Atlantisch Perspectief
Digitale autonomie en waarom het tijd is om te handelen
Deel III (slot) van de artikelserie 'Tech en Trump: Ideeën, macht en impact van big tech'
In het kort:
Dit is deel 3 van een artikelserie over de ideeën, de agenda én de macht van ‘big tech’ in de VS, en de effecten hiervan op Europa en Nederland. Lees hier deel 1 en deel 2 .
De veranderende geopolitieke omstandigheden en de verwevenheid van Amerikaanse Big Tech met ondemocratische denkbeelden roepen een ongemakkelijke, maar noodzakelijke vraag op: is het afnemen van Amerikaanse tech-producten en diensten nog wel de beste besteding van ons geld?
Deze week zou wel eens in de geschiedenisboeken terecht kunnen komen. Staatssecretaris Willemijn Aerdts (D66) heeft de overname van Solvinity, het bedrijf dat onder andere DigID host, door het Amerikaanse Kyndryl, verboden op grond van digitale autonomie. Het is een sluitstuk na een lang maatschappelijk debat waarin DigiD het symbool werd voor onze nationale digitale autonomie. Als we over tien jaar, vanuit onze autonome digitale wereld, terugkijken op deze roerige geopolitieke jaren, dan zou dit zomaar een kantelpunt kunnen zijn.
Dat is de wens voor over tien jaar. Op dit moment bestaat onze digitale autonomie vooral uit een groep experts die keer op keer benadrukken dat we ‘digitaal autonomer’ moeten worden. Dat is een lastig begrip dat in de basis niets meer betekent dan het hebben van keuzevrijheid. De keuzevrijheid van organisaties om zelf te bepalen hoe ze omgaan met hun kritische processen en data. Om bijvoorbeeld te kiezen of je een chatbot wil toevoegen aan je werkplek, onder welke voorwaarden en voor wie. Deze keuzevrijheid hebben we op dit moment nauwelijks. Veel organisaties hebben bijna hun hele digitale omgeving bij één aanbieder staan, waardoor weggaan heel complex en duur is. Daarnaast werken alternatieven minder goed dan de nieuwe producten van deze leverancier zelf.
Vrij om te gaan
Het is een beetje alsof je wilt verhuizen en niet alleen je spullen mee moet nemen, maar je hele huis, de parkeerplaats en de leidingen van en naar je huis. Je huis past vervolgens minder goed op de nieuwe plek en ook de leidingen sluiten net niet goed aan. Dat maakt deze operatie een stuk duurder, onhandiger en complexer dan je spullen in een doos stoppen en gaan. In theorie ben je dus vrij om te gaan, in praktijk begin je er niet aan.
Al deze individuele vormen van digitale autonomie bij elkaar opgeteld bepalen de digitale soevereiniteit van Nederland. De keuzevrijheid van een land in het digitale domein: de mogelijkheid om eigen wetten, normen en democratische waarden te stimuleren en te handhaven, ook als het gaat om technologie. De kern van het probleem: dit is er nu nog onvoldoende. Nederland en Europa hebben te weinig zeggenschap als het gaat om de grote technologische vraagstukken van onze maatschappij. Bijvoorbeeld als het gaat om de impact van sociale media op onze samenleving, het voorspelde verlies van banen door AI of de gigantische hoeveelheid data die nu over ons verzameld wordt.
Waar komen we vandaan?
De afgelopen decennia leefden de Europese Unie en ook Nederland onder de aanname dat wederzijdse afhankelijkheid zou leiden tot mondiale welvaart en democratie. Als bewijs van goed vertrouwen maakten we onszelf afhankelijk van andere landen, met als resultaat dat we nu meer afhankelijk zijn van de VS en China dan zij van ons.
Deze strategische miscalculatie wordt nu keihard tegen ons gebruikt. De tweede regering Trump ziet dit niet als een blijk van goed vertrouwen, maar juist als een strategische tekortkoming. Neem bijvoorbeeld de National Security Strategy van de Verenigde Staten. Hierin draait het niet langer om bondgenootschappen, stabiliteit of het bewaken van vrede en democratie. In plaats daarvan is de toon verhard en staat macht centraal. Europa mag eraan geloven: “As such, it is far from obvious whether certain European countries will have economies and militaries strong enough to remain reliable allies.” Duidelijker zal het niet worden: Houd je eigen broek op, anders hoef je niet meer op ons bondgenootschap te rekenen.
Daarnaast is er de ongemakkelijke verwevenheid tussen de Trump-regering en de techbro’s, iets waar eerder in deze serie al uitgebreid over geschreven is. Kort samengevat: Elke euro die we uitgeven aan Big Tech, draagt direct of indirect bij aan de macht en middelen van partijen die onze democratie liever kwijt dan rijk zijn. Zowel qua ideologie als qua lobby zien we dit sterk terug.
Dat roept een ongemakkelijke, maar noodzakelijke vraag op: is het afnemen van deze Amerikaanse producten en diensten nog wel de beste besteding van ons geld? Voor overheden weegt deze vraag nog zwaarder: is dit wel de beste besteding van belastinggeld?
De oplossing is helder
Gelukkig is er ook goed nieuws. Op eigen benen staan betekent ook dat er enorme economische kansen liggen als we investeren in onze eigen techbedrijven. Waar andere grote strategische uitdagingen vooral geld lijken te kosten, gaat digitale autonomie ons waarschijnlijk juist veel opleveren. Europa heeft de budgetten, bedrijven en kennis om het tij te keren.
Er zijn inmiddels ook al goede voorbeelden van. De Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein is bezig met een volledige migratie naar open-source software. Wat hier heel tof aan is, is dat het niet alleen gaat over ‘weg van Big Tech’, maar ook over het bewegen naar een meer open, en dus meer democratisch controleerbare overheid. Een digitale omgeving dus die aansluit bij Europese normen en waarden.
Een ander voorbeeld: Duitsland koos, na een brede maatschappelijke discussie, voor software van het Franse ChapsVision, in plaats van het Amerikaanse Palantir. En de Franse overheid zelf besloot dat de hele overheid (2,5 miljoen werkplekken) over moet gaan open-source werkplekken en op Linux, een open-source besturingssysteem.
Waarden als startpunt
Boven dit soort goede voorbeelden hangt natuurlijk een groter verhaal. Een verhaal waarin we Europese normen en waarden terug kunnen brengen in de technologie die we gebruiken. In de digitale wereld van nu zijn we consumenten. We gebruiken de producten, maar hebben geen invloed op hoe ze ontwikkeld worden en waarom. De mensen die het internet vormgeven, doen dat met een eigen perspectief, verhaal, overtuiging én eigen blinde vlekken. Veel van de neveneffecten zijn daarmee een ontwerpkeuze en geen onvermijdelijke uitkomst.
Hoe meer technologie we kopen bij bedrijven die in lijn handelen met de toekomst die wij graag voor ons zien, hoe meer macht ons gedachtengoed krijgt en dus hoe vormender het zal zijn voor onze (digitale) wereld. Onderschat niet de invloed die we kunnen hebben op het moment dat we goed gedrag belonen, in plaats van goede initiatieven te laten concurreren met de bedrijven die geen boodschap hebben aan ethiek, maatschappelijk waarde of onze democratie. Dat zou betekenen dat onze normen en waarden niet meer een nice to have zijn, maar een startpunt. En nog een stap verder, onderschat niet hoe tof de digitale toekomst eruitziet op het moment dat we deze wereld inzetten om elkaar te verbinden en elkaar te versterken.
Zelden waren er zulke complexe problemen met zulke heldere oplossingen en hoopgevende perspectieven. We weten wat het probleem is en de oplossingen zijn al beschikbaar. Het vraagt alleen om actie, en daar zit nu net de weerstand.
Ontelbaar veel alternatieven
De uitdaging van digitale autonomie voelt misschien groot, maar elke organisatie kan vandaag al beginnen. Het is geen kwestie van wachten op nieuwe wetgeving, grote budgetten of revolutionaire technologie. Het maakt ook niet uit of je ‘slechts’ een individuele burger bent of een multinational, er is handelingsperspectief voor iedereen.
Voor individuele burgers zijn er ontelbaar veel alternatieven waar je naar over kunt stappen die gebruiksvriendelijk(er) zijn en waarvan de overstap niet complex hoeft te zijn. Positieve bijvangst: minder tracking, minder reclames en geen ongevraagde AI-slop in de browser. Start op de website van Bits of Freedom, die een handige overstapgids heeft gemaakt en je zo stap voor stap door het proces heen helpt.
Voor organisaties is het minder laagdrempelig, maar nog steeds is het goed om te beginnen. Onze launching customer was de gemeente Amsterdam. Hun proces biedt een goede basis om te beginnen en is volledig publiek beschikbaar. In het kort:
1). De gemeente Amsterdam is begonnen met het in kaart brengen van haar afhankelijkheden. Welke leveranciers, hoeveel werkplekken, hoeveel mensen, welke technologie? Het is allemaal aan bod gekomen. Zonder inzicht kan je een probleem niet oplossen en daarom is dit de eerste stap. Of in populaire taal: erken eerst maar eens dat je verslaafd bent.
2). Daarna is er een meerjarenplan gemaakt. Hierin is gekeken wat er veranderd moet worden, waar en op welke tijdlijnen dat realistisch is. Grote aanbestedingen kunnen zomaar een doorlooptijd van 10 jaar hebben, dus het kan ook zijn dat er pas over 5 jaar grote stappen gezet kunnen worden. Dat kan prima zijn, als de voorbereiding om die stap te zetten maar wel in gang gezet wordt. Ondertussen kunnen er natuurlijk wel kleinere stappen gezet worden of risico’s op een andere manier gemitigeerd.
3). Veranker digitale autonomie in beleid. Deze tip is voor grotere en formelere organisaties nuttiger, maar op het moment dat autonomie door inkoop standaard wordt meegenomen, is de kans groter inkoop niet standaard bij de usual suspects uitkomt. Ben je een kleine organisatie, investeer bij het volgende product dat je inkoopt eens in het vinden van een Europese leverancier.
Zo zijn er nog legio voorbeelden van wat je zelf kunt doen om onderdeel te worden van de oplossing. De keuzes die we vandaag maken, bepalen de wereld van morgen. Deze toekomst geven we vorm door vandaag te handelen. Het hoeft niet in één keer of gelijk perfect te zijn. Het moet alleen wel vandaag.
Foto: Shutterstock