Sinds januari van dit jaar is Djörn Eversteijn voorzitter van Jonge Atlantici.
Hieronder stelt hij zich voor:
De NAVO is een defensie- en een waardengemeenschap
Vanaf januari jl. heb ik, Djörn Eversteijn, het voorzitterschap van Jonge Atlantici overgenomen van Brendan Troost. Ik ben sinds september 2007 als bestuurslid actief geweest en kijk ernaar uit om mij nu als voorzitter voor Jonge Atlantici in te zetten en voort te bouwen op het fundament dat gelegd werd door mijn voorganger en de waarden waar het trans-Atlantische bondgenootschap voor staat sterker dan voorheen te profileren.
Ik kwam voor het eerst in aanraking met de Atlantische Commissie toen ik in het kader van mijn opleiding Europese Studies een scriptie schreef over de rol van de NAVO in de oorlog tegen terrorisme. Toenmalig secretaris-generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer was uitgenodigd om zijn licht te laten schijnen op de uitdagingen voor het trans-Atlantische bondgenootschap aan de vooravond van de top in Riga. Kort na deze bijeenkomst was de oprichting van Jonge Atlantici een feit.
Ruim drie jaar later doet Jonge Atlantici nog altijd van zich spreken. En dat is niet alleen goed maar bovendien nodig. Na het uiteenvallen van de Sovjet Unie werd de relevantie van het meest succesvolle militaire bondgenootschap uit de geschiedenis door een aantal mensen ter discussie gesteld. Desondanks speelde de NAVO een belangrijke rol in het Europese integratieproces door de voormalige Centraal- en Oost-Europese vazalstaten van Moskou te ondersteunen met het ontwapenen en demobiliseren van hun strijdkrachten, en met de reïntegratie van die strijdkrachten in de samenleving. Na de oorlogen op de Balkan en in Kosovo, en ondanks de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten, Madrid en Londen, lijken stabiliteit, vrede en veiligheid voor veel Europeanen te zijn verworden tot vanzelfsprekende verworvenheden. Dit geldt mijns inziens voor alle leeftijdsgroepen, maar voor jongeren in het bijzonder.
Inmiddels heeft het trans-Atlantische bondgenootschap haar zestigste verjaardag gevierd. Waar critici zich afvragen of het bondgenootschap nog wel bestaansrecht heeft in de 21e eeuw, heeft een steeds groter wordende groep mensen nauwelijks een idee waar de NAVO anno 2010 voor staat en waarom de organisatie er, twintig jaar na de val van de Muur, nog altijd toe doet.
Waar de collectieve defensie organisatie zich gedurende de Koude Oorlog toelegde op het garanderen van de stabiliteit en veiligheid binnen de territoriale grenzen van haar lidstaten, kwam er vanaf de jaren negentig in toenemende mate aandacht voor het handhaven en herstellen van orde en stabiliteit in conflictgebieden buiten het bondgenootschappelijke grondgebied. Het voortschrijdende proces van mondialisering zorgt ervoor dat politieke instabiliteit en veiligheidsdreigingen in geografisch afgelegen gebieden als Afghanistan, Pakistan, Irak, Jemen, Somalië en bijvoorbeeld Nigeria niet alleen een bedreiging vormen voor de regio in kwestie, maar tevens uitdagingen vormen voor de bredere internationale veiligheid en stabiliteit.
De NAVO is naast een collectieve defensiegemeenschap ook een waardengemeenschap, die zich naast veiligheid en stabiliteit tevens inzet voor diezelfde democratische waarden die in het Westen zo vanzelfsprekend zijn geworden. En het zijn juist deze waarden die verzoening, veiligheid en stabiliteit op de lange termijn mogelijk maken.
Samen met het bestuur van Jonge Atlantici wil ik mij in het bijzonder sterk maken om jongeren die gewend zijn geraakt aan de zogenaamde vanzelfsprekendheid van veiligheid, stabiliteit en vrijheid bewust te maken van het belang van het voortbestaan van het trans-Atlantische bondgenootschap voor zowel de eigen veiligheid als de internationale stabiliteit en te betrekken in discussies over de uitdagingen die het veiligheidscollectief in de 21e eeuw te wachten staan.
Djörn Eversteijn
