Uruzgan: blijven of niet blijven?
In Nederland wordt volop gediscussieerd over de vraag of de missie in Uruzgan moet worden verlengd na 1 augustus volgend jaar, wanneer het door kabinet en parlement verstrekte mandaat ten einde loopt. Genoemd worden o.a. helemaal terugtrekken; een kleine presentie aanhouden voor wederopbouwactiviteiten, of een aantal gevechtstaken overdragen aan een ander land.
Vreemd genoeg is een van de mogelijke varianten nog nauwelijks in de publiciteit gekomen. En dat is: na 1 augustus 2008 gewoon op volle sterkte in Afghanistan aanwezig blijven met een volwaardige Task Force Uruzgan (net als nu in samenwerking met een groot Australisch wederopbouwteam, de Reconstruction Task Force) en een volwaardige luchtcomponent, de Air Task Force. Ten behoeve van de discussie hierbij een aantal argumenten die pleiten voor deze variant.
- De NAVO heeft de de ISAF-missie in Afghanistan uitgeroepen tot test-case voor de geloofwaardigheid van de alliantie. In Den Haag is geen bezwaar aangetekend tegen deze opvatting, die dus ook wat Nederland betreft nog steeds van kracht is.
- Nederland heeft zijn nek zeer ver uitgestoken door zich samen met Canada en het Verenigd Koninkrijk vrijwillig aan te melden als een van de drie lead nations in de zes zuidelijke provincies van Afghanistan. Om beurten voeren de drie ook het bevel over álle ruim elfduizend ISAF-troepen uit het gebied. Met typisch Nederlandse bescheidenheid is nauwelijks in de publiciteit gekomen dat de Nederlandse generaal-majoor Ton van Loon in zijn commandoperiode van november tot 1 mei de architect was van Operation Achilles in de provincie Helmand; het grootste lucht- en grondoffensief uit de geschiedenis van de NAVO.
- Het staat Nederland uiteraard vrij om de nek weer in te trekken, het ambitieniveau te verlagen en zich uit de kopgroep van de drie lead nations terug te trekken. Dat zou in de ogen van de bondgenoten een behoorlijke afgang zijn. Mocht het kabinet besluiten om het Nederlandse troepencontingent in Afghanistan drastisch te verminderen, dan is deelname aan de kopgroep van drie trouwens niet meer mogelijk. Die status hangt immers nauw samen met de geleverde militaire inspanning.
- Nederland heeft een uitstekende moderne krijgsmacht, perfect in staat tot joint en combined operaties met een scala van bondgenoten.
- Nederland heeft veel energie gestoken in het opbouwen van contacten met dorpsoudsten en stamhoofden in Uruzgan – een wezenlijk onderdeel van de stabilisatie van de provincie, gebaseerd op persoonlijke vertrouwenscontacten. Een heidense klus als je alleen al kijkt naar het aantal stammen en clans in de directe omgeving van Tarin Kowt.)
Er is echter een 'klein' probleem. Achtereenvolgende kabinetten hebben het defensiebudget stelselmatig verlaagd. Vanaf 1997 is dit onder de binnen de NAVO afgesproken norm van 2% van het BBP gezakt en de trend is alleen maar verder dalende. Voor het lopende jaar staat het budget op iets meer dan 1,4%. Gevolg is dat er (ook in Uruzgan) knelpunten aan het licht komen. De Telegraaf kreeg een hele waslijst aan tekorten aan materieel en mensen in handen gespeeld. Een voorlopige inventarisatie weliswaar, maar wel een goede indicatie.
Conclusie: de krijgsmacht leeft als gevolg van geldgebrek op z'n reserves. Qua mensen, eenheden en materieel. In Uruzgan trekken volgens de Commandant der Strijdkrachten Generaal Berlijn vooral de genie en de helikoptereenheden het niet meer. De 'uitgelekte' inventarisatie spreekt van 'mijdgedrag' onder het personeel. Niet helemaal vreemd als men bedenkt dat sommige gespecialiseerde manschappen al acht tot negen uitzendingen naar Uruzgan of Kandahar achter de rug hebben – weliswaar niet steeds voor vier maanden zoals de modale infanterist, maar toch. NAVO-adviseur Frank van Kappen voorspelt dat niet de tekorten aan materieel maar persoonlijke problemen de hoofdrol gaan spelen. Huwelijksperikelen, echtscheidingen en een vlucht naar de burgermaatschappij – dat zullen volgens hem de belangrijkste gevolgen zijn van de bezuinigingen.
Het voorgaande gelezen hebbend zou menig politicus of deskundige tot de conclusie komen dat Nederland zijn ambities in Afghanistan maar naar beneden moet bijstellen. Mijn conclusie is echter tegenovergesteld: ga er voor de volle 100% voor, ook ná 1 augustus 2008. De bestaande maar grotendeels versluierde en verdoezelde problemen qua defensiebegroting zullen dan pas echt goed zichtbaar en daarmee noodzakelijkerwijs bespreekbaar worden. En dan pas zullen regering en parlement gedwongen worden uit te leggen hoe het toch kan dat een van de rijkste landen ter wereld wél volop wil meedoen aan (en mooie sier maken met) NAVO- en VN-missies maar daar niet de afgesproken middelen (2% van het BBP) voor ter beschikking stelt.
Hans de Vreij is defensiespecialist van de Wereldomroep en correspondent van Jane's Defence Weekly. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven en vertegenwoordigt niet de opvattingen van genoemde media.
