Atlantisch Perspectief
Wat als Oekraïne na een vredesakkoord zélf de confrontatie zoekt?
Is Russische afschrikking voldoende voor duurzame vrede?
Een Europees vredesplan dat zich enkel richt op Russische afschrikking is onvoldoende voor een duurzame vrede in Oekraïne. Grote delen van de Oekraïense bevolking zullen het afstaan van gebieden niet zomaar accepteren. Dit betekent dat Europa zich, naast op nieuwe Russische agressie, ook moet voorbereiden op Oekraïens revisionisme. De geschiedenis biedt hiervoor waardevolle lessen.
Nadat in november leek alsof Moskou en Washington een vredesakkoord over Oekraïne hadden bereikt, haastten Europese leiders zich om een alternatief voorstel te presenteren. Het Europese vredesplan trok de aandacht omdat het op meerdere punten frontaal botste met het eerder uitgelekte akkoord, dat direct uit de koker van het Kremlin leek te komen. Wie verder las, zag twee opvallende punten in het voorstel. Deze punten richtten zich op een genegeerd maar essentieel onderdeel van wat nodig is voor Europa om de regie te krijgen over een naoorlogse situatie in Oekraïne.
Zo stellen punt 10 en 20 respectievelijk dat Oekraïne toegezegde veiligheidsgaranties verliest als het na een vredesakkoord Rusland aanvalt en dat Kyiv toezegt geen geweld te gebruiken in het willen terugbrengen van haar verloren territorium. Beide punten adresseren het genegeerde perspectief op toekomstig Oekraïens revisionisme. Wil Europa de controle krijgen over dit conflict en zijn naweeën, dan zal het dit essentiële onderdeel voldoende moeten integreren in zijn vredesplan.
Zeer impopulair
Europa zal zich namelijk moeten voorbereiden op een instabiele naoorlogse situatie, waarin beide partijen ontevreden zullen zijn met de nieuwe status quo. Poetins offensieven in noord-Oekraïne laten zien dat de Russische doelen verder reiken dan een landbrug tussen de Krim en de Donbas. Oekraïne, aan de andere kant, zal ongetwijfeld territoriale concessies moeten doen wanneer het tot een vredesakkoord komt.
Dit terwijl Oekraïne bij een vredesakkoord jaren gevochten zal hebben om deze gebieden te behouden en bevrijden. Territoriale concessies zijn dan ook na bijna vier jaar oorlog nog steeds zeer impopulair onder de Oekraïense bevolking.
Maar de realiteit is dat Oekraïne moeite heeft met het in stand houden van de huidige frontlinie, laat staan het terugdringen ervan. Haar gerechtvaardigde wens om terug te keren naar de pre-2014 grenzen is dan ook een utopie, met als gevolg dat het gedwongen zal zijn om in het geval van een vredesakkoord te accepteren dat Rusland controle houdt over veroverde gebieden. Hierin zullen duizenden Oekraïners wonen die te maken zullen krijgen met het agressieve russificatiebeleid dat momenteel al wordt gevoerd in bezet Oekraïens gebied.
Het is onwaarschijnlijk dat dit toekomstbeeld geen invloed zal hebben op de naoorlogse houding van Oekraïne ten opzichte van de bezette gebieden en de risico’s die het bereid is te lopen om ze terug te krijgen. Een Europees vredesplan dat zich enkel richt op Russische afschrikking is dan ook onvoldoende voor de structurele stabilisering van het conflict. Dit betekent dat Europa een strategie moet ontwikkelen waarin het zich naast Russische agressie ook voorbereidt op Oekraïens revisionisme.
Agressie en revisionisme beteugelen
Een model dat revisionisme en agressie tegelijkertijd neutraliseert is eerder al ontwikkeld door de Verenigde Staten. Amerikaanse ervaringen uit de Koude Oorlog in Oost-Azië en de nasleep van conflicten in de Kaukasus bieden dan ook waardevolle lessen.
In Oost-Azië werd de VS vlak na de Tweede Wereldoorlog namelijk geconfronteerd met een soortgelijke strategische puzzel. Deze regio werd het strijdtoneel van grootschalige conflicten waarvan de uitkomsten – de totstandkoming van Zuid-Korea en Taiwan – het resultaat waren van patstellingen die door alle betrokkenen als onvolmaakt werden ervaren. Taiwan en Zuid-Korea deden dan ook aanspraak op hereniging, maar moesten zich tegelijkertijd zorgen maken om niet het slachtoffer te worden hiervan. Om dit te voorkomen ontwikkelde de VS bondgenootschappen met uitgebreide militaire, economische en politieke hulpstromen. Cruciaal: deze hulp was niet enkel bedoeld om haar bondgenoten te bewapenen tegen het communistische gevaar. Ze waren namelijk óók opgericht om Washington controlemechanismes te geven over de revisionistische herenigingsdromen van zowel Taipei als Seoel.[1]
Zo kneep de VS de steun geregeld af wanneer het erop leek dat Zuid-Korea of Taiwan de status quo probeerde te herzien. Maar wanneer zij onder druk kwamen te staan van hun communistische rivaal verhoogde Washington resoluut de steun tot een niveau dat agressie ontmoedigde. Beide landen moesten – ook formeel – afstand doen van hun herenigingsdroom, maar in ruil daarvoor genoten ze Amerikaanse bescherming. Deze strategie werkte uiterst effectief: 70 jaar na Washingtons interventie in Oost-Azië zijn de wapens nog steeds stil.
Escalatie in Georgië
Maar in andere conflicten, waar revisionisme en afschrikking niet voldoende beperkt werden, bleek de V.S. minder succesvol. Dit werd pijnlijk duidelijk in de Zuid-Kaukasus in 2008. Daar was de Georgische president Saakashvili verkozen op een campagne die democratisering van de Georgische politieke instituten beloofde, wat hem Amerikaanse steun en partnerschap opleverde. Maar hij beloofde ook in zijn campagne dat hij de door Rusland gesteunde separatistische provincies, waaronder Zuid-Ossetië en Abchazië, terug zou brengen onder Georgisch bewind.[2]
De Amerikaanse steun aan Georgië ging echter niet gepaard met duidelijke voorwaarden die het nastreven van een onvreedzame hereniging expliciet onaanvaardbaar verklaarden.[3] Sterker nog, een hereniging werd door de VS publiekelijk gesteund. In augustus 2008 werden de gevolgen hiervan duidelijk, toen Saakashvili’s troepen een inval pleegden in de separatistische provincies. Rusland reageerde hier disproportioneel op met een invasie van Georgië, maar het waren Georgische troepen die het conflict deden escaleren.[4] En het was de absentie van Amerikaanse afschrikking én beperkingen op de herenigingsweg van Georgië die het conflict verder lieten escaleren.
De oplossing
De voorbeelden uit de Kaukasus en Oost-Azië laten aan Europa de essentie zien om zich voldoende voor te bereiden op Russische agressie én Oekraïens revisionisme. Ironisch genoeg vloeit de oplossing voor dit strategische vraagstuk voort uit de precieze reden waarom Europa überhaupt wordt geconfronteerd met deze puzzel. Onzekere Amerikaanse steun forceerde de Europese Commissie namelijk om de gaten te vullen die ontstonden nadat Washington meermaals hulp aan Oekraïne afkneep. De structurele en langdurige militaire, economische en politieke steun die de EU als antwoord hierop ontwikkelde, heeft haar mechanismes van controle gegeven die het kan gebruiken om te reageren op Russische agressie of Oekraïens revisionisme.
Zo heeft de EU een indrukwekkende financiële steuninfrastructuur opgezet waarin het de Oekraïense macro-economische stabiliteit waarborgt en de financiële vereisten van de aankomende wederopbouw heeft voorbereidt.[5] Daarnaast is Oekraïne op economisch en politiek gebied dieper geïntegreerd binnen het politieke en economische ecosysteem van de EU. Het werd vlak na het begin van de oorlog officieel kandidaat-lid van de EU. Daarnaast is dankzij de tijdelijke opheffing van handelsbeperkingen de Europese interne markt de belangrijkste exportbestemming van Oekraïense goederen geworden.[6]
Ook de militaire banden zijn aangehaald. De Europese Commissie speelt een onmisbare rol in het organiseren en financieren van militaire productie voor Oekraïne en heeft miljarden aan militaire steun verleend en ruim 80,000 Oekraïense soldaten getraind. Daarnaast wordt de Oekraïense defensie-industrie breed geïdentificeerd als een belangrijke spil in Europa’s toekomstige militair industriële ecosysteem en heeft de EU zich ontpopt tot de grootste investeerder in de Oekraïense defensie-industrie. Samenwerkingsorganen zoals het EU Defence Innovation Office in Kyiv dragen verder bij aan het structuren van deze banden.[7]
Europese controlemechanismes
Dankzij de ontwikkeling van bovengenoemde steuninfrastructuur heeft de EU onbedoeld mechanismes van controles gecreëerd voor het aankomende naoorlogse tijdperk. Aanpassingen zijn echter nodig om deze ook strategisch te kunnen gebruiken als stabiliserend mechanisme. Zo zal het bereid moeten zijn om haar economische, politieke en militaire steun op een flexibele basis aan te bieden. Op deze manier kan niet alleen passend gereageerd worden op Russische agressie, maar ook op Oekraïense uitdagingen van een onderhandelde status quo. Ook zullen de lidstaten akkoord moeten gaan om deze flexibiliteit onder te brengen onder de Europese Commissie, om snel en daadkrachtig te kunnen reageren op veiligheidsfluctuaties.
Tenslotte dient in de steunstructuur opgenomen te worden dat steun afhankelijk wordt gesteld van Oekraïense naleving van een toekomstig afgesproken vredesakkoord. Vergelijkbare voorwaarden worden momenteel al geïntegreerd in andere Europese hulpinstrumenten. Het Ukraine Facility-fonds, ter waarde van 50 miljard euro, is bijvoorbeeld afhankelijk gemaakt van Oekraïense waarborging van democratische instituten, het parlementaire systeem en mensenrechten.[8]
Wederzijds belang
Het opnemen van voorwaarden die betrekking hebben op de naleving van een afgesproken status quo is zowel in het belang van Oekraïne als van Europa. De EU positioneert zichzelf namelijk als een centraal orgaan in een naoorlogse situatie van waaruit zij effectief kan reageren op potentiële heroplevingen van het conflict, hetzij door Russische agressie, hetzij door Oekraïens revisionisme.
Voor Oekraïne garandeert dit blijvende toegang tot Europese steuninstrumenten die president Zelenskyy eerder omschreef als een “question of our survival”.[9] Daarnaast bevordert dit de integratie van Oekraïne in het Europese militaire, economische en financiële ecosysteem en versnelt het zijn toetreding tot de Europese Unie, wat Oekraïne weer cruciale veiligheidsvoordelen oplevert.
In dit opzicht is de wispelturigheid van de Verenigde Staten in verrassende opzichten een blessing in disguise gebleken voor Europa’s strategische autonomie. Doordat de EU gedwongen werd essentiële gaten op te vullen, heeft het zich namelijk ontwikkeld tot een onmisbare spil in de veiligheid van Oekraïne. Van hieruit kan het effectieve stappen zetten om zichzelf, het continent en Oekraïne te beschermen tegen toekomstige Russische agressie.
[1] Victor Cha, Powerplay: The Origins of the American Alliance System in Asia, Princeton: Princeton University Press, 2016, p. 3.
[2] Mouritzen en Wivel, Explaining Foreign Policy: International Diplomacy and the Russo-Georgian War, Boulder: Lynne Rienner Publishers, 2012, pp. 64-65.
[3] Hans Mouritzen en Anders Wivel, Explaining Foreign Policy, p. 69. Alexander Cooley and Lincoln A. Mitchell, ‘No Way to Treat Our Friends: Recasting Recent U.S.–Georgian Relations’, The Washington Quarterly, vol. 32, nr. 1, januari 2009, pp. 35-36.
[4] Emmanuel Karagiannis, ‘The 2008 Russian–Georgian war via the lens of Offensive Realism’, European Security, vol. 22, nr. 1, oktober 2012, p. 79.
[5] European Commission, ‘Ukraine Facility’, geraadpleegd 20 januari, 2026.
[6] Delegation of the European Union to Ukraine, ‘The European Union and Ukraine’, 14 juli 2023.
[7] European Union External Action, ‘EU military & defence support to Ukraine’, 11 september 2025.
[8] European Commission, ‘Ukraine Facility’, geraadpleegd 20 januari 2025.
[9] Oliver Crook and Daryna Krasnolutska, “Zelenskiy Says Ukraine’s Survival Rests on Funds From Allies”, Bloomberg, 13 november 2025.