ATLANTIS VERLOREN
AMERIKA EN DE GAULLE VAN 1958 TOT 1969  (2).jpg)
Geschiedkundigen en politicologen hebben ruime aandacht gegeven aan De Gaulle's markante buitenlandse politiek van 1958 tot 1969. Dat geldt niet voor de – vaak felle – reacties op deze politiek. Vooral de reikwijdte van het Amerikaans-Franse debat tussen 1958 en 1969 over de toekomst van Europa en van de trans-Atlantische relatie overtrof die van welk debat tussen bondgenoten ook. Op grond van uitvoerig bronnenonderzoek in Amerikaanse presidentiële archieven heb ik in mijn proefschrift Atlantis Lost de reacties in de Verenigde Staten op De Gaulle geanalyseerd.
Er kan niet worden gesproken van één Amerikaanse reactie. Belangrijk voor de verklaring van de verschillen in de reacties is de vraag naar de buitenlandspolitieke overtuigingen van de Amerikanen zelf. De Gaulle was een bij uitstek conservatief staatsman en dreigde alleen al om die reden in conflict te komen met de liberaal geïnspireerde regeringen-Kennedy en -Johnson. De regeringen-Eisenhower en vooral -Nixon hadden door hun conservatieve signatuur minder moeite met De Gaulle's politieke uitgangspunten.
Het Amerikaans-Franse conflict van de jaren zestig over de trans-Atlantische relatie is dus voor een deel te verklaren uit de ideologische wrijving tussen een destijds van liberale ideeën doordesemd Amerikaanse buitenlandse politiek en een Franse buitenlandse politiek van conservatieve snit. De Amerikaanse kritiek op De Gaulle hing voorts samen met de ambivalentie in de verhouding tussen de Nieuwe en de Oude Wereld. De Fransman belichaamde in de ogen van veel Amerikanen meer dan wie ook het 'oude' Europa dat verantwoordelijk werd gehouden voor twee wereldoorlogen. De afwijzing van het gaullisme in de Verenigde Staten was dan ook tevens een uiting van anti-Europeanisme en zelfs van eurofobie.
De Gaulle kon zich ook weinig gelegen laten liggen aan in Washington levende opvattingen. De Europese bondgenoten waren over het algemeen niet van zins conflicten met Frankrijk op de spits te drijven, mede gelet op de Franse positie in de EEG. De opeenvolgende Amerikaanse presidenten bleven bovendien streven naar een werkbare relatie met hun Franse tegenpool. Hoewel de Amerikaanse verontwaardiging soms tot grote hoogte steeg, toonde de Amerikaanse reactie op De Gaulle's buitenlandse politiek dan ook vooral de inschikkelijke kant van de naoorlogse Amerikaanse hegemonie in West-Europa.
In tegenstelling tot veel anderen denk ik dat 'De Gaulle' wel degelijk effect had op de Amerikaanse buitenlandse politiek. Veel Amerikaanse initiatieven jegens Europa stonden in het teken van de wens de invloed van het gaullisme in te perken; vooral beïnvloeding van de Duitse politieke oriëntatie, die voortdurend vatbaar werd geacht voor een nationalistische herleving, was hierbij van belang. Ook dwong De Gaulle de Verenigde Staten zich te verzoenen met het Franse kernwapenarsenaal en de ontwikkeling van de EEG in een rivaliserend handelsblok. Tot slot heeft De Gaulle bijgedragen aan een veranderende perceptie aan Amerikaanse kant met betrekking tot de transatlantische relatie. Het idee van een steeds hechter wordende Atlantische 'gemeenschap' boette in de jaren zestig aan zeggingskracht sterk in en maakte plaats voor een realistischer en afstandelijker benadering van de Europese bondgenoten. In de politieke strijd met De Gaulle raakte het zicht op 'Atlantis' verloren.
Sebastian Reyn is als adjunct-hoofddirecteur algemene beleidszaken werkzaam bij het ministerie van Defensie. Op 18 december verdedigde hij zijn proefschrift Atlantis Lost. The American experience with De Gaulle, 1958-1969 aan de Universiteit Leiden. Eerder schreef hij voor de Atlantische Commissie een boek over de geschiedenis van de Amerikaanse buitenlandse politiek: Allies or Aliens? George W. Bush and the Transatlantic Crisis in American Perspective (Zoetermeer: Atlantische Commissie, 2004)
