Atlantisch Perspectief
“Elke oorlog houdt een keer op. Dan moet je zorgen dat er is nagedacht over hoe vrede eruit ziet”
Deel V van de artikelserie 'Denken over Vrede'
Vier jaar na de grootschalige Russische invasie in Oekraïne is een oplossing voor het conflict nog altijd niet in zicht. Een vredesakkoord is niet alleen nodig voor de Oekraïense bevolking, maar ook voor de bredere veiligheid van Europa. In deze serie buigen diverse deskundigen zich over de vraag wat rechtvaardige en duurzame vrede is en wat er nodig is om ook op lange termijn stabiliteit te bereiken. Deze week het laatste deel: Paul van Hooft en Gijsbert van Iterson Scholten gaan in discussie over vrede en nut en noodzaak van afschrikking.
Paul van Hooft (PvH):
“In mijn werk richt ik mij vooral op conventionele en nucleaire afschrikking, dus op het zo hoog mogelijk maken van de kosten die een tegenstander kan verwachten, zodat geen verdere agressie plaatsvindt. Vrede in Oekraïne stel ik me voor als een relatief stabiele situatie waar verdere Russische agressie onwaarschijnlijk is, omdat de risico’s te groot en de kosten daarvan te hoog zijn. Een staakt-het-vuren wordt vaak genoemd als middel om levens te redden. Dat lijkt mij weinig betekenisvol omdat het Rusland tijd geeft om zich beter te bewapenen.”
“Ik erken wel dat dit geen geheel bevredigende uitkomst is, want een vrede in die vorm kan wellicht nog jaren duren – of misschien nooit bereikt worden – en zal nog vele mensenlevens eisen.”
“Gijsbert, ik wilde hier wat meer over nadenken en dacht aan jou. Wij schreven onze proefschriften ongeveer tegelijkertijd, waarbij jij je richtte op de betekenis van vrede en hoe die tot stand kon komen, en ik op de effecten van oorlogservaringen op strategie. Wellicht heb jij een bredere, meer hoopvolle manier om hiernaar te kijken?”
Gijsbert van Iterson Scholten (GvIS):
“Het grote probleem met vrede is dat mensen er veel verschillende interpretaties aan geven, vaak zonder die expliciet te maken. Iedereen is ‘voor’ vrede, maar het maakt nogal uit of je daarmee een wapenstilstand bedoelt, een afschrikkingsevenwicht, harmonieuze relaties tussen gelijken, de annexatie van Oekraïne door Rusland of een rechtvaardige oplossing van het conflict.”
“Zelf zou ik wel voor een wapenstilstand zijn, al ben ik het met je eens dat dat geen duurzame oplossing is. Maar dat is jouw afschrikkingsevenwicht ook niet. Volgens de Amerikaanse vredeswetenschapper Kenneth Boulding is vrede pas echt stabiel als we het ons niet meer kunnen voorstellen dat twee landen ooit nog oorlog met elkaar voeren, zoals tussen Nederland en België bijvoorbeeld.”
“Dat is het tweede grote probleem met vrede: we maken het vaak te groot en te idealistisch. Een van de bekendste definities van vrede is Johan Galtung’s onderscheid tussen negatieve en positieve vrede. Negatieve vrede is de afwezigheid van fysiek geweld – zeg maar die wapenstilstand. Maar positieve vrede is dan meteen de afwezigheid van ‘iedere structurele belemmering op het realiseren van menselijk potentieel.’”
“Dan heb je het dus ook over een einde aan racisme en discriminatie, gendergelijkheid, wellicht een ander economisch systeem, etc. etc. Daar ben ik allemaal best voor, maar het maakt van vrede wel een begrip dat vooral gebruikt kan worden om kritiek te leveren op de huidige status quo. Niet als een praktisch haalbare toestand, zeker niet nu tussen Rusland en Oekraïne. En dat zorgt er weer voor dat mensen cynisch worden over positieve vrede.”
“We moeten volgens mij op zoek naar een idee van vrede dat zowel haalbaar als duurzaam is. Militaire afschrikking hoort daarbij, maar is niet genoeg. Want Europa is toch militair gezien al sterker dan Rusland? Dus waar zou die afschrikking dan nog uit moeten bestaan, Paul?”
PvH:
“We zitten wat dat betreft op één lijn: het is mooi om voor vrede te zijn, maar een te hoge verwachting maakt het onmogelijk. Dat is ook gelijk mijn frustratie met idealisten, namelijk dat ze meer geïnteresseerd lijken in een mooi idee op afstand dan in het oplossen van problemen waar mensen echt mee te maken hebben.”
“Met betrekking tot afschrikking is het belangrijk om op te merken dat Europa op papier inderdaad sterker is dan Rusland. Maar Europa kan de militaire middelen niet bij elkaar optellen omdat het niet één staat is – het geheel is minder dan de som der delen. Bovendien hebben Europese landen zonder de VS niet alle middelen om Rusland af te schrikken, of het nu om voldoende militaire satellieten gaat of voldoende kernwapens. Rusland maakt gebruik van de politieke verdeeldheid binnen Europa en de trans-Atlantische relatie om te zorgen dat die krachten niet effectief gecombineerd worden. Militaire macht is meer dan een Excelsheet, zelfs als je het Russische overwicht in kernwapens wegdenkt.”
“Afschrikking draait echter niet alleen om het hebben van de middelen om pijn toe te brengen, maar óók om de communicatie naar de tegenstander over de bereidheid om dat ook te doen. Voor zover Europa die middelen en de bereidheid heeft, hebben die geen betrekking op Oekraïne. Het is nog niet mogelijk gebleken om Oekraïne veiligheidsgaranties te geven, hoewel Frankrijk en het VK een paar keer met het idee speelden. Het uiteindelijk niet doen, evenals de andere aarzelingen om Oekraïne alle wapens te geven die het nodig heeft, stuurt natuurlijk ook een signaal aan Rusland. Dus in die optiek is de beste weg naar “vrede” een Oekraïne dat militair stand houdt totdat de risico’s van voortzetting van de oorlog voor Rusland te groot zijn.”
GvIS:
“Ik snap wat je bedoelt, maar ik denk dat je zo’n situatie van wederzijdse afschrikking, als we daar al toe kunnen komen, nog geen vrede kan noemen. Misschien een negatieve vrede, maar ik denk dat Galtung wel een punt had toen hij zei dat dat een te beperkte blik is. Een interessante nieuwe benadering die de afgelopen jaren opkomt, gaat ervan uit dat vrede geen toestand is, maar een eigenschap van relaties. Relaties zijn vreedzaam als er sprake is van overleg, een zekere mate van gelijkwaardigheid, en idealiter samenwerking tussen beide partijen.”
“Veel van het onderzoek hiernaar gaat over vrede binnen landen, maar de algemene principes zijn ook geldig tussen landen. De vraag ontstaat dan hoe je de relatie tussen Rusland en Oekraïne meer die kant op kan duwen.”
PvH:
“Is het mogelijk om relationele vrede op te bouwen als een van beide partijen het bestaansrecht van de ander niet erkent? Poetin en de rest van het regime hebben meerdere malen de soevereiniteit van Oekraïne ontkend en regimeverandering in Kyiv nagestreefd. Dan is het moeilijk onderhandelen.”
“Veel academische benaderingen van vrede komen vooral voort uit verzoening na een burgeroorlog. Maar natuurlijk gelden daar veel van dezelfde angsten over de naoorlogse verdeling van macht tussen de strijdende partijen en of daar misbruik van gemaakt wordt. Ik zie ook een andere overeenkomst – het is makkelijker vrede te sluiten met een groep of een staat, maar moeilijker met specifieke personen die verantwoordelijk zijn voor de pijn die jij, jouw familie, of jouw gemeenschap persoonlijk hebben ervaren.”
“Dat brengt mij terug op Rusland en specifiek op Poetin – is het mogelijk om vrede te sluiten met één individu die zo duidelijk als hoofdverantwoordelijke wordt beschouwd voor de oorlog en dus ook voor de wreedheden? Zijn daar voorbeelden van?”
GvIS:
“Tja. Er zijn natuurlijk in het verleden deals gesloten met de meest uiteenlopende dictators. Hoewel er na het einde van de Koude Oorlog ook heel sterk een beweging opkwam om juist dat soort leiders wél ter verantwoording te roepen. De oprichting van het Internationaal Strafhof in 1998 is daar het meest treffende voorbeeld van. En hoewel er op dat hof ook de nodige kritiek mogelijk is, is het denk ik wel een belangrijke schakel in het bereiken van duurzame vrede.”
“Uiteindelijk is het namelijk veel makkelijker als je de schuld van een oorlog gewoon op één kwaadwillende leider af kan schuiven. Die fungeert dan mooi als zondebok, waardoor de rest van de bevolking kan werken aan het proces van verzoening. Na de Tweede Wereldoorlog zag je dat heel mooi tussen Duitsland en de rest van Europa. Herstel van de relatie was mogelijk, juist doordat er afstand werd genomen van het naziregime.”
“Dat zou in Rusland misschien ook moeten gebeuren. Een machtswisseling, waarna het nieuwe regime Poetin overdraagt voor berechting en er een nieuw begin gemaakt kan worden. Of dat realistisch is weet ik niet. Maar anders is de enige optie doorvechten tot een van de partijen wint.”
PvH:
“Een duidelijke Russische of Oekraïense overwinning zou inderdaad een duurzame vrede vergemakkelijken. Maar hoe zou die er in dit geval uitzien? Wat betekent ‘winnen’? Voor grootmachten zijn de absolute nederlagen van Duitsland en Japan in de Tweede Wereldoorlog eerder uitzondering dan regel. In het nucleaire tijdperk is het moeilijk voor te stellen dat een grootmacht met kernwapens een volledige overgave tekent. En een volledige overwinning voor Rusland betekent het einde van Oekraïne als zelfstandige staat.”
“Een Russische annexatie van de oblasten in Oost-Oekraïne zou ook moeilijk te accepteren zijn, want voor een Oekraïense regering zou dit betekenen dat miljoenen Oekraïense burgers achterblijven in bezet gebied waar ze overgeleverd zijn aan Russische mensenrechtenschendingen.”
“Ook na een eventuele leiderschapswissel in Rusland blijft natuurlijk de onzekerheid of de Russische visie op Oekraïne verandert. Ik zie een nieuw Russisch regime niet snel Poetin overdragen aan het Internationale Gerechtshof, want dat zou een aanzienlijke vernedering zijn voor Rusland als grootmacht. Dan komen we weer terug bij een min of meer stabiele staat omdat Oekraïne militair sterk genoeg is.”
GvIS:
“Ik vind het vooruitzicht dat we vooral Oekraïne in staat moeten stellen de oorlog vol te houden – of zelfs te escaleren – nog steeds geen aanlokkelijk vredesperspectief. Dus ik waag nog een poging. Want naast de relationele dimensie van positieve vrede zijn er nog meer dimensies. Eén daarvan is het opbouwen van sterke en onafhankelijke instituties. Juist om te zorgen dat als de relaties slecht zijn en de intenties ook, je iets hebt om op terug te vallen. Nu de VN zo onder druk staan, is ook dat niet gemakkelijk.”
“Maar je ontkomt er, denk ik, niet aan om een wapenstilstand te koppelen aan een stevig nieuw institutioneel kader. Elke crisis biedt ook een kans. Dat zien we nu al in de herschikking binnen de NAVO, waarbij Europa een unieke kans heeft zich los te maken van de botte machtspolitiek van de VS. En ook binnen de VN zouden nu eindelijk de broodnodige hervormingen doorgevoerd kunnen worden, als we de Chinezen ervan kunnen overtuigen dat dit ook in hun belang is. Maar ook dat is een zaak van lange adem, waarbij ik niet zeker weet of Oekraïne er direct mee geholpen gaat zijn.”
PvH:
“Wij tweeën lijken eveneens enigszins in een impasse te zitten – hoewel in ons geval gelukkig niet een gewelddadige. Ik erken alles wat je zegt over een duurzame vrede, maar ik zie weinig mogelijkheden daartoe tussen Rusland en Oekraïne, nu of op de korte of middellange termijn. Ik zie noch Russische intenties om tot vrede te komen, noch de VN de interne verlamming overstijgen, noch een China dat zich een actieve rol wil aanmeten. Sterker nog, China heeft geprofiteerd van deze oorlog zolang deze de Europeanen en de VS afleidt.”
“Ik zie ook een fundamenteel verschil in onze uitgangspunten; oorlog is geen tijdelijke bevlieging van leiders, maar een strategische keuze. Misrekeningen zijn weliswaar constant, maar niet iedereen wil vrede.”
“Daarom blijf ik erbij dat vrede er allereerst ervan afhangt om de agressor – dus Rusland – te overtuigen dat het voortzetten van agressie geen zin heeft. En dat gaat het beste met een goed bewapend Oekraïne, ondersteund door Europa. Als het de oorlog voortzet, loopt het Russische regime een steeds groter risico om dermate te verzwakken dat het de controle verliest over de deelrepublieken, of dat het niet meer kan voorkomen dat het land permanent afhankelijk is van China, of zelfs een vazalstaat wordt. Niet een optimistisch vooruitzicht van mijn kant, een gewapende ‘negatieve’ vrede.”
GvIS:
“Ik houd toch wel hoop. Hoewel we natuurlijk eigenlijk veel te laat zijn met na te denken over vrede met Rusland. Mient Jan Faber, mijn copromotor, zei mij ooit dat, zodra de oorlog uitbreekt, de vredesbeweging uitgepraat is. En ergens had hij daarmee wel een punt. Je moet investeren in vrede als er nog geen oorlog is. Relaties opbouwen, gebaseerd op respect voor de diversiteit van opvattingen over hoe de wereld zou moeten functioneren. Zorgen dat je mensen met de juiste intenties vindt – en steunt. Instituties versterken en werken aan je eigen weerbaarheid. Voor Rusland zijn we daar misschien te laat mee.”
“Maar elke oorlog houdt een keer op. Omdat het regime valt, omdat het economisch niet meer vol te houden is, of in het slechtste geval, omdat het kanonnenvoer op is. En juist dan moet je zorgen dat er nagedacht is over hoe de vrede eruit moet zien. Want als je dat niet doet, dan kom je nooit verder dan een wapenstilstand, die in stand gehouden moet worden door steeds dodelijker afschrikking. En dat is voor mij geen vrede.”