Atlantisch Perspectief
Hoe bouwen we een Nederlandse oorlogseconomie?
Hoe kan Nederland zich economisch voorbereiden op een conflict en welke coördinatie met de EU en NAVO vereist dat?
De Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 en de kwetsbaarheid van toeleveringsketens die eerder al door de COVID-19-pandemie en het strategisch gebruik van exportcontroles aan het licht kwamen, hebben Europa aan het denken gezet over de wenselijkheid en haalbaarheid van een zogenoemde ‘oorlogseconomie’. De Franse president Emmanuel Macron pleitte voor de instelling van een Europese oorlogseconomie na de invasie van Oekraïne.[1]
Een oorlogseconomie kent echter geen strakke definitie of directe aan-uitknop. Het gaat om een reeks maatregelen om een samenleving weerbaarder te maken in een escalerende veiligheidscontext. Deze kunnen in verschillende fasen geïmplementeerd worden, ook vóór er daadwerkelijk sprake is van oorlog.
Een ‘oorlogseconomie’ zou in deze context staatsinterventie inhouden om prioriteit te geven aan militaire productie als antwoord op uitdagingen zoals Europese strategische autonomie, voortdurende militaire steun aan Oekraïne en het versterken van de weerbaarheid te midden van geopolitieke spanningen. Daarnaast speelt de groeiende dreiging van hybride activiteiten, die traditionele kaders tussen oorlog en vrede doen vervagen, ook een belangrijke rol in deze discussies.
In opdracht van het ministerie van Defensie laat onderzoek van RAND Europe zien wat het concreet betekent om elementen van een ‘oorlogseconomie’ toe te passen in een moderne samenleving, en welke keuzes dat vraagt van overheid, industrie en maatschappij.
Noodzaak tot weerbaarheid
De Defensienota 2024 beschrijft dreigingsscenario’s waardoor dergelijke maatregelen ook voor Nederland relevant zouden kunnen worden. Bijvoorbeeld een Russische aanval op een NAVO-land (bijvoorbeeld Litouwen of Polen), waarbij Nederlandse troepen aan de oostgrens ingezet worden. Aangezien Nederland een doorvoerland is, kan Nederlandse infrastructuur een doelwit worden om troepenverplaatsing te hinderen. Ook wordt rekening gehouden met hybride aanvallen, bijvoorbeeld cyberaanvallen op vitale infrastructuur.[2]
Om ervoor te zorgen dat Nederland beter voorbereid is op dergelijke scenario’s, zet de Nederlandse regering de eerste stappen richting wetgeving om de weerbaarheid te vergroten. Een voorbeeld hiervan is het voorstel ‘Wet weerbaarheid defensie- en veiligheidgerelateerde industrie’, dat de regering onder meer in staat zou stellen om de productie en het onderhoud van defensiematerieel te sturen. Daarnaast zou de wet de regering bevoegdheid geven over het beheer van strategische voorraden.[3]
Afgezien van maatregelen die de Nederlandse overheid zelf kan nemen, zoals de invoering van relevante wetgeving, is voor veel aspecten van een oorlogseconomie coördinatie met de EU en NAVO van belang.
Evenwicht tussen EU en NAVO
Het vergroten van de Nederlandse paraatheid vereist substantiële investeringen in de defensie-industrie. Een gebrek aan coördinatie binnen de EU en de NAVO zou leiden tot concurrentie met verschillende staten om dezelfde beperkte productiecapaciteit en middelen. Daarom is integratie in de defensieprogramma’s van de EU en de NAVO van groot belang. Historisch gezien leunt de defensieplanning van Europese landen sterk op de NAVO.
De laatste tijd is de EU op dit gebied proactiever geworden. In april 2025 kondigde de Europese Commissie specifieke wijzigingen aan in de huidige EU-financieringsprogramma’s die gericht zijn op het versterken van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB), zoals uiteengezet in het witboek ReArm Europe.[4]
Dit omvat maatregelen met betrekking tot financierings- en coördinatiemechanismen voor de EDTIB, alsook een vereenvoudiging van de aanbestedingswetgeving. De EU beschikt over instrumenten om coördinatie, stimulering en stroomlijning te vergemakkelijken. Denk bijvoorbeeld aan de wetgevende bevoegdheid van de Europese Commissie en mogelijkheden om toegang te krijgen tot middelen voor defensie, zoals het Europees Defensiefonds en het nieuwe instrument Security Actions For Europe (SAFE). Toch blijft effectieve coördinatie met de NAVO essentieel.
Het is belangrijk te beseffen dat de NAVO uiteindelijk de capaciteitsdoelstellingen vaststelt, verantwoordelijk is voor de defensieplanning en het voortouw moet nemen bij militaire acties. De hernieuwde aandacht van de EU voor EDTIB-kwesties kan soms een evenwicht vereisen tussen de verschillende initiatieven van de EU en de NAVO.
Afhankelijkheden afbouwen
Coördinatie met de EU en de NAVO is ook van cruciaal belang als het gaat om internationale toeleveringsketens voor de defensie-industriële basis, vooral omdat Nederland sterk verankerd is in deze ketens. Afhankelijkheid van landen buiten de EU en/of de NAVO, zoals bijvoorbeeld China, kan leiden tot strategische afhankelijkheden. Landen kunnen hun dominante positie in supply chains misbruiken om druk uit te oefenen op andere landen.
Zij kunnen dit doen door de export van kritieke grondstoffen te beperken of te belemmeren, zoals in het geval van de Chinese exportvergunningen voor zeldzame aardmetalen die in april 2025 zijn ingevoerd.[5] Dergelijke beperkingen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor het vermogen van de defensie-industrie om de strijdkrachten te ondersteunen bij hun operaties.[6]
Het is dus belangrijk om de bestaande afhankelijkheid van derde landen zoals China te verminderen. Er worden al verschillende initiatieven in deze richting genomen. Op EU-niveau is de Critical Raw Materials Act (CRMA) relevant om te vermelden.[7] Deze wetgeving is bedoeld om de gehele keten, van winning tot recycling, te versterken, de import te diversifiëren en sneller risico’s te signaleren.[8] Dergelijke initiatieven bevinden zich echter nog in een vroeg stadium en de doeltreffendheid van de CRMA moet nog worden vastgesteld. Experts wijzen op mogelijke uitdagingen, zoals de beschikbaarheid van materialen, het behalen van recyclingdoelen, het diversifiëren van bronnen en afstemming met lokale wetgeving.[9]
Oplopende inflatie en overheidsschuld
Afgezien van de militaire en defensie-industriële aspecten is de EU van groot belang voor het aanpakken van de niet-militaire gevolgen van paraatheidsmaatregelen, zoals gevolgen voor de economie en arbeidstekorten. Traditioneel zijn inflatoire druk en een stijging van de overheidsschuld enkele van de belangrijkste fiscale gevolgen van een oorlogseconomie, als gevolg van de toename van de defensie-uitgaven. Het beheersen van deze inflatie is cruciaal voor het handhaven van economische stabiliteit. Voor Nederland als onderdeel van de eurozone zal een aanzienlijk deel van de reactie hierop op EU-niveau moeten worden gecoördineerd.
Dit zou bijvoorbeeld de vorm kunnen aannemen van quantitative easing, waarbij extra geld in de economie wordt gepompt, of het gebruik van andere financiële instrumenten door de Europese Centrale Bank (ECB). Daarnaast zal de aanzienlijke stijging van de overheidsuitgaven voor defensie tot een toename van de overheidsschuld kunnen leiden. Ook hier is samenwerking met de EU noodzakelijk, aangezien deze grenzen stelt aan de overheidsleningen die lidstaten mogen aangaan. Er is al een beweging gaande om de beperkingen op defensie-uitgaven binnen de EU te versoepelen, zoals aangekondigd in maart 2025.[10]
Krappe arbeidsmarkt
Een ander belangrijk gebied waarop een oorlogseconomie ernstige gevolgen zou hebben, is de arbeidsmarkt. Dit komt door een uitbreiding van de strijdkrachten, maar ook door een toegenomen vraag in de defensie-industrie. Samenwerking met de EU is essentieel om het tekort aan arbeidskrachten aan te pakken, met name in belangrijke technische beroepen.[11] Om concurrentie om schaarse arbeidskrachten op een open arbeidsmarkt te voorkomen, zal Nederland moeten afstemmen met belangrijke defensiepartners binnen de EU om te bekijken hoe de arbeidsbehoeften voor de productie van belangrijk defensiematerieel worden beheerd.
Dit wordt waarschijnlijk bemoeilijkt door het feit dat er doorgaans strenge beperkingen gelden wat betreft vergunningen om in de nationale defensie-industrie te werken. Dit kan dus betekenen dat er een gezamenlijk kader moet worden ontwikkeld voor het beheer van vergunningen en vrijstellingen in specifieke situaties.
Coördinatie met de EU en NAVO blijft onmisbaar
Kortom, om Nederland voor te bereiden op conflict is effectieve coördinatie met de NAVO en de EU cruciaal. De NAVO is leidend wat betreft capaciteitsdoelstellingen, defensie-uitgaven en gezamenlijke oefeningen en operaties. Voor veel randvoorwaarden van militaire inzet is de EU echter van groot belang. Daarnaast vraagt de hernieuwde focus van de EU op de Europese technologische en industriële defensiebasis om het vinden van een goede balans tussen de verschillende EU en NAVO-initiatieven. Op hun beurt zijn het voorzettingsvermogen van de samenleving en de economie noodzakelijke voorwaarden voor conventionele verdediging en afschrikking. Nederland en de EU hebben hiermee dus een essentiële rol voor de NAVO.
Illustratie: Milan Lobik
[1] Gallois, Dominique. 2025. ‘The ‘war economy’ in France, from concept to reality’. Le Monde, 13 March 2025. https://www.lemonde.fr/en/economy/article/2025/03/13/the-war-economy-in-france-from-concept-to-reality_6739098_19.html
[2] Ministerie van Defensie. 2024. ‘Defensienota 2024’. https://www.defensie.nl/onderwerpen/d/defensienota
[3] Rijksoverheid. 2024. ‘Wet weerbaarheid defensie en veiligheid gerelateerde industrie.’ https://www.internetconsultatie.nl/wetweerbaarheiddefensieenveiligheidgerelateerdeindustrie/b1
[4] European Commission. 2025. White Paper for European Defence – Readiness 2030. As of 27 June 2025: https://commission.europa.eu/document/download/e6d5db69-e0ab-4bec-9dc0-3867b4373019_en?filename=White%20paper%20for%20European%20defence%20%E2%80%93%20Readiness%202030.pdf
[5] Reuters. 2025. ‘China hits back at US tariffs with export controls on key rare earths.’ 4 April. https://www.reuters.com/world/china-hits-back-us-tariffs-with-rare-earth-export-controls-2025-04-04/
[6] Rijksoverheid. 2025. ‘Kamerbrief kritieke grondstoffen en afhankelijkheden in toeleveringsketens defensie-industrie.’ https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/01/13/kamerbrief-kritieke-grondstoffen-en-afhankelijkheden-in-de-toeleveringsketens-binnen-de-defensie-industrie-december
[7] European Union. 2024. ‘Regulation (EU) 2024/1252 of the European Parliament and of the Council of 11 April 2024 establishing a framework for ensuring a secure and sustainable supply of critical raw materials and amending Regulations (EU) No 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 and (EU) 2019/1020.’ https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=OJ:L_202401252
[8] European Commission. 2024. ‘Critical Raw Materials Act.’ https://single-market-economy.ec.europa.eu/sectors/raw-materials/areas-specific-interest/critical-raw-materials/critical-raw-materials-act_en
[9] Hool, Alessandra, Christoph Helbig & Gijsbert Wierink. 2023. ‘Challenges and opportunities of the European Critical Raw Materials Act’. Mineral Economics, ISSN 2191-2211, Springer, Vol. 37, Iss. 3, pp. 661-668, https://doi.org/10.1007/s13563-023-00394-y
[10] Reuters. 2025. ‘EIB to limits on defence financing, broaden scope of eligible projects.’ 4 March. https://www.reuters.com/world/europe/eib-lift-limits-defence-financing-broaden-scope-eligible-projects-2025-03-04/
[11] European Labour Authority. 2024. ‘Labour shortages and surpluses in Europe 2023.’ https://www.ela.europa.eu/en/publications/labour-shortages-and-surpluses-europe-2023