Opinieonderzoeken

Opinieonderzoek: Groeiende steun voor NAVO,

maar onzekerheid over onvoorwaardelijke steun VS

 

Ter gelegenheid van haar 65-jarig bestaan heeft de Atlantische Commissie een opinieonderzoek laten uitvoeren over de NAVO door onderzoeksbureau Kantar Public (voorheen TNS NIPO).

 

De voornaamste resultaten van het onderzoek zijn:

 

  • De meerderheid (72%) van de van de ondervraagden vindt dat de NAVO een groot belang levert aan de veiligheid in Nederland, 15% vindt van niet. Het percentage dat vindt dat de NAVO van groot belang is, is aanmerkelijk gestegen in vergelijking met begin 2014 (toen vond 56% dat) en iets hoger dan begin 2016 (toen vond 68% dat). In perspectief: in 2011 vond 79% van de Nederlanders dat de NAVO van groot belang is voor de veiligheid in Nederland.
  • Jongeren tussen de 18 en 34 vinden de bijdrage van de NAVO minder vaak van belang dan ouderen (resp. 65% versus 77%) en hebben vaker geen mening over de NAVO dan ouderen (resp. 18% versus 9%). In vergelijking met begin 2016 zijn jongeren de bijdrage van de NAVO wel belangrijker gaan vinden (toen vond 56% dit).
  • Lager opgeleiden vinden de NAVO over het algemeen minder vaak van groot belang dan hoger opgeleiden – ze hebben vaker ‘geen mening’.
  • Mensen die in maart 2017 op de PVV of SP stemden, hechten relatief minder veel waarde aan de NAVO.
 

 

  • Van de ondervraagden vindt 59% dat de NAVO een positieve bijdrage levert aan de relatie tussen Nederland en Amerika, 10% vindt van niet. Een – zeker in vergelijking met eerdere jaren – zeer grote groep weet dit niet/ heeft geen mening (31%). Hier lijkt sprake van een ‘Trump-effect’. Ter vergelijking: begin 2016 vond 76% dat de NAVO een positieve bijdrage levert aan de relatie tussen Nederland en Amerika, 5% vond van niet. Eerder fluctueerde het percentage mensen dat van mening was dat de NAVO een positieve bijdrage levert aan de relatie tussen Nederland en Amerika ook al: begin 2014 vond 62% dat, in 2011 vond 73% van de Nederlanders dat.
  • Jongeren en mensen van middelbare leeftijd vinden minder vaak dat NAVO een positieve bijdrage levert aan de relatie tussen beide landen dan ouderen van 55+ (resp. 50% en 56% versus 68%).
  • Lager opgeleiden vinden minder vaak dat de NAVO een positieve bijdrage levert aan de relatie met de VS dan hoger opgeleiden (circa de helft vindt dat, een grote groep – circa 40% - weet het niet). Hoger opgeleiden zijn uitgesprokener positief: tweederde van de HBO’ers en driekwart van de academici onderschrijft de stelling.  
  • Mensen die nu op de VVD, de PvdA of het CDA stemden, vinden vaker dat de NAVO een positieve bijdrage aan de relatie met de VS levert. PVV-, SP-, maar ook D66- en GroenLinks-stemmers zijn daar minder zeker van (een vrij grote groep geeft aan dit niet te weten).
  • Een grote meerderheid (maar liefst 74%) onderschrijft de stelling ’Met de Amerikaanse regering-Trump kan Europa voor zijn veiligheid niet langer rekenen op de onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten’.
  • Er zijn geen significante verschillen tussen leeftijdsgroepen ten aanzien van deze stelling.
  • Hoger opgeleiden zijn het vaker dan lager opgeleiden eens met deze stelling – laatstgenoemden hebben vaker geen mening.
  • Er is verdeeldheid over de stelling ‘Europa is in staat om ten koste van de Verenigde Staten meer invloed op het wereldtoneel te krijgen’: 37% is het daarmee eens, 31% is het daarmee oneens en nog eens 32% weet dat niet.
  • Jongeren en mensen van middelbare leeftijd hebben minder vaak een mening over deze stelling dan ouderen.
  • Hoger opgeleiden zijn het iets vaker dan lager opgeleiden eens met deze stelling – laatstgenoemden hebben vaker geen mening.
  • Er is terughoudendheid over de rol van Duitsland. Iets meer mensen zijn het oneens (39%) dan eens (36%) met de stelling dat ‘Duitsland namens Europa de leiding moet nemen op het wereldtoneel’. Een kwart weet het niet.
  • Ouderen zijn het hier iets vaker ‘zeer’ mee eens dan gemiddeld (9% vs 7%), voor het overige zijn er geen grote verschillen tussen leeftijden.
  • Lager opgeleiden zijn het vaker helemaal eens met deze stelling.
  • Met de stelling ‘Rusland vormt het grootste gevaar voor de Europese veiligheid’ is 44% het eens en 36% het oneens. Sommigen stellen: ‘Dat is Noord-Korea!’
  • Er zijn geen significante verschillen tussen leeftijdsgroepen ten aanzien van deze stelling.
  • Hoger opgeleiden zijn het vaker oneens met de stelling.
  • Met de stelling ‘In deze chaotische tijden is een gezamenlijke Europese defensie-organisatie hard nodig’ is 77% het eens en 11% het oneens.
  • Jongeren zijn het minder vaak eens met deze stelling, met name omdat ze het vaker dan gemiddeld niet weten (21% versus 13%). Ouderen zijn het vaker dan gemiddeld zeer eens (31% versus 25%).
  • Er zijn geen significante verschillen als we naar opleiding kijken.

Onderzoeksverantwoording

Het onderzoek is uitgevoerd middels de CAWI-methode (online). De steekproef is getrokken in TNS NIPObase. Aan het onderzoek werkten in totaal 985 Nederlanders van 18 jaar en ouder mee. Veldwerkperiode: 11 t/m 15 oktober 2017.

 

De steekproef is getrokken op basis van de ideaalcijfers voor geslacht, leeftijd, opleiding, Nielsen-regio, gezinsgrootte en politiek stemgedrag bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 15 maart 2017. De resultaten zijn herwogen op geslacht, leeftijd, opleiding, gezinsgrootte, politiek stemgedrag 2017.

 

(c) 2006 - 2018, Atlantische Commissie | Realisatie: Kant en Klare Site.