Atlantisch Perspectief
Europa dereguleert Big Tech. Onder druk van Trump en de techlobby, zeggen critici
Deel II van de artikelserie 'Tech en Trump: Ideeën, macht en impact van big tech'
In het kort:
Dit is deel II van een artikelserie over de ideeën, de agenda én de macht van ‘big tech’ in de VS, en de effecten hiervan op Europa en Nederland. Lees hier deel I: Hoe de Verlichting in duisternis eindigt
Met het uitstel van grote delen van de AI Act heeft Brussel de eerste stap gezet in het adopteren van de zogenaamde Omnibus-aanpak van de Europese Commissie. Critici noemen dit een ingrijpende uitholling van Europese wetten voor tech, AI en internet, onder invloed van Trump en de Amerikaanse techlobby.
Opeens was het voor de hele wereld zichtbaar. Bij de inauguratie van Donald Trump zaten de techbro’s op de eerste rij. Dat hun bedrijven het onder Trump makkelijker zouden krijgen dan onder Biden, liet zich makkelijk raden. Maar wat nog niet duidelijk was, was hoe de alliantie tussen Big Tech en de regering van Trump zelfs in Europa tot deregulering van tech en AI zou leiden. En zo evident is dat nog steeds niet, aangezien de Europese Commissie een nieuw pakket aan maatregelen presenteert als een plan dat bedoeld is om regels te versimpelen en de concurrentiepositie van de Europese techindustrie ten opzichte van Big Tech te versterken, terwijl het effect volgens critici het tegenovergestelde is: juist Amerikaanse techbedrijven zijn met de nieuwe aanpak geholpen.
Eind maart werd de eerste stap gezet in het doorvoeren van de plannen, toen het Europarlement besloot grote delen van de EU AI Act, de wet die beoogt Europese burgers te beschermen tegen de risico’s van AI, 1 of 2 jaar uit te stellen. Naast ‘simplificatie’ gaf de Commissie als reden dat de deadlines te krap waren voor de techindustrie om haar AI-systemen tijdig te kunnen aanpassen aan de nieuwe regels. De werkelijke reden, zo blijkt onder meer uit onderzoek van Politico, een publicatie van The Brussels Times en een rapport van de non-profitorganisatie Corporate Europe Observatory (CEO) en LobbyControl, is dat Europa gezwicht is voor de alliantie van Trump en Big Tech.
Steun van big tech
Die alliantie kwam niet uit de lucht vallen – in zekere zin is deze Trump-regering zelfs door techmiljardairs in het zadel geholpen. Al in 2022 werd JD Vance, de huidige vicepresident, door techmiljardair Peter Thiel naar voren geschoven als senator in de staat Ohio. Het was Thiel die Vances campagne grotendeels financierde. Vervolgens doneerde Elon Musk grote bedragen aan de campagne van Trump. Toen Trump eenmaal was verkozen, volgden andere techmiljardairs Musks voorbeeld. OpenAI-baas Sam Altman doneerde 1 miljoen dollar uit eigen zak aan Trumps inauguratie en president Greg Brockman van datzelfde OpenAI en zijn vrouw gaven samen nog eens 15 miljoen dollar aan MAGA.
Deze vriendelijke gestes werden snel beloond. De AI-wet van de Biden-regering ging meteen het raam uit en maakte plaats voor supersoepele regels, waarbij techbedrijven in de VS bijna vrij spel kregen. Tegelijk heeft Trump zelf zakelijke belangen in de ontwikkeling van de nieuwe AI-infrastructuur, waarbij datacenters zo groot als Manhattan gebouwd gaan worden. Ook verbood Trump Amerikaanse staten om eigen regels voor AI te maken.
Vervolgens was Europa aan de beurt, met 750 miljoen inwoners een nog grotere afzetmarkt voor Big Tech dan de VS (350 miljoen inwoners). Begin augustus droeg Marco Rubio zijn diplomaten op om te gaan lobbyen tegen de AI Act en de Digital Services Act. Eind augustus kwam Trump zelf daar nog eens overheen, in zijn bekende spierballentaal. Hij dreigde met torenhoge importheffingen voor landen die digitale belastingen en regels aan Amerikaanse techbedrijven zouden opleggen. “Als president van de Verenigde Staten zal ik me verzetten tegen landen die onze fantastische Amerikaanse technologiebedrijven aanvallen. Digitale belastingen, wetgeving rond digitale diensten en regels voor digitale markten zijn allemaal bedoeld om Amerikaanse technologie te schaden of te discrimineren,” schreef Trump op Truth Social.
Rechts EU parlement
De Europese Commissie ging niet meteen overstag. Maar sinds de verkiezingen van 2024 is het Europarlement rechtser dan ooit, een ontwikkeling waar de techlobby handig op inspeelde. Uit het onderzoek van CEO en LobbyControl blijkt dat techlobbyisten vooral via rechtse partijen in het Europarlement recent veel invloed hebben weten uit te oefenen. En in november werd duidelijk dat de Commissie begon te draaien. “De Europese Commissie overweegt om delen van de AI-wet van de EU uit te stellen, na zware druk van bedrijven en de regering van Donald Trump,” schreef The Guardian toen.
Diezelfde maand kwam de Commissie met zijn Digital Omnibus Proposal: een plan dat in de woorden van de Commissie ‘versimpeling’ van techregels beoogt maar feitelijk allerlei privacyregels en AI-wetten op een hoop gooit in een gezamenlijke aanpak die volgens critici – zoals Gianclaudio Malgieri van Universiteit Leiden, Luise Quaritsch van het Jacques Delors Centre en Itxaso Domínguez de Olazábal, wetenschapper op het gebied van databescherming en privacy – neerkomt op een ingrijpende uitholling van onder meer de AI Act, de General Data Protection Regulation (GDPR) en de Digital Service Act.
Optimalisering
In maart werd een deel van het Omnibusplan door het Europarlement goedgekeurd. Dat besloot de deadline voor ‘high risk’ AI-systemen in het onderwijs, recruitment en kredietverstrekking een jaar uit te stellen: dat betekent dat techbedrijven een jaar extra de tijd krijgen om te zorgen dat hun high risk systemen voldoen aan de regels uit de AI-verordering – precies waar Trump in de tweede helft van 2025 om vroeg. De deadlines voor medische toepassingen, speelgoed en machines worden zelfs 2 jaar uitgesteld.
Daarmee is een eerste grote stap gezet in het realiseren van plannen uit de Omnibus-aanpak, die op techgebied bestaat uit een digitale Omnibus en AI-Omnibus, als onderdeel van tien Omnibus-plannen gericht op het ‘simplificeren’ van EU-wetgeving op allerlei gebieden, van milieu tot defensie.
Het idee van een Omnibus-aanpak is alle verschillende wetten op een bepaald terrein, in dit geval tech en internet, te onderwerpen aan één grote versimpelingsoperatie. De Omnibusaanpak op techgebied ‘is een eerste stap om de toepassing van het digitale rulebook te optimaliseren’, zo schreef de Commissie.
Te weinig onderzoek
Maar critici kijken hier anders naar. Zij zien invloed van Trump en de techlobby en benadrukken dat de Omnibus-aanpak niet gebaseerd is op onderzoek en feiten. Hoe weet de Commissie dat haar aanpak het gewenste effect zou hebben? Dat is totaal niet onderzocht. Zulk onderzoek, een zogenoemd impact assessment, zou volgens critici nodig zijn.
Zo beweert de Commissie dat de Omnibus-aanpak goed is voor het Europese midden- en kleinbedrijf, omdat die meer ruimte geeft aan de interpretatie van de wetten. De critici zeggen: dat helpt het Europese midden- en kleinbedrijf niet, dat al hard aan het werk was om aan die regels te voldoen en juist behoefte had aan meer duidelijkheid en houvast. Maar het helpt Big Tech wel, omdat die grote bedrijven meer middelen hebben om van de nieuwe interpretatieruimte te profiteren.
Nieuwe criteria
Ook is er kritiek op de introductie van het begrip ‘gerechtvaardigd belang’: daarmee geeft de Omnibus-aanpak AI-bedrijven de ruimte om allerlei regels te ontduiken, zoals gebruik van persoonlijke data bij training van AI-systemen, als ze zelf vinden dat zij er een ‘gerechtvaardigd belang’ bij hebben.
Dit nieuwe criterium geeft techbedrijven volgens critici veel te veel vrijheid.
Tegelijk verzwakt het voorstel de bescherming onder de GDPR voor het automatiseren van beslissingen over toegang tot kredieten, banen, verzekeringen en publieke voorzieningen – denk aan de Toeslagenaffaire – zonder menselijke interventie. Het voorstel verruimt de mogelijkheden voor bedrijven om zulke gevoelige beslissingen over mensenlevens aan computers over te laten en ondermijnt de bescherming van burgers tegen oneerlijke beslissingen.
Ook beperkt de Omnibus-aanpak transparantieverplichtingen voor fabrikanten van AI-systemen die onder high risk vallen volgens de AI Act, omdat de bedrijven onder het voorstel meer ruimte krijgen om dit zelf te bepalen. Zulke beoordeling moet aan strenge externe controle gebonden zijn, wat de omnibus-aanpak nu juist loslaat. Wat het doel van ‘simplicatie’ betreft, zijn de critici ook vernietigend: ‘De Omnibus zorgt voor complexiteit in plaats van duidelijkheid’, aldus Domínguez de Olazábal.
Uitstel en versoepelingen
De Omnibus is eigenlijk, zo luidt de kritiek, een groot pakket aan voorstellen die alle Europese wetten van de laatste jaren die burgers beschermen tegen techbedrijven feitelijk lek prikken. Ieder aspect van het voorstel op zich mag een technische aanpassing lijken, allemaal tezamen zijn ze een bom onder de Europese wetgeving voor tech en internet.
Dat gaat dus niet alleen over uitstel van deadlines voor high-risk AI, maar ook over andere cruciale versoepelingen. Die zijn nog niet allemaal door het Europarlement goedgekeurd, maar met het uitstel van de deadlines uit de AI Act is een grote eerste stap gezet. Ook meldde het Europarlement in maart dat versoepeling van de Digital Services Act, een ander idee uit de Omnibus, op de agenda staat. Daarmee komt ook dit pakket aan maatregelen voor bestrijding van illegale online inhoud, waarborgen voor gebruikers en transparantieverplichtingen voor online platforms, op de helling te staan – een stuk broodnodige techwetgeving, net als de AI-Act.
Denktanks en lobbyisten
Dat dit gebeurt, is vooral het gevolg van de succesvolle techlobby in Brussel, die de laatste jaren sterk gegroeid is. De jaarlijkse lobby-uitgaven van de digitale industrie zijn gestegen van €113 miljoen in 2023 tot €151 miljoen nu – een toename van 33,6% in slechts twee jaar. Eind 2025 liepen er volgens onderzoek (geciteerd in Politico) 890 techlobbyisten rond in Brussel – geteld in fulltime banen, dus het zijn er in werkelijkheid nog meer – tegen 699 in 2023. Daarvan hebben er 437 een badge waarmee ze vrijelijk het Europarlement in en uit kunnen lopen. Zulke lobbyisten benaderen beleidsmakers meestal met een verleidelijke mix van ‘kennis’ over AI en suggesties voor beleid. Juist bij een ingewikkeld onderwerp als AI is dat aantrekkelijk voor politici, die er vaak weinig van weten. Meta is het bedrijf dat het meest uitgeeft aan lobbyen in de EU, met een budget van meer dan 10 miljoen euro.
En dan zijn er nog de denktanks, net iets anders dan lobbyisten. Waar lobbyisten ervoor uitkomen dat zij een belang behartigen van bijvoorbeeld de techindustrie, presenteren denktanks zich vaak als neutraal. Maar de vraag is: wie betaalt die denktanks? Er gaan jaarlijks vele miljoenen aan Amerikaanse dollars naar denktanks die een grote invloed hebben op Europees beleid, becijferde Follow The Money in oktober. Die miljoenen komen van bedrijven en filantropen, die hun geld meestal in de techindustrie verdiend hebben. Zodoende wordt vaak op een vertakte, niet direct herleidbare manier invloed uitgeoefend op beleid – door partijen met belangen in Big Tech.
Pro-business denken
FTM analyseerde financiële verslagen van 48 prominente denktanks en sprak met tientallen experts, beleidsmakers en (oud-)medewerkers van denktanks. ‘Denktanks vergroten hun geloofwaardigheid door zichzelf af te schilderen als ‘onafhankelijk’, ‘objectief’ en ‘onpartijdig’. Zo krijgen ze toegang tot EU-instellingen, die vervolgens hun beleidsvoorstellen met ze bespreken,’ schreven de journalisten van FTM. Ook hier geldt: omdat technologie zo complex is en zich zo snel ontwikkelt, is er veel ruimte voor de verkapte lobby van denktanks om beleidsmakers ergens van te overtuigen.
Zodoende wordt het Amerikaanse pro-business denken op verschillende manieren gepromoot in Brussel: door directe diplomatieke druk, via lobbyisten van de techindustrie en, minder openlijk, via thinktanks. In haar streven naar deregulering heeft de Amerikaanse regering inmiddels bondgenoten gevonden bij de rechtse fracties in het Europees Parlement. Terwijl de centrumlinkse fracties in het Parlement zorgen hebben geuit over de risico’s van deregulering, hebben de fracties rechts van Von der Leyens eigen EVP het voorstel van de Commissie in november verwelkomd.
Het is lastig daarbij geen enkele invloed van de techlobby te vermoeden – want, om maar een voorbeeld te noemen, alleen al tussen juli 2024 en december 2025 hebben vertegenwoordigers van Meta 38 keer vergaderd met Europarlementariërs van de ECR, Patriots for Europe en Europe of Sovereign Nations. Dat blijkt uit het rapport van Corporate Europe Observatory en LobbyControl: het rapport laat precies punt voor punt zien hoe de plannen uit de Omnibus overeenkomen met dingen waarvoor de Amerikaanse techlobby recent gelobbyd heeft.
Commerciële belangen boven burgers
Volgens Bram Vranken van Corporate Europe Observatory, geciteerd in The Brussels Times, is het “diep ironisch” dat de Europese Commissie haar dereguleringagenda promoot als een manier om de EU concurrerend te maken. “In werkelijkheid geeft ze juist macht aan Amerikaanse Big Tech-bedrijven die het veld domineren.”
Dat is goed nieuws voor de Amerikaanse techindustrie, maar volgens de meeste critici slecht nieuws voor Europese burgers. Zelfs mensen uit de techindustrie, zoals AI-wetenschapper en Nobelprijswinnaar Geoffrey Hinton, die wel de Godfather of AI wordt genoemd, waarschuwen tegen de risico’s en gevaren van AI – die, 3,5 jaar na de lancering van ChatGPT, steeds zichtbaarder worden: psychosociale risico’s van chatbots, gigantische vervuiling van de planeet, uitbuiting van arbeidskrachten in lagelonenlanden, AI-systemen die aan menselijke controle ontsnappen. En toch laten nu ook Europese politici, zo stellen de critici, de commerciële belangen van de techindustrie prevaleren boven die van burgers.
Daarbij wordt beleidsmakers volgens critici telkens weer zand in de ogen gestrooid met het sleetse argument van techbedrijven dat regels innovatie hinderen – een argument dat we niet gebruiken als het gaat om voedsel of medicijnen, omdat we op die gebieden eeuwen ervaring hebben in de omgang met risico’s. Je mag geen ongetest medicijn verkopen omdat dat gewoon gevaarlijk is en we moeten erop kunnen vertrouwen dat we geen voedselvergiftiging krijgen van het eten dat we kopen in de supermarkt. Toch is die manier van denken, zeggen deskundigen, nog niet ingedaald als het gaat over technologie.
Achter de feiten aan
De eerste versie van de AI Act was een mooie stap in de goede richting, al waren – ook door een succesvolle lobby van de techindustrie – chatbots als ChatGPT nog niet eens onder ‘high risk’ geschaard. Dat kwam ook doordat de gevaren van chatbots toen nog niet zo evident waren – ChatGPT was toch vooral een leuke tool om een tekst samen te vatten of een recept voor tomatensoep te geven? Inmiddels weten we hoeveel psychosen en zelfmoorden chatbots veroorzaakt hebben. En zo loopt regelgeving volgens experts altijd al achter de feiten aan – reden te meer om die regels niet ook nog eens een of twee jaar uit te stellen. Dan dreigt de AI Act te veranderen in een scheidsrechter die pas een of twee uur na de wedstrijd luid fluitend het veld op komt gerend. Voor andere onderdelen van het Omnibusplan is het nog niet te laat.
Dus hopelijk, zeggen critici, beseft het Europarlement op die punten wél dat regulering van techbedrijven even noodzakelijk is als verkeersregels. En dat betekent niet dat innovatie hoeft te stoppen. Het gaat erom, bijvoorbeeld wat AI betreft, wat voor AI er ontwikkeld wordt en op wat voor manier, hoe snel het op de markt gebracht mag worden en aan welke regels AI-commercialisering zou moeten voldoen.
Wetteloosheid is troef
Van Trump hoeven we zoiets niet te verwachten: zijn regering zet al vol in op het gebruik van autonome wapensystemen in conflicten zoals de Iran-oorlog, waarbij AI bepaalt welke doelen beschoten en gebombardeerd mogen worden. Dit is volgens deskundigen een roekeloze strategie waar de huidige AI nog lang niet klaar voor is en waarbij mensenlevens op het spel staan. Tegelijk wordt AI ingezet voor massasurveillance en het uitzetten van immigranten: deportation by algorithm.
Zo pakt volgens critici de alliantie tussen Big Tech en Trump uit: wetteloosheid is troef, zowel voor de techindustrie als voor de overheid zelf. Dat zou voor beschaafde Europese landen een afschrikwekkend voorbeeld moeten zijn: juist nu de VS onder Trump alle remmen losgooien, zou Europa het voortouw moeten nemen in techwetgeving die de belangen van burgers voorop stelt.