Atlantisch Perspectief
Europa tussen machtspolitiek en samenwerking
Deel I van artikelserie 'Denken over Vrede'
Vier jaar na de grootschalige Russische invasie in Oekraïne is een oplossing voor het conflict nog altijd niet in zicht. Een vredesakkoord is niet alleen nodig voor de Oekraïense bevolking, maar ook voor de bredere veiligheid van Europa. In deze serie buigen diverse deskundigen zich over de vraag wat rechtvaardige en duurzame vrede is en wat er nodig is om ook op lange termijn stabiliteit te bereiken. Deze week: Sabine Mengelberg over hoe het Europese denken over vrede kan en moet veranderen.
Oorlog in Europa, het Midden-Oosten en Afrika; een trans-Atlantische relatie onder hoogspanning; een Europese Unie waarin de eenheid ontbreekt; en voor Europa de keuze tussen derisking of decoupling ten opzichte van China en soms ook de Verenigde Staten. Dit is niet de wereldorde die we na de Koude Oorlog verwachtten, toen we dachten dat het ‘einde van de geschiedenis’ en de tijd van eeuwige vrede was aangebroken. In plaats daarvan zijn we, volgens velen, beland in een tijdperk van machtspolitiek, fragmentatie en blokvorming.
Het beeld van de internationale politieke verhoudingen laat weinig ruimte voor twijfel: grootmachten domineren opnieuw en multipolariteit verdringt de op regels gebaseerde internationale orde (zoals bedoeld in artikel 1 van het VN-Handvest). Een uitzicht op vrede in Europa lijkt ver weg, laat staan in de rest van de wereld. Hoe moet Europa (hier omschreven als de EU-lidstaten aangevuld met Noorwegen, het VK en Canada) zich verhouden tot deze realiteit, terwijl het zelf is gebouwd op het streven naar vrede, democratische waarden, rechtsstatelijkheid en multilateralisme?
Machtsbalans
Vrede is historisch gezien nooit een eenduidig of universeel begrip geweest. De manier waarop samenlevingen vrede hebben begrepen en georganiseerd, weerspiegelt steeds diepere aannames over macht, menselijk gedrag en politieke orde (zie voor een definiëring van het begrip vrede het boek: Internationale Veiligheidsstudies, Leiden University Press, 2025).
De theorieën van de internationale betrekkingen bieden verschillende perspectieven op vrede. In het klassieke balance of power-model is vrede het – tijdelijke – resultaat van een machtsevenwicht tussen staten (Morgenthau, Waltz). Oorlog is daarin geen uitzondering, maar een permanente mogelijkheid. Dit denken, dominant in Europa vanaf de Vrede van Westfalen (1648) tot in de negentiende eeuw, vertrekt vanuit wantrouwen en stelt strategische nationale belangen boven internationaal recht.
De grootschalige Russische inval in Oekraïne in februari 2022 laat zien dat Moskou deze logica nog altijd toepast. Binnen het Russische veiligheidsdenken staan invloedssferen, bufferzones en militaire afschrikking centraal. Vrede wordt daarbij niet opgevat als een normatief ideaal dat op recht en samenwerking is gebaseerd, maar als een kwetsbaar machtsevenwicht dat, wanneer het wordt verstoord, zo nodig met militair geweld wordt hersteld.

Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog maakte machtsdenken in West-Europa plaats voor een vredesopvatting waarin economische vervlechting zou leiden tot interdependentie tussen staten, waardoor een nieuwe oorlog voorkomen zou worden (Monnet). Een initiatief als de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) ging uit van samenwerking via gedeelde belangen. Hoewel economische afhankelijkheid geen ultieme garantie tegen geweld blijkt, kan zij nog steeds bijdragen aan samenwerking en stabiliteit. Want hoe tegenstrijdig dit ook mag lijken met de grondgedachte van het voorkomen van oorlog, het Rearm Europe-plan — dat 800 miljard euro wil vrijmaken voor de herbewapening van Europa — heeft als doel de EU te versterken door Europese staten gezamenlijk te laten investeren in defensiecapaciteiten.
Internationaal recht
Naast het machtsevenwicht en de naoorlogse nadruk op economische interdependentie ontwikkelde zich na 1945 een derde vredesmodel: de rules-based international order. In de eerste twee modellen werd vrede gedragen door macht of door belangen. In het derde model rustte zij op gedeelde normen, instituties en rechtsregels, met de Verenigde Staten als centrale handhaver daarvan. In de huidige geopolitieke context staat die rol onder druk. Een meer transactionele en onvoorspelbare Amerikaanse buitenlandpolitiek ondermijnt het vertrouwen in consequente handhaving, waardoor de normatieve vredesorde aan geloofwaardigheid verliest en haar afhankelijkheid van nationale politieke wil en machtsbereidheid zichtbaar wordt.
Macht én samenwerking
Hoe dan ook, Europa bevindt zich in een ongemakkelijke positie. Het Europese zelfbeeld, gevormd door vrede op basis van interdependentie, samenwerking en rechtsregels, leek zich decennialang vanzelf uit te breiden. Maar nu lijkt het alsof Europa moet kiezen tussen overleven en overheersen in een tijdperk van toenemende conflicten én gewapende vrede.
Het contrast tussen de EU-veiligheidsstrategieën van 2003 en 2016 spreekt boekdelen. De eerste richtte zich op het exporteren van vrede en conflictoplossing, zelfs tot op mondiaal niveau (het EU-integratiemodel als belangrijkste exportwapen). De tweede, mede door de annexatie van de Krim (2014), legt de nadruk op machtspolitiek en Europese strategische autonomie. Deze lijn wordt voortgezet in het EU Strategisch Kompas van 2022. Daarin staat het belang van strategische autonomie omschreven als het vermogen om zelfstandig te kunnen handelen ter bescherming van haar waarden en belangen; hiervoor is versterking van Europese militaire capaciteiten, besluitvorming en weerbaarheid vereist.
Zo wijst de hernieuwde nadruk op Europese defensie-uitgaven op een terugkeer van balance of power-elementen binnen een orde die zich juist daarvan had willen losmaken, maar dan wel door versterkte samenwerking. De huidige situatie toont daarmee niet de overwinning van één vredesmodel, zoals hierboven beschreven, maar de fragiliteit van alle drie.
Heruitvinding
Kortom, de actualiteit dwingt Europa tot herwaardering van militaire macht en afschrikking. In het debat over de reikwijdte van strategische autonomie rijst daarbij de vraag of Europa zijn kernwaarden — democratie, mensenrechten en de internationale rechtsorde — dreigt op te offeren voor pragmatische samenwerking met autocratische machten, of dat versterkte samenwerking en grotere onafhankelijkheid juist noodzakelijk zijn om deze waarden te beschermen. Betekent de opbouw van een Europese defensie-industrie dat normen en waarden worden ingeruild voor machtspolitiek? Of versterken Europese defensiecapaciteiten Europa juist als een waardengedreven actor, zonder noodzakelijkerwijs te vervallen in een wapenwedloop met China en de Verenigde Staten?
En juist dát is waar Europa mee worstelt: moet het kiezen tussen twee modellen — balance of power en machtspolitiek enerzijds, of integratie gebaseerd op interdependentie anderzijds — of bestaat er een derde weg waarin beide logica’s worden gecombineerd?
Ja, Europa is vooralsnog afhankelijk van de Verenigde Staten voor haar veiligheid. Maar dat betekent niet dat het zich moet laten sturen door Amerikaanse machtsbelangen. Evenmin hoeft Europa zich te laten voorschrijven door Amerikaanse machthebbers dat het ‘verloedert’. Dreigen met tarieven hoeft bovendien geen eenrichtingsverkeer te zijn. Ook vanuit Europese zijde kan dit effectief zijn, zoals recent opnieuw zichtbaar werd in Davos, toen Trump zijn dreiging om Groenland militair te annexeren introk.
Alles tegelijk
Voor Europa wordt daarom een transactionele benadering belangrijk. Niet alleen op het gebied van handelstarieven, maar juist over alle beleidsdomeinen heen. Wanneer land A geen bescherming biedt aan land B, kan land B bijvoorbeeld zijn afzetmarkt voor land A sluiten. Dit illustreert hoe interdependentie, zoals het liberalisme dit beschrijft, tevens kan functioneren als instrument van machtspolitiek tussen staten.
Bovendien laat de wereld zich niet indelen volgens een eenvoudig Risk-bord met scherp afgebakende blokken, oftewel multipolariteit. Naast traditionele machtsblokken ontstaan juist nieuwe vormen van internationale samenwerking, vaak cross-regionaal. Zo zoekt Nederland samenwerking met ASEAN, een samenwerkingsverband van Zuidoost-Aziatische landen; kiest NAVO-bondgenoot Turkije voor aansluiting bij de BRICS; zijn India en Australië samen lid van de Quadrilateral Security Dialogue (QUAD) met de Verenigde Staten, terwijl India tegelijkertijd met China deel uitmaakt van de Shanghai Cooperation Organisation, een door China geleid samenwerkingsverband op veiligheidsgebied waar ook Rusland bij hoort. Ook sloten de EU en India op 27 januari 2026 een vrijhandelsakkoord. Voor Europa is het belangrijk om verder te kijken dan een relatie — goedschiks of kwaadschiks — met het Chinese of Amerikaanse machtsblok en actief samenwerking te zoeken met een bredere groep staten en organisaties.
De weg van Stubb en Carney
Tot slot: het presenteren van een keuze tussen machtspolitiek en het integratiemodel van de EU is contraproductief en helpt Europa geen stap vooruit bij het aanpakken van hedendaagse veiligheidsuitdagingen. Bovendien kan Europa zich niet alleen focussen op het versterken van haar defensie-industrie zonder een politiek antwoord gebaseerd op een strategie. Europa moet zichzelf opnieuw uitvinden en heeft een derde weg nodig: niet óf machtspolitiek óf economische samenwerking, maar beide tegelijk. Onbekend nog, maar daarom niet minder waardevol. Machtspolitiek én samenwerking vormen de kern van value-based realism, zoals benadrukt door de Finse premier Alexander Stubb (The West’s Last Chance, 2025) en de Canadese premier Mark Carney in zijn speech op het World Forum in Davos (2026).
Dit perspectief laat zien hoe steun aan de internationale rechtsorde, strategische autonomie en hardere veiligheidsmaatregelen met elkaar kunnen worden verenigd, zonder afstand te doen van het streven naar vrede en de daarbij behorende democratische normen en waarden. Hieraan voegt interdependentie, in plaats van complete onafhankelijkheid, een extra dimensie toe voor Europa: staten zijn nooit volledig zelfvoorzienend — niet op politiek, militair, economisch of klimaatgebied. Ook China, Rusland en de Verenigde Staten niet. Deze wederzijdse afhankelijkheid kan zowel als machtsinstrument dienen als middel om samenwerking te versterken om daarmee vrede te bereiken.
Illustratie: Jeroen de Leijer