Atlantisch Perspectief
Op zoek naar de Europese ´grand strategy´
Vieze handen maken voor een schone toekomst
De energiecrisis als gevolg van de oorlog tegen Iran maakt opnieuw duidelijk dat Europa haast moet maken met de groene energietransitie. Tegelijk kan onze beschaving voorlopig niet bestaan zonder olie en gas. Dat vereist meer samenhang in beleid en strategie, én de bereidheid om vieze handen te maken omwille van een schone toekomst.
In nood leer je je vrienden kennen. Toen Rusland in februari 2022 Oekraïne binnenviel en Russisch gas een probleem werd, ontvingen olie- en gasbedrijven belletjes van Nederlandse en Europese ambtenaren met het verzoek om zeker te stellen dat voldoende LNG naar Europa zou blijven komen. Ook sinds het uitbreken van de oorlog met Iran staan overheden en bedrijven met elkaar in contact. Deze keer, zo waarschuwen de bedrijven, kan een energietekort ook Europa raken. Inmiddels roept ook de Europese Commissie de lidstaten op om de samenleving voor te bereiden op olietekorten.
Zoals Jason Bordoff en Meghan O’Sullivan in Foreign Affairs beargumenteren, is de terugkeer van energie als ‘wapen’ in de internationale betrekkingen een feit. Energie is wapen en doelwit tegelijk. We zien het in de oorlog in Oekraïne, waarbij de energiesector over en weer vogelvrij is verklaard, we zien het in het Midden-Oosten en we zien het in de bereidheid van de regering-Trump om Amerikaans LNG in te zetten als politiek en economisch drukmiddel richting de eigen Europese bondgenoten.
Beter laat dan nooit
Europa raakt verstrikt in een nieuw geopolitiek paradigma, waarin de kaarten anders zijn geschud en vals spelen is toegestaan. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen erkent dit en kondigde begin dit jaar een nieuwe EU-veiligheidsstrategie aan, die naar verwachting vlak voor of na de NAVO-top van begin juli in Istanbul wordt gepresenteerd. Von der Leyen gaf aan dat veiligheid het ‘organiserende principe’ wordt van het externe beleid van de Europese Unie.
Beter laat dan nooit. Begin deze eeuw schreef de Britse diplomaat Robert Cooper dat het Europese experiment van samenwerking en compromissen uniek was in zijn soort. Cooper waarschuwde dat elders nog altijd de wetten van de jungle golden, waarbij macht de uitkomst bepaalt. Maar Europa negeerde deze waarschuwing. We dachten comfortabel onder de Amerikaanse veiligheidsparaplu te kunnen schuilen. Te laat begrepen we dat de VS daar schoon genoeg van had en dat we onze eigen broek moesten leren ophouden.
Bovendien vergaten we de waarde van redundantie en optionaliteit: het aanhouden van reservecapaciteiten en het openhouden van economische en maatschappelijke opties die je weliswaar niet vandaag nodig hebt, maar morgen misschien wel. Denk aan schuilkelders, ziekenhuisbedden en medicijnvoorraden. Juist Nederland opereerde volgens het ‘Goudlokje’-principe, waarin ‘precies goed’ leidend is en alles perfect gaat totdat dat niet zo is, omdat omstandigheden veranderen en randvoorwaarden wegvallen.
Brandalarm
De Covid-crisis legde al strategische afhankelijkheden bloot. Nederland deed een beroep op Duitse ziekenhuisbedden, en we spraken plechtig af voortaan buffers en voorraden aan te zullen houden. Daar kwam weinig van terecht. De wekker was gegaan, maar de EU snurkte door totdat het brandalarm afging: de Russische inval in Oekraïne in februari 2022 noopte Europa om de afhankelijkheid van Russisch gas te verminderen; de Nexperia-kwestie bracht de Duitse auto-industrie in de problemen; de kwestie-Groenland zette de NAVO onder hoge spanning en de Iran-oorlog voelde als een keiharde stoot in het middenrif van de mondiale energievoorziening. Landen in de Golfregio happen naar adem en in Azië nemen de zorgen hand over hand toe. Hele waardeketens staan op het spel. Zo waarschuwde TSMC, de Taiwanese chipsfabrikant, dat als er niet snel voldoende helium uit Qatar komt, de productie van chips in gevaar komt.
Deze crisis komt ook onze kant op. Is het niet in de vorm van fysieke tekorten, dan toch zeker als een economische dreun. Voor olie (producten) hebben we in Nederland een strategische voorraad, dankzij de verplichting daartoe onder OESO/IEA. Desondanks zullen brandstof, de gasrekening, de boodschappen allemaal duurder worden. In zo’n tijd wordt de waarde van optionaliteit duidelijk. Het Groninger gasveld is dicht en Nederland is een optie armer. Deze aanpak is niet voor herhaling vatbaar in sectoren als raffinage, chemie en staal. F-35’s vliegen op kerosine, drones fabriceer je uit chemische composieten en zonder staal geen pantservoertuigen.
Klem
Als we niet van de ene afhankelijkheid in de andere willen vallen, moet de energietransitie samenhangend, geleidelijk en ordentelijk gebeuren. Als Europa verder wil elektrificeren moeten buitenlands- en veiligheidsbeleid, klimaatbeleid en de interne markt beter op elkaar aansluiten. We kunnen geïmporteerde grondstoffen prima recyclen, maar dan is het verstandig de afvalwerkers en chemiebedrijven te koesteren die geacht worden deze klus te gaan klaren.
Zoals Tatiana Mitrova en Anne-Sofie Corbeau onlangs betoogden, zit energie-importeur Europa klem tussen enerzijds petro-staten, primair de VS, Rusland en Midden-Oosten, en anderzijds elektro-staten, lees China. Europa importeert bijna 90% van het hier geconsumeerde aardgas en meer dan 90% van de hier geconsumeerde olie. Bedenk dat elektriciteit maar 20-25% van het totale energiesysteem bestrijkt. De rest wordt ingevuld door olie- en gas- en steenkoolmoleculen, niet alleen als brandstof maar ook als energiebron voor de spullen die we met hitte en chemische processen maken, vooral plastics, cement en staal. De ambitie is die moleculen te vergroenen op basis van met groene stroom opgewekte waterstof en (vloeibare) methanol. Maar die technologie is nog aan het opschalen en maakt voorlopig geen verschil. Bovendien blijft Europa ook met deze groene energiedragers importafhankelijk.
Herstel van dominantie
De National Security Strategy van de regering-Trump is glashelder: het aanjagen van Amerikaanse energieproductie is een “strategische prioriteit”. Dat geldt ook voor het “herstel van Amerikaanse energiedominantie” in olie, gas, steenkool en kernenergie. Ook wil de VS voorkomen dat een concurrerende macht dominantie verwerft over de olie- en gasvoorraden van het Midden-Oosten en de ‘chokepoints’ waar die doorheen gaan, zonder in ‘forever wars’ terecht te komen. Dat laatste blijkt moeilijk als je meer volatiliteit veroorzaakt dan waarop je je hebt voorbereid.
China, die concurrerende macht waar de VS op doelt, heeft als strategie dominant te worden in het energiesysteem van de toekomst. Uit het 15e vijf-jaren plan blijkt dat China inzet op verdere elektrificatie op basis van hernieuwbare energie en steenkool, dat grotendeels uit China zelf en uit Australië afkomstig is. China wil zijn afhankelijkheid van olie en gas verminderen maar wel de strategische olievoorraad verder uitbouwen en de eigen raffinagesector versterken. Tegelijkertijd wil China de mondiale technologiestandaarden zetten voor hernieuwbare energie.
Allemaal bouwstenen
De Europese Unie is geen energiemacht, maar een energie-importeur die niet meer kan vertrouwen op vrijhandel. Een Europese veiligheidsstrategie zal handvatten moeten bieden voor het versterken van strategische autonomie, zonder de illusie van autarkie te prediken. De Europese veiligheidsstrategie, de Green Deal, het rapport van Mario Draghi, de Industrial Accelerator Act; het zijn allemaal bouwstenen voor een Europese ‘grand strategy’. Handelsakkoorden en technologiepartnerschappen met constructieve landen als India, Mexico en Australië zijn daarbij nuttig. Europa kan gebruikmaken van het feit dat Europese producenten in bepaalde sectoren, zoals hoogwaardig staal, nog altijd een technologievoorsprong hebben. Dat geeft onderhandelingsmacht.
Ondertussen zal Europa moeten doorgaan met elektrificeren, digitaliseren en decentraliseren van het eigen energiesysteem. Hoe kleiner het aantal ‘single points of failure’ hoe beter. Hoe meer grondstoffen we recyclen, hoe autonomer Europa op den duur kan zijn. Maar toch, op de korte termijn is er geen ontkomen aan: ook de levering van olie en gas moet worden zekergesteld.
Veiligheid als organiserend principe.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat naar verluidt werkt aan een integrale veiligheidsstudie, heeft de Europese Commissie input meegegeven voor de EU-veiligheidsstrategie. Daarin vraagt Nederland aandacht voor strategische afhankelijkheden rondom kritieke grondstoffen die nodig zijn in de energietransitie. Het stuk bevat veel interessants, maar geen woord over olie en gas. Die beleidsknip doet anachronistisch aan, en dat is jammer, want dan kan je bijvoorbeeld zomaar het verband missen tussen aardgas, helium, chips en halfgeleiders.
Vieze handen voor een schone toekomst
De tijd dringt. Willen we én het duurzame einddoel in zicht houden én weerbaar zijn tegen de ontberingen die we onderweg ernaartoe zullen tegenkomen, dan zullen ministeries met een aandeel in veiligheid en leveringszekerheid beter met elkaar moeten samenwerken. Ook moeten ‘klimaatdrammers’ en ‘realo’s’ elkaars logica omarmen. ‘Klimaatdrammers’ zien in de Iran-oorlog terecht het bewijs dat Europa moet doorpakken en een groene supermacht moet worden. Realo’s stellen – eveneens terecht – dat onze beschaving voorlopig niet kan bestaan zonder olie en gas, en dat we de levering ervan dus moeten zekerstellen.
Europa zal deze parallelle trajecten tegelijk moeten bewandelen. Optionaliteit, daar gaat het om in een onzekere wereld: zuinig zijn op je bestaande opties en tegelijk nieuwe creëren. Zo hebben Duitsland en Portugal flinke lithiumvoorraden gevonden die zij willen produceren en verwerken. Deze landen hebben gelijk: je moet vieze handen maken om een schone toekomst te verzilveren.
Ook bij ons moet het gekoesterde Goudlokje-principe omwille van onze weerbaarheid de prullenbak in. En doen de ministeries er goed aan meer samenhang aan te brengen tussen veiligheid, leveringszekerheid en klimaatbeleid.
Een kortere versie van dit artikel verscheen eerder als column bij Studio Energie