van. Veel van Trumps besluiten, van de massaontslagen binnen de ambtenarij tot aan het opzeggen van internationale verdragen, zijn in lijn met het document van deze conservatieve denktank. Amerika-deskundige Kirsten Verdel, die dagelijks de besluiten van de regering-Trump bijhoudt, concludeerde dat 51% van de Project 2025-agenda is uitgevoerd. Dat wekt het idee van een masterplan: maar wie kon voorzien welke helft van de ideeën werkelijkheid zou worden, en in welke volgorde? In de Trump-wereld is ratio vooral achteraf te vinden.
Het meest recente voorbeeld is het binnenvallen van Venezuela en het ontvoeren van president Maduro. Op zich is dat prima te verklaren vanuit de agenda van Trump II. Alle oliereserves zijn een doelwit voor een land dat inzet op energieverslindende AI en tegelijk blijft vasthouden aan fossiele brandstoffen. En de Nationale Veiligheidsstrategie van het Witte Huis die eind vorig jaar verscheen maakte duidelijk dat de regering-Trump het westelijk halfrond beschouwt als een stuk wereld waar het de dienst mag uitmaken. Maar ‘onthoofding’ van het regime in Venezuela in de eerste week van januari? Er is geen glazen bol waarin dat te zien is geweest.
Na de inval in Venezuela haalde de historicus Niall Ferguson een wijsheid van Henry Kissinger aan “‘Er bestaat niet zoiets als Amerikaans buitenlands beleid. Er is alleen ‘een serie handelingen met een bepaald resultaat’ waar ‘onderzoeksinstellingen en inlichtingen diensten, binnenlands en buitenlands, een rationaliteit en consistentie aan toeschrijven die er simpelweg niet is.” Dat schreef in Kissinger in 1968. De herformulering voor het Trump-tijdperk zou zijn: Amerika doet maar wat.
De reden dat Kissingers analyse misschien wel meer waar is dan ooit, heeft alles te maken met de figuur Trump en de samenstelling van zijn regering. Trumps impulsiviteit is vaak geboekstaafd. Binnen zijn regering wordt er verschillend gedacht over de vraag óf de VS moeten kiezen voor buitenlandse bemoeienis en waar dan precies. De optelsom: Amerika kan zich in potentie overal mee bemoeien. De Nationale Veiligheidsstrategie maakte ook zoveel duidelijk: Amerika zal niet schromen haar belangen waar dan ook ter wereld veilig te stellen, was de boodschap. Dat was geen inkadering, maar een licentie van het Witte Huis aan zichzelf om te handelen naar goeddunken, los van ideologie of beleidskader.
Met die gedachte in het achterhoofd kunnen we de opstelling in Europa misschien omdraaien. Niet enkel reageren op Amerika, maar zelf met voldongen feiten komen, op het gebied van technologie, defensie en economie. Het zal Amerika niet van koers brengen, niet ten goede of ten kwade. Want hoe stellig Trump 2 haar internationaal optreden ook verdedigt, een koers is misschien wel minder aanwezig dan soms lijkt.