Portrettengalerij |
terug naar overzicht |
|
|
||||||||||
|
Inhoudsopgave Inleiding Levensloop Denkbeelden en beleid Invloed Bronnen Om verder te lezen George Marshall
Generaal George C. Marshall gold als een van de belangrijkste Amerikaanse militairen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij verwierf faam door als minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten het Marshallplan te lanceren. Dit project leverde een belangrijke bijdrage aan het economisch herstel van Europa na de oorlog en stimuleerde de Europese integratie.
Door: Govert-Jan van Wijk en David den Dunnen
Vanaf het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918) bemoeiden de Verenigde Staten zich zo min mogelijk met andere landen. Na een vergeefse poging van Woodrow Wilson (president: 1913-1921) om dit te veranderen, hielden de daarop volgende Amerikaanse presidenten zich voornamelijk bezig met binnenlandse en economische kwesties. Ook toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak in 1939, hield Washington zich in eerste instantie afzijdig. Wel hielp het de Britten door munitie en materieel te verstrekken. Met de Japanse aanval op de Amerikaanse vloot in Pearl Harbor (7 december 1941) en de Duitse oorlogsverklaring aan de Verenigde Staten kort daarna, veranderde de situatie echter drastisch: Amerika was in oorlog.
Vragen/opdrachten:
George Catlett Marshall werd geboren in 1880, in Uniontown in de staat Pennsylvania. Hij studeerde aan het Virginia Military Institute. Na zijn opleiding werd de jonge legerofficier gestationeerd in de VS en op de Filippijnen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vervulde Marshall diverse functies binnen de landmacht. Hij vervulde een belangrijke rol bij de planning van het ‘Meuse-Argonne-offensief’, dat Duitsland uiteindelijk tot overgave dwong.
Tijdens het ‘Interbellum’ (het tijdperk tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog) trainde Marshall soldaten in moderne gemechaniseerde oorlogsvoering. Als hoofd van de Infantry School in Fort Benning, Georgia, hervormde Marshall het trainingsprogramma grondig, en legde daarmee de basis voor een generatie hoge officieren die onder hem zouden dienen in de Tweede Wereldoorlog.
Vanaf 1936 nam de militaire carrière van Marshall een hoge vlucht. In dat jaar werd hij gepromoveerd tot brigadegeneraal. Op 1 september 1939, de dag dat Adolf Hitler Polen aanviel, benoemde de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt Marshall tot U.S. Army Chief of Staff: bevelhebber van de (toen nog) gecombineerde Amerikaanse land- en luchtmacht. Deze promotie maakte Marshall in de praktijk tot de belangrijkste militair in de Amerikaanse krijgsmacht. Er ontstond een uitstekende samenwerking tussen Roosevelt en Marshall. Roosevelt zei eens tegen Marshall: “I couldn’t sleep nights, George, if you were out of Washington”.
Tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog vervulde Marshall de functie van landmachtbevelhebber. In de tweede helft van de oorlog kreeg de luchtmacht een apart commando. Marshall werd in 1944 benoemd tot de speciale oorlogsrang van vijf sterrengeneraal (‘General of the Army’).
Als een van de belangrijkste militair adviseurs van Roosevelt bepaalde Marshall mede de strategie voor de Amerikaanse en geallieerde operaties in Europa. Hij selecteerde Dwight Eisenhower als opperbevelhebber voor de geallieerde strijdkrachten in het Europese oorlogstheater (strijdveld). Marshall coördineerde alle militaire acties van de Amerikaanse landmacht in Europa en in het Pacifisch gebied (de Grote Oceaan). Zijn belangrijkste en indrukwekkendste verrichting was de verwezenlijking van de opbouw van het Amerikaanse leger van 200.000 manschappen bij zijn aantreden in 1939 tot een leger van meer dan 8 miljoen troepen aan de vooravond van de invasie in Normandië. Vanwege zijn positie was Marshall al vanaf 1941 op de hoogte van het bestaan van het cruciale Manhattan-project. Marshall stond verder de Amerikaanse president bij tijdens de grote conferenties over hoe de wereld er uit zou moeten zien na de oorlog. Vanwege zijn verdiensten als militair noemde de Britse premier Winston Churchill hem “the true organiser of victory”.
George Marshall werd door president Harry Truman (Roosevelts opvolger) in 1947 benoemd tot Secretary of State (minister van Buitenlandse Zaken) van de Verenigde Staten. In een rede aan de Harvard-universiteit sprak Marshall op 5 juni 1947 over het belang van een Amerikaanse bijdrage aan het Europese herstel. Zijn voorstel kreeg bekendheid als het Marshallplan, de populaire benaming voor wat officieel het European Recovery Program heette.
In 1949 nam Marshall afscheid van de politiek om voorzitter te worden van het Amerikaanse Rode Kruis. In 1950 keerde hij echter kortstondig terug als minister van Defensie, drie maanden na het begin van de Korea-oorlog. In deze functie herstelde Marshall de kracht van de Amerikaanse troepen, die was aangetast na bezuinigingen onder zijn voorganger Louis A. Johnson. Na een jaar trok Marshall zich definitief terug uit de politiek.
In 1953 ontving George Marshall de Nobelprijs voor de Vrede, waarmee de algemene erkenning werd uitgesproken voor zijn leiderschap, en voor zijn verdiensten voor de integratie van Europa na de Tweede Wereldoorlog – en daarmee voor de vrede.
Marshall overleed in 1959 op 78-jarige leeftijd.
Vragen/opdrachten:
De noodzaak voor een economisch herstelplan voor Europa na de Tweede Wereldoorlog lag voor de hand: de oorlog had Europa grotendeels verwoest. Er heerste hoge inflatie, grote werkloosheid en een enorm tekort aan financiële middelen om de oorlogsschulden en de noodzakelijke importgoederen te kunnen betalen. Het Marshallplan was gericht op de economische en ook de politieke wederopbouw van Europa. De centrale gedachte achter dit herstelproject was dat economische samenwerking tussen landen tot economische groei en welvaart zou leiden en dat door welvaart sociale ontwrichting kon worden voorkómen. Daarmee zou de aantrekkingskracht van het communisme en de invloed van de Sovjetunie voorkomen kunnen worden. Om de benodigde goederen en grondstoffen te kunnen betalen, hadden de Europese landen geld nodig, aangezien Europa weinig te exporteren had en dus nauwelijks inkomsten ontving. De Marshallhulp zou voorzien in de benodigde dollars.
Het Marshallplan werd op 16 april 1948 aanvaard door 16 West-Europese landen, die verenigd waren in de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES). De steun zou lopen tot juli 1953. De OEES was speciaal opgericht om de totale Amerikaanse steun, ter waarde van zo’n 12,5 miljard dollar, te verdelen. (Dit bedrag zou naar huidige maatstaven ongeveer 150 miljard zijn.) Het geld werd als volgt verdeeld: Groot-Brittannië ontving 24%, Frankrijk 21,2%, Italië 11,8%, West-Duitsland 10,8%, Nederland 7,7%, Griekenland 5,5%, Oostenrijk 5,3%, België 4,4%, en de rest van het bedrag ging naar de andere 8 landen.
Het Amerikaanse geld werd gestort in de staatskas van de verschillende Europese landen. Hiervan werden projecten betaald zoals de aanleg van wegen, bruggen, havens en spoorlijnen. Er ontstond weer bedrijvigheid, en daarmee werkgelegenheid. De economie kwam weer op gang. De Europese consumenten en bedrijven kochten op grote schaal grondstoffen, voedingsmiddelen en machines. De goederen die met de dollarhulp konden worden aangeschaft, waren voor het overgrote deel afkomstig uit de Verenigde Staten.
Je zou kunnen zeggen dat de Marshallhulp het economische uitvloeisel was van de zogeheten ‘Truman-doctrine’. President Truman had verklaard dat de Verenigde Staten alle vrije volkeren terzijde zouden staan, wanneer deze bedreigd zouden worden in hun vrijheid door totalitaire regimes. Concreet betekende dit dat landen die door de communistische Sovjetunie werden bedreigd, op militaire en economische steun van de Verenigde Staten konden rekenen. Mogelijk zouden ook West-Europese communisten van de slechte economische situatie gebruik willen maken om een machtsgreep te plegen. Economisch herstel moest verhinderen dat de zojuist herstelde democratische regeringen op die manier zouden worden omvergeworpen. Voorkómen moest worden dat het Sovjet-communisme zich over Europa zou verspreiden. President Truman wilde de Sovjetunie ‘indammen’ (containment). Het Marshallplan was een van de middelen om dit te bereiken, en was daarmee een belangrijk onderdeel van de Amerikaanse buitenlandpolitiek.
Marshall had minder succes met zijn Midden-Oostenpolitiek. Nadat het Britse mandaat over Palestina op 15 mei 1948 afliep, moest de internationale gemeenschap zich beraden over het gewapende conflict dat daar dreigde te ontstaan. De Joodse gemeenschap wilde de onafhankelijkheid van de staat Israël uitroepen. De Arabieren in Palestina wilden de vorming van een Joodse staat juist verhinderen. Als minister van Buitenlandse Zaken wilde Marshall voorkomen dat de situatie zou escaleren in een spiraal van geweld. Dat kon volgens Marshall door het gebied onder toezicht van de Verenigde Naties te stellen en een politiek compromis te vinden dat voor beide partijen aanvaardbaar was. Door deze koers kwam Marshall in conflict met president Truman. De president had een andere aanpak voor ogen en besloot tot onmiddellijke erkenning van de staat Israël.
Vragen/opdrachten:
Veel wetenschappers hebben het Marshallplan onderzocht. Dat heeft geleid tot veel verschillende inzichten en interpretaties. Het ontwikkelen van verschillende opvattingen over een historisch onderwerp wordt een ‘historiografisch debat’ genoemd. Bij het onderzoek naar de invloed van de Marshallhulp leggen sommige onderzoekers de nadruk op de rol die de hulp heeft gespeeld bij het ontstaan van de Koude Oorlog, en wordt gekeken naar de motieven die de Amerikanen hadden voor de hulp aan West-Europa. Uit vrijgegeven, voorheen geheime overheidsdocumenten, kan afgeleid worden dat het Marshallplan ingegeven was door de oprechte wens van de Amerikaanse regering om hulp te verlenen aan West-Europa om zodoende aan de wederopbouw bij te dragen. Het plan was geïnspireerd door de ‘New Deal’ van president Franklin D. Roosevelt.
Anderen richten zich in de eerste plaats op de economische gevolgen van de Marshallhulp voor het herstel van West-Europa. Velen stellen dat de dollarhulp Europa van de economische ineenstorting redde. Anderen geven aan dat uit onderzoek bleek dat er geen acute economische instorting dreigde, omdat tegen de tijd dat de hulp op gang kwam, het vooroorlogse industriële productieniveau van West-Europa alweer was bereikt.
Een derde groep onderzoekers vindt de Amerikaanse bemoeienis met de organisatie van het Europese economische herstel het belangrijkste aspect van het Marshallplan. Onderzoekers constateerden dat het economische herstel in West-Europa hand in hand ging met een nog snellere uitbreiding van de handel tussen de Europese landen. Deze intra-Europese handel (handel binnen Europa) zorgde voor een enorme stijging van de export van de verschillende West-Europese landen en was voor hen dus een bron van inkomsten. Gaandeweg werden de Europese landen steeds afhankelijker van elkaar. Economische samenwerking van de Europese landen was bovendien een belangrijke voorwaarde die de Amerikaanse regering stelde aan de Europeanen voor het ontvangen van de Marshallhulp. In een toespraak benadrukte Paul Hoffman, het hoofd van het Marshallplan in Europa, dat de Amerikaanse hulp zou worden gestopt als er geen Europese integratie tot stand zou komen. De verregaande afspraken tussen de voormalige vijanden op het Continent, en de verschillende organisaties die in Europees verband werden opgezet, zijn dus mede door Amerikaanse bemoeienis tot stand gekomen. Wetenschappers zijn het met elkaar eens dat de economische voorspoed in de jaren ’50 en ’60 in West-Europa in belangrijke mate te danken is aan de Europese economische integratie. De Amerikaanse steun verankerde bovendien de band tussen Amerika en West-Europa.
Vragen/opdrachten:
Boeken:
Boeken:
Websites:
|





