Atlantisch Perspectief
“Keuzes van vandaag bepalen de toekomst van de jonge generatie”
20 jaar Jonge Atlantici
Sophie Bijloos, één van de eerste bestuursleden van Jonge Atlantici (2006 – 2009)
Jongeren waren vooral als stagiair verbonden aan de Atlantische Commissie. Toenmalig directeur van de Atlantische Commissie, Bram Boxhoorn, vond dat dit moest veranderen, omdat er veel interesse was onder jongeren in de trans-Atlantische betrekkingen. Tijdens mijn stage speelde de verkenning of het nuttig was om een Nederlandse ‘Jonge Atlantici’ op te richten. We legden contacten met de jongerenverenigingen van politieke partijen en de studieverenigingen van relevante studierichtingen en de KMA om te zoeken waar onze meerwaarde zou liggen. Die bleek in de eerste plaats in het netwerk van de Atlantische Commissie te zijn: de eerste reis naar Brussel was een groot succes. Heel bijzonder was dat ik samen met een collega in 2008 naar de NAVO-top in Boekarest mocht. Als bijna enige vrouwelijke spreker, introduceerde ik daar toenmalig minister-president Balkenende. We legden de eerste internationale contacten met de YATA.
Bijzonder aan deze periode was dat we alles nog moesten uitdenken: hoe werd je lid, wat hield dat in? Wat wilden we organiseren? Moeten we eisen aan het bestuurslidmaatschap stellen? Hoe kregen we geïnteresseerden? Wilden we zelf actief bijeenkomsten organiseren of vooral samenwerken met andere organisaties, en hoe deden we dat dan als zij niet leverden wat wij ze vroegen?
De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2008 en de overwinning van Barack Obama waren een hoogtepunt.
John Jacobs, voorzitter Jonge Atlantici 2017 – 2019
Toen Donald Trump op 20 januari 2017 president werd van de Verenigde Staten, leidde dat in Nederland tot veel verbazing. Vanuit Nederlands perspectief is de trans-Atlantische relatie een hoeksteen van veiligheid, economie en diplomatie. Als klein, open handelsland heeft Nederland groot belang bij een stabiele band met Washington, en de Amerikaanse veiligheidsparaplu via de NAVO bood decennialang zekerheid. Maar in 2017 rees de vraag hoe vanzelfsprekend die nog was. Dat er een Trump II zou komen die de relatie nog verder op scherp zet, had in 2017 nagenoeg niemand verwacht.
In die periode was ik al actief binnen de Jonge Atlantici en internationaal betrokken als voorzitter van Youth Atlantic Treaty Association. We probeerden het Nederlandse model van échte jongerenparticipatie te exporteren naar andere NAVO- en EU-landen, waar jongerenorganisaties vaak vooral verlengstukken waren van de moederorganisaties (lees: klapvee en fotomodel) – ik ben toen pas echt gaan waarderen hoe bijzonder het Nederlandse model van jongerenparticipatie is.
Mijn inzet in Litouwen voor de NAVO-missie Enhanced Forward Presence gaf extra perspectief op bondgenootschappelijke integratie – in combinatie met een sterker wordende YATA en een goede relatie met NATO PDD bood dit veel kansen voor (internationale) activiteiten waar de Jonge Atlantici met delegaties goed vertegenwoordigd waren. Nederland bevond zich politiek in een bekend spagaat tussen Atlantische loyaliteit en Europese samenwerking. Premier Mark Rutte ontwikkelde zich tot “Trump-whisperer”, een rol die hij nu als secretaris-generaal goed uitbuit.
Op ons eigen niveau onderhielden de Jonge Atlantici de band met de Amerikaanse ambassade. Met de komst van ambassadeur Pete Hoekstra werd zichtbaar dat de trans-Atlantische relatie stroever werd. Niet iedereen waardeerde het dat wij veel organiseerden met Hoekstra, al bleef de belangstelling voor activiteiten groot.
Inhoudelijk stonden Europese defensiesamenwerking (zoals PESCO/de Frans-Duitse motor), de groeiende Russische dreiging (o.a. Zapad 2017 en de vergiftiging van Sergej Skripal) en de opkomst van China centraal. Met activiteiten rond Military Mobility probeerden we de Europese en Atlantische agenda te verbinden. Jonge Atlantici zetten in op praktische activiteiten, denk aan werkbezoeken aan NAVO-installaties, en we zochten we samenwerking met Jong Defensie en het NATO CIMIC Centre of Excellence.
Terugkijkend was de periode 2017-2019 een kantelpunt: de trans-Atlantische relatie bleef essentieel, maar niet langer vanzelfsprekend. Die les is vandaag alleen maar relevanter geworden.
Boukje van den Eijnden, voorzitter Jonge Atlantici 2022 – 2024
Toen ik in 2022 het voorzitterschap overnam, lag de eerste Trump-periode achter ons en leek er weer ruimte voor herstel van de trans-Atlantische relatie. Tegelijk was het geen vanzelfsprekende tijd voor de Atlantische Commissie als platform: we kwamen net uit de coronaperiode, dus zalen bleven halfleeg, en de nasleep van president Macron’s uitspraak in 2019 dat de NAVO “hersendood” was, hing nog in de lucht. Onder veel leeftijdsgenoten zag ik maar weinig verdiepende kennis, laat staan interesse in veiligheidsvraagstukken.
Dat veranderde met de grootschalige Russische invasie van Oekraïne in februari 2022. Oorlog op Europese bodem maakte veiligheid weer concreet. Vragen over NAVO-afschrikking, Europese defensie-investeringen en maatschappelijke weerbaarheid stonden ineens centraal. De belangstelling voor onze activiteiten nam merkbaar toe, bijeenkomsten liepen weer vol en de actualiteit gaf discussies een hernieuwde scherpte en urgentie.
Dat momentum hebben we als bestuur benut om onze koers aan te scherpen. De jaarlijkse NATO Night werd omgevormd tot de Atlantic Assembly: niet groter om het groter, maar ruimte voor nog meer inhoud en een serieuzer gesprek. Juist omdat de ontwikkelingen elkaar in hoog tempo opvolgden – van de NAVO-toetreding van Zweden en Finland tot structureel hogere defensiebudgetten – groeide de behoefte aan een plek waar jonge professionals deze verschuivingen konden bespreken, duiden en bevragen.
Waar mijn generatie (en vele generaties boven ons) tot een aantal jaar terug onze veiligheid als vanzelfsprekend zag, is die opnieuw een bepalende factor geworden in politiek en samenleving. Beelden van oorlog en schrijnend onrecht – van Oekraïne tot Gaza – activeren jongeren om zelf een bijdrage te willen leveren, bijvoorbeeld binnen Jonge Atlantici.
Inmiddels volgen internationale ontwikkelingen elkaar nóg sneller op. Oorlog in Europa, toenemende geopolitieke rivaliteit en een heroriëntatie van de trans-Atlantische relatie markeren een kantelpunt. Juist in zo’n periode is het essentieel dat jongeren goed geïnformeerd zijn en hun stem laten horen.
Uit chaos en onzekerheid ontstaat uiteindelijk een nieuwe orde. Daarom is Jonge Atlantici zo waardevol: het geeft de nieuwe generatie de ruimte zich te verdiepen, verantwoordelijkheid te nemen en actief mee te bouwen aan de wereld van morgen.
Lotte van den Boom, voorzitter Jonge Atlantici juli 2024 – heden
Mijn tijd als voorzitter begon in de zomer van 2024, die al volledig in het teken stond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen tussen Kamala Harris en Donald Trump. Ondanks alle aandacht voor deze bepalende strijd kan dit moment achteraf worden gezien als de stilte voor de storm.
In de maanden die volgden werd Trump voor de tweede keer verkozen en geïnaugureerd, sprak JD Vance in München over “the threat from within”, werd president Zelensky geschoffeerd in het Oval Office en werd de Amerikaanse militaire steun aan Oekraïne deels stopgezet. Veel van deze momenten werden getypeerd als een “wake-up call” voor Europa.
Tegelijkertijd hield Europa de Verenigde Staten vast. Op de NAVO-top in Den Haag, waar Jonge Atlantici deelnam aan het NATO Public Forum, committeerden alle NAVO-bondgenoten zich aan de nieuwe 5%-norm en dankte secretaris-generaal Rutte “daddy” Trump voor zijn inzet voor de NAVO. De trans-Atlantische relatie wankelde, maar hield stand uit noodzaak. Het partnerschap was zowel onmisbaar als onzeker.
Voorzitter worden in het jaar van de Amerikaanse presidentsverkiezingen en de NAVO-top was met mijn neus in de boter vallen. De frequentie en intensiteit van het gesprek over veiligheid namen toe en er was behoefte aan duiding, diepgang en debat. Dit was te zien aan de aandacht voor onze bijeenkomsten en de media-aandacht die we als organisatie kregen. Tegelijkertijd moest ik steeds vaker uitleggen dat wij geen spreekbuis voor Amerikaanse belangen zijn en dat ‘Jonge Atlantici’ niet synoniem staat aan ‘jonge Amerika-fans’.
Sinds de Groenlandcrisis is het anti-Amerikaanse sentiment alleen maar toegenomen. Waar eerst sprake was van een “wake-up call”, wordt inmiddels gesproken van een ‘rupture’, een breuk. Juist nu de relatie onder druk staat en deze een nieuwe invulling krijgt, is het essentieel om jongeren te betrekken bij het debat over de toekomst van de trans-Atlantische samenwerking. De keuzes die vandaag worden gemaakt op het gebied van technologische soevereiniteit, economische veiligheid en defensie zullen de toekomst van de jonge generatie bepalen. Tegen deze achtergrond is het belang van een organisatie als Jonge Atlantici, die zich al twintig jaar inzet om jongeren bij deze vraagstukken te betrekken, groter dan ooit.