Atlantisch Perspectief
“De Indiase buitenlandpolitiek biedt lessen voor Europa”
Interview met Ruhee Neog (IPCS New Delhi)
In het kort:
Al sinds India in 1947 onafhankelijk werd, zet het land vol in op strategische autonomie. Dankzij een evenwichtig buitenlandbeleid slaagt India erin goede werkrelaties te onderhouden met de meeste landen en vermijdt het om meegezogen te worden in de competitie tussen grootmachten. In de manier waarop India het geopolitieke spel speelt ziet Ruhee Neog waardevolle lessen voor Europa.
India is een complex en soms moeilijk te doorgronden land met een al even complex buitenlandbeleid. Dat geldt niet alleen voor ons in Europa, maar ook voor de Indiërs zelf, zegt Ruhee Neog. Neog is analist op het gebied van veiligheid en internationale betrekkingen bij het IPCS in New Delhi, waar ze zich bezighoudt met nucleair beleid en nucleaire politiek, interstatelijke betrekkingen en de strategische stabiliteit in Zuid-Azië.
Dat India de wereld anders ziet dan Europa, werd al snel duidelijk nadat Donald Trump in november 2024 voor een tweede termijn als president van de Verenigde Staten was gekozen. Uit een peiling van de European Council on Foreign Affairs, gepubliceerd begin 2025, bleek dat de publieke opinie in India bijvoorbeeld verrassend positief stond tegenover een nieuwe termijn voor Trump.
Is de manier waarop India naar de VS kijkt veranderd, nu we anderhalf jaar onderweg zijn in Trumps tweede presidentschap?
“Ik denk dat er in New Delhi nog steeds een voorzichtig optimisme heerst met betrekking tot het presidentschap van Trump. Dit komt vooral vanwege de goede persoonlijke relaties tussen Trump en de Indiase premier Modi. Dit soort persoonlijkheidsgedreven politiek bepaalt voor een belangrijk deel het buitenlandbeleid van zowel de VS als India. Maar opiniepeilingen weerspiegelen niet altijd hoe beleidsmakers de situatie zien. Ik zou zeggen dat er op dit moment vooral veel onzekerheid heerst en dat India, net als andere landen, zich probeert aan te passen aan de geopolitieke chaos die de VS bijna dagelijks veroorzaakt.”
“Het feit dat de internationale, op regels gebaseerde wereldorde momenteel van binnenuit wordt uitgedaagd – door de architect van die orde zelf – creëert een moeilijke situatie voor India. Multilateralisme en alle andere principes die zijn vastgelegd in het VN-Handvest hebben altijd centraal gestaan in het Indiase buitenlandsbeleid. Maar tegelijkertijd heeft India historisch gezien altijd aangedrongen op hervorming van de instellingen die deze multilaterale orde vormen, in de eerste plaats de VN-Veiligheidsraad. De ondermijning van het systeem creëert dus een moeilijke situatie. Maar het biedt ook kansen, omdat er meer dialoog ontstaat over hoe de nieuwe wereldorde eruit zou moeten zien.”
Wat zijn de belangrijkste strategische prioriteiten van India voor de komende 5 tot 10 jaar?
New Delhi heeft grotere mondiale ambities dan het nu laat zien. Maar voordat het land zich echt op het wereldtoneel kan doen gelden, moet het eerst zorgen voor stabiliteit en veiligheid in zijn directe omgeving. Zuid-Azië is een complexe politieke regio met veel potentieel instabiele landen zoals Sri Lanka, Bangladesh en Nepal. Het stabiliseren van de regio is een belangrijke uitdaging voor India en wordt als een eerste prioriteit beschouwd.”
“Het andere aspect hiervan, vanuit een puur veiligheidsperspectief, is dat India geografisch aan twee kanten wordt geflankeerd door nucleair bewapende tegenstanders die bovendien met elkaar samenwerken: China en Pakistan. Dit maakt de relatie met de VS, als India’s belangrijkste strategische partner, cruciaal. De VS heeft een aanzienlijke militaire aanwezigheid in de Indische Oceaan, en de relatie – onder meer via de Quadrilateral Security Dialogue (Quad), waaraan ook Australië en Japan deelnemen – geeft India diplomatieke macht en invloed. De onlangs gesloten vrijhandelsovereenkomst (FTA) tussen India en de EU is om dit soort strategische redenen ook zeer belangrijk voor India.”
Eerder dit jaar riep de Canadese premier Mark Carney ‘middenmachten’ op om nauwer samen te werken om te voorkomen dat ze economisch en politiek worden gedomineerd door de grootmachten. Ziet India zichzelf als zo’n ‘middenmacht’?
Nee, India gebruikt die term niet. Maar de reden dat India sinds zijn onafhankelijkheid in 1947 altijd strategische autonomie als doel heeft gehad, is juist om te voorkomen dat het verstrikt raakt in rivaliteit tussen grootmachten of in invloedssferen. Dit beleid houdt in dat er met verschillende partners wordt samengewerkt, die soms rivalen van elkaar zijn. Het kan dus samenwerken met Rusland en tegelijkertijd met de Verenigde Staten. Of met de Verenigde Staten en tegelijk met Iran. India doet dit om ervoor te zorgen dat het zijn diplomatieke manoeuvreerruimte voortdurend optimaliseert.”
“China is India’s grootste geopolitieke uitdaging, maar tegelijkertijd ook zijn grootste handelspartner. De twee landen werken samen in bijvoorbeeld de BRICS. Maar het heeft dus ook samenwerkingsverbanden zoals de Quad. Dit is een vorm van coalitielogica, waarbij je als het ware kracht uitstraalt via verschillende coalities. Maar de coalities van India zijn nooit militair, en het land is ook zeer voorzichtig om ze niet te militariseren. Zo is de Quad bijvoorbeeld niet tegen China gericht. Het gaat om zeer specifieke kwesties binnen de Indo-Pacifische regio waar de VS, Australië, Japan en India gemeenschappelijke belangen bij hebben, bijvoorbeeld maritieme veiligheid en toeleveringsketens. Maar toch zendt het signalen uit naar landen als China.”
Deze geopolitieke benadering klinkt als iets waar wij in Europa van kunnen leren. Bent u het daarmee eens?
“Ja, en ik zou zelfs zo ver willen gaan te zeggen dat de Europese Unie diezelfde coalitielogica ook toepast, of dat in ieder geval probeert, in haar streven naar een eigen vorm van strategische autonomie. Hoewel ze daar pas heel laat mee begonnen zijn. Ik denk dat iedereen het erover eens is dat de EU zich er pijnlijk van bewust is geworden dat ze niet noodzakelijkerwijs op het trans-Atlantische bondgenootschap kan vertrouwen.”
“Maar ik denk wel dat de logica tussen Europa en India enigszins verschilt. Wat India voortdurend nastreeft is zoveel mogelijk onafhankelijkheid. Uiteraard altijd in het besef dat er altijd politieke beperkingen en externe druk zullen zijn bij het nemen van beslissingen in het eigen belang. Wat ik in Europa denk te zien is een vorm van onafhankelijkheid die wordt nagestreefd via onderlinge afhankelijkheid met partners. Dat is noodzakelijk, maar maakt het ook moeilijk om een één-op-één vergelijking te maken tussen Europa en India.”
Ziet India de EU als een belangrijke geopolitieke speler?
“De EU is op dit moment van groot belang voor het Indiase buitenlandbeleid, en met name de vrijhandelsovereenkomst. En India is ook belangrijk geworden voor het buitenlandbeleid van de EU, maar ook voor de individuele lidstaten. Er is dus sprake van een tweesporenbeleid, waarbij bilaterale afspraken over specifieke kwesties worden gemaakt. Voor India en Nederland gaat het daarbij vooral om halfgeleiders, waterbeheer en bepaalde defensietechnologieën. Daarom hebben India en Nederland na het bezoek van Modi ook een nieuw strategisch partnerschap ondertekend.”
“Wat dit precies betekent is nu nog moeilijk te zeggen. Maar omdat India geen formele allianties heeft, wordt het strategisch partnerschap gezien als het hoogste niveau van een bilaterale relatie. Ik denk dat het in symbolische zin betekent dat er prioriteit en voorrang aan de relatie wordt toegekend. Maar India heeft veel strategische partnerschappen. De beoordeling van dit partnerschap zal dus gebaseerd zijn op de resultaten.”
Dit gesprek vond plaats tijdens de Next Gen: Security Conference in Den Haag.
Fotos: Cynthia van Elk, Shutterstock