Columns
Column: De grenzen van megafoon diplomatie
Ondanks alle doemscenario’s, functioneert de NAVO nog verrassend goed
‘We hebben ze nooit nodig gehad en nooit echt iets van ze gevraagd’, aldus de Amerikaanse president Donald Trump over NAVO-bondgenoten: ‘Ze stuurden wel wat troepen naar Afghanistan maar die bleven achteraf, weg van de frontlinie.’
Het was de derde (of vierde, het is moeilijk bij te houden) uitspraak van de Amerikaanse president in de afgelopen twee weken die bondgenoten deed steigeren. Eerst was daar de kidnap van de Venezolaanse president Maduro, vervolgens de dreigende militaire taal richting Groenland, en tussen neus en lippen door het wel/niet/wel/niet ingrijpen in Iran. Als kers op de taart claimde Trump dat Amerika de NAVO-bondgenoten eigenlijk helemaal niet nodig heeft.
Hoewel media het liefst concentreren op de Trumpiaanse rookmachine en duiders met een gepijnigde frons aan talkshowtafels verkondigen dat er toch echt een nieuwe wereldorde nakende is, laat de reeks aan ingetrokken keutels die vrijwel parallel lopen aan de grootse uitspraken zien dat het motortje van de ‘oude’ wereldorde, waar de NAVO onderdeel van is, nog aardig snort.
De acties in Venezuela zorgden namelijk in Washington voor de nodige pushback. Leden van het Congres waren namelijk niet vooraf op de hoogte gesteld en dus nam het Senaat een resolutie aan (met steun van een aantal Republikeinen) om verdere militaire acties in Venezuela te beperken. Zijn militaire plannen in Iran (aangekondigd in capslock HELP IS ON THE WAY op de socials) kregen tegengas vanuit Egypte, Oman, Saudi Arabië en Qatar en ook de Israëlische president Netanyahu vroeg om uitstel (Trump later: ‘Nobody convinced me. I convinced myself’).
De retoriek over Groenland zorgde voor het meeste tegengas. De republikeinse senator Tom Tillis (onder de noemer ‘being sick of stupid’) noemde de lijn van Trump ‘bad for America’ en ‘great for Putin’ en werd in zijn kritiek ondersteund door acht collega’s. Een delegatie vanuit het Congres (met leden van beide partijen) gingen naar Kopenhagen waarbij het Congres zichzelf als instituut positioneerde als diplomatieke NAVO-bondgenoot, waar de president het liet afweten.
Denemarken stelde dat soevereiniteit niet onderhandelbaar is en Groenland niet te koop. Waarom iets kopen tegen Rusland en China als je als de Verenigde Staten sowieso de mogelijkheid hebt (via een reeds bestaand verdrag uit 1951) om het netwerk van militaire aanwezigheid weer opnieuw op te bouwen? Europese leiders zeiden gezamenlijk ‘nee’ tegen Trump en aan secretaris-generaal Mark Rutte de schone taak hier een strik omheen te doen en de onvermijdelijke draai te verpakken als overwinning (op welke manier weten we dankzij Trump die alle DM’tjes met wereldleiders online gooide).
Davos liet zien dat de NAVO, ondanks alle doemscenario’s, nog verrassend goed functioneert. Een waardengemeenschap bestaat alleen bij de gratie van eensgezindheid als men politiek bereid is tot een onderlinge correctie van onenigheid. De man Trump mag het ambt van Amerikaanse president tijdelijk lenen en doen alsof hij zelf Amerika belichaamt die bondgenoten niet nodig heeft, maar ook hij loopt tegen de muur van instituties op. Die checks-and-balances zijn er juist voor deze situaties. In het binnenland zijn er Congresleden die tegensputteren, daarbuiten bondgenoten die niet overal ‘ja en amen’ op zeggen.
Publieke (en militaire) opinie blijkt ook een prima pressiemiddel tegen politieke prietpraat: de dag na zijn uitspraken over de NAVO-bondgenoten werd ook deze keutel snel ingetrokken, en noemde hij Britse troepen ‘among greatest of all warriors’. De Amerikaanse ambassadeur in Nederland twitterde dat ook Nederlandse militairen zich uiteraard niet aangesproken moesten voelen door de uitspraken.
Davos was een reparatiewerkplaats voor de ronkende retoriek uit het Witte Huis. Trump mag wel eventjes de sleutels hebben van de Amerikaanse slede, in een democratie rij je altijd in andermans auto.