
| Chinese druk | ||||
| Vietnam heeft eeuwenlang te kampen gehad met het machtige en bemoeizuchtige China. Meer dan 10 eeuwen
lang maakte Vietnam onderdeel uit van het Chinese rijk.
Pas in de tiende eeuw maakte Vietnam zich los van dit rijk. De eeuwenlange overheersing door China had zijn sporen echter diep nagelaten: bestuur en religie (confucianisme) waren ‘made in China’. De Chinese dreiging bleef ook na die tijd voortdurend aanwezig. Toch wist de Vietnamese keizer zijn zelfstandige positie tot ver in de 19e eeuw te behouden.
|
||||
| Franse kolonie | ||||
| In
1858 verschenen de Fransen voor het eerst aan de kust van Vietnam.
Geleidelijk slaagden zij erin om Vietnam te veroveren. In
1877 richtte de Fransen de Indochinese Unie op, bestaande uit het huidige
Laos, Cambodja en Vietnam. De Vietnamezen kwamen hierdoor definitief onder Frans koloniaal bewind.
De keizer mocht op zijn troon blijven zitten, maar moest vrijwel al zijn macht aan de Fransen
afstaan. |
||||
| Op naar onafhankelijkheid | ||||
De Franse overheersing betekende
dat de Vietnamese elite in contact kwam met de Franse taal en cultuur en het katholieke geloof.
Sommigen verfransten totaal
en velen raakten onder indruk van de principes van vrijheid en democratie. Zij
vroegen zich af waarom deze principes niet voor Vietnam opgingen.Het duurde niet lang voordat zij gingen
streven naar onafhankelijkheid.
Daarnaast waren er grote groepen boeren, plantagehouders en
fabrieksarbeiders, die zich hevig
verzetten tegen de Franse aanwezigheid.
In de jaren twintig en dertig won het verzet tegen de Franse overheerser langzaam aan kracht. Nationalistische groeperingen met aanhangers uit alle lagen van de bevolking kwamen herhaaldelijk in opstand tegen het koloniale bewind van de Fransen. In 1930 richtte de Vietnamese nationalist Ho Chi Minh
de Indochinese Communistische Partij op. Doordat het communisme de stijd
aanbond met het kolonialisme, oefende het op veel nationalisten een grote aantrekkingskracht uit.
Toch was deze partij in de jaren dertig niet in staat om een vuist te maken tegen de Franse bezetters. Vreemd genoeg zou de komst van een nieuwe overheerser,
Japan, de Vietnamezen onverwachte kansen bieden. |
||||
| Tweede Wereldoorlog | ||||
| Op 22
september 1940 viel Japan Vietnam aan. Eerder, in augustus van dat zelfde
jaar, had Japan nog officieel de Franse soevereiniteit van Indochina
erkend, in ruil voor onder andere toegang tot militaire faciliteiten
en het recht om troepen te stationeren in de Vietnamese plaats
Tonkin. Tot ontzetting van de Fransen hield Japan zich niet aan zijn woord.
Al snel na de machtsovername door de Japanners zocht Ho
Chi Minh contact met leiders van
andere nationalistische groeperingen. Zij besloten op te gaan in één organisatie: de Vietminh. De Vietminh keerde zich zowel tegen de Fransen als tegen de Japanners. Toen de Japanners zich in augustus 1945 overgaven, riep Ho Chi Minh meteen de onafhankelijkheid uit van Vietnam. |
||||
| Dekolonisatie | ||||
| De Fransen waren niet bereid om Indochina op te geven. De VS steunden
hun daarbij, want zij wilden niet dat Vietnam communistisch zou
worden. (zie het blokje Nader Bekeken!)
In oktober 1945 slaagden de Franse troepen erin Saigon in te nemen. De Vietminh gaf echter niet op en begon aan een jarenlange guerillaoorlog. In 1954 versloeg de Vietminh de Fransen definitief bij Dien Bien Phoe. Besloten werd te onderhandelen. Op de conferentie in Genève werd het volgende bepaald:
|
|
|||
| Ho Chi Minh was niet erg enthousiast over het akkoord, maar hij had geen keuze. De
VS dreigden militair in te grijpen als de communisten teveel macht zouden krijgen en ook de Sovjet-Unie en China dwongen Ho Chi Minh
akkoord te gaan. Hij prees zichzelf gelukkig met de gedachte, dat hij de
verkiezingen die over twee jaar gehouden zouden worden, wel zou winnen. |
||||
| Noord en Zuid - Vietnam na 1954 | ||||
| Er heerste een feestelijke stemming in Hanoi, toen de Fransen zich op 9 oktober terugtrokken uit de stad. Ho
Chi Minh wilde
in het noorden niet gaan zitten wachten op de verkiezingen van 1956. Na de vele jaren van oorlog moest zijn verwoeste land zo snel mogelijk weer opgebouwd worden. Alle landbouwgrond kwam in handen van de staat en werd herverdeeld onder de arme boeren. Voormalige eigenaars werden beschuldigd van ‘misdaden tegen het volk’. Voor hen was geen plaats meer in de samenleving. Om de industrieproductie op een hoger peil te brengen
en te stimuleren wilde Ho Chi Minh naar Russisch voorbeeld werken met Vijfjarenplannen. Maar voor het zover kon komen
grepen de VS in: ze begonnen met het bombarderen van Noord-Vietnam.
Bij de vredesonderhandelingen in Genève hadden de
Amerikanen Ngo
Dinh Diem,
een Vietnamees in Amerikaans ballingschap, naar voren geschoven als de
toekomstig politiek leider van Zuid-Vietnam. Diem ontpopte zich al snel als dictatoriaal heerser. Hij benoemde familieleden op invloedrijke posten, corruptie werd niet aangepakt, de katholieke minderheid werd bevoorrecht ten opzicht van de boeddhistische meerderheid, en de oppositie werd hard onderdrukt. In Zuid-Vietnam ontstond een politiestaat: tienduizenden burgers werden beschuldigd van communisme, gefolterd en opgesloten in concentratiekampen.
Vele Vietminhstrijders vluchtten naar het noorden. Spottend werd Diems
bewind aangeduid als Diemocratie. De VS bleven de regering steunen met vele
dollars aan economische en militaire steun. De Amerikanen zagen in Diem
immers vooral hun steun en toeverlaat in het bestrijden van het communisme. |
||||
| Groeiend verzet in Zuid-Vietnam | ||||
| Begin jaren '60
groeide het verzet in Zuid-Vietnam tegen Diem en kreeg hij steeds meer te
maken met guerilla-acties tegen zijn bewind. Op 20 december 1960 waren
vertegenwoordigers van de verschillende verzetsgroepen bijeengekomen. Zij
besloten tot de oprichting van een nieuwe politieke organisatie, het
Nationaal Bevrijdingsfront (NLF), ook wel Vietcong genoemd. De Vietcong werd gesteund en aangestuurd vanuit Noord-Vietnam. Vanuit Noord-Vietnam werd de Ho Chi Minh Route uitgekapt in de jungle van Laos en Cambodja. Via een uitgebreid stelsel van smalle paadjes kon de Vietcong op deze manier bevoorraad worden vanuit het Noorden. Al snel beheersten de Zuidvietnamese verzetsstrijders een groot deel van het platteland. Op 8 mei 1963 braken in vele grote steden rellen uit.
Boeddhisten demonstreerde massaal toen de regering een verbod instelde
op het vieren van de geboortedag van Boeddha. Het leger pakte duizenden
mensen op. Het protest liep uit op dramatische acties: Boeddhistische
monniken staken zichzelf op straat in brand. Foto’s hiervan haalden
wereldwijd de voorpagina's. Voor de VS was het geduld met Diem nu op. Op
1 november 1963 werd Diem vermoord bij een door de VS stilzwijgend
goedgekeurde staatsgreep. |
![]() |
|||
| De VS in het wespennest | ||||
In 1960
werd John
F. Kennedy tot president van de VS gekozen. Hij raakte ervan overtuigd, dat
Vietnam verloren zou zijn als de VS niet meer ondersteuning boden. Hij stond
voor een lastig dilemma: enerzijds wilde hij niet als “too soft on communism”
overkomen, anderzijds wilde hij niet in conflict komen met China en de
Sovjet-Unie. Hij koos voor het sturen van militaire adviseurs en piloten. De
adviseurs moesten het Zuid-Vietnamese leger trainen. Hun aantal liep snel op
tot 16.500. Kennedy bleef tot aan zijn gewelddadige dood op 23 november 1963
in de veronderstelling dat met deze steun de situatie in Vietnam onder
controle was. |
|
|||
| Het conflict in Vietnam escaleert | ||||
Dat was allesbehalve
waar. Nadat Diem was afgezet volgden de militaire staatsgrepen elkaar op.
Het Zuid-Vietnamese leger was totaal niet opgewassen tegen de
guerrilla-aanvallen van de Vietcong. Kennedy's opvolger, president Lyndon
B. Johnson
voelde er aanvankelijk niets voor om grondtroepen te sturen. Zijn ambities
lagen vooral op het Amerikaanse, binnenlandse vlak: hij wilde de Amerikaanse
samenleving omvormen tot "The Great Society", dat wil zeggen tot een moderne
verzorgingsstaat. Op aandringen van zijn adviseurs en generaals besloot
Johnson uiteindelijk toch dat militair ingrijpen in Vietnam onvermijdelijk
was. Wel moest een oorlog met China koste wat kost vermeden worden. Voor hij tot militair ingrijpen kon overgaan had Johnson toestemming nodig
van het Amerikaanse Congres. Dat ging overstag na het incident in de Golf
van Tonkin in augustus 1964, waarbij Amerikaanse torpedoboten zouden zijn
aangevallen door Noord-Vietnamese schepen. Voor het Congres was het bewijs
geleverd dat Noord-Vietnam actief aan de strijd meedeed. Johnson kreeg
volmacht om troepen te sturen.Met de Tonkin-resolutie op zak kon de president op grote schaal oorlog voeren. In 1965 werden de eerste grondtroepen gestuurd en met Operatie Rolling Thunder begonnen de zware bombardementen op Noord Vietnam. Johnson ging er vanuit dat de Vietcong volledig zou instorten zonder hulp van Noord-Vietnam. Op advies van met name generaal Westmoreland en Minister MacNamara zouden in de jaren die volgden steeds meer Amerikaanse militairen naar Vietnam gestuurd worden. In 1968 vochten meer dan een half miljoen Amerikaanse militairen in Vietnam. In totaal werd de gigantische hoeveelheid van 3.2 miljoen ton explosieven op Vietnam gegooid. Om de onzichtbare vijand op te kunnen sporen werden alle mogelijke middelen gebruikt. Dorpen werden platgebrand met napalm en ontbladeringsmiddelen werden ingezet, vooral Agent Orange, een sterk kankerverwekkend landbouwgif. Toch kregen de VS geen greep op de guerillamethoden van de Vietcong. Dat bleek wel in het voorjaar van 1968, toen de Vietcong de Amerikanen overrompelden tijdens het zogenaamde Tet-offensief. Vele steden en luchtmachtbases in het Zuiden werden door de Vietcong bezet. De Amerikaanse troepen herstelden zich na enkele weken, maar de psychologische dreun bleef nog lang voelbaar.
|
||||
![]() |
Aanvankelijk speelde Vietnam in het Amerikaanse, dagelijkse leven niet een
echt grote rol. Dat veranderde snel in de tweede helft van de jaren '60.
Voor het eerst in de geschiedenis verschenen de beelden van een oorlog
iedere avond rechtstreeks bij de mensen thuis. Steeds meer mensen gingen
twijfelen aan de zin van deze oorlog. Voor wat werd eigenlijk gevochten? Vanaf 1965 begonnen studenten protestmarsen te organiseren tegen de oorlog in Vietnam Deze protesten kregen steeds meer navolging. Zwarten, dienstplichtigen, popmuzikanten, journalisten en ook enkele politici lieten zich uiterst kritisch uit. Vietnam verscheurde de natie in twee kampen. In het voorjaar van 1968 maakte president Johnson bekend dat de bombardementen op Noord-Vietnam zouden worden gestaakt. Hij zou zichzelf niet opnieuw verkiesbaar stellen voor de presidentsverkiezingen van dat jaar.
|
|||
In
november 1968 won de Republikein Richard Nixon
de verkiezingen. Nixon was altijd fervent voorstander van de harde lijn
geweest. Om kiezers te trekken had hij eervolle vrede beloofd in Vietnam.
In 1968 hadden de anti-Vietnam demonstraties in de VS een enorme omvang
bereikt. Nixon zag het als zijn taak de Amerikaanse betrokkenheid bij de
oorlog in Vietnam te beëindigen zonder dat de VS gezichtsverlies leden.![]() Hij koos voor de volgenden maatregelen:
In 1969 begonnen de onderhandelingen. Het werd Nixon al
snel duidelijk, dat hij ook de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie
moest benaderen. Deze landen zouden druk kunnen uitoefenen op
Noord-Vietnam om de strijd te staken. Hoewel beide communistisch, stonden
de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie op dat moment vijandig
tegenover elkaar. Dat bood VS, via "driehoeksdiplomatie", de kans ze
tegen elkaar uit te spelen. In 1973 ondertekend de VS een vredesverdrag
met Zuid-Vietnam en trekken zij al hun militairen terug uit het land. |
||||
| Alles voor niets: Vietnam wordt alsnog communistisch | ||||
| Daarna verlieten de laatste Amerikaanse soldaten Vietnam. In Zuid-Vietnam was men bepaald niet blij met de situatie die was ontstaan na het akkoord tussen de VS en Noord-Vietnam. De regering,
die op dat moment onder leiding stond van Nguyen Van Thieu,
was erg corrupt en zonder de
Amerikanen stond ze er alleen voor. Steeds meer Zuid-Vietnamese soldaten
liepen over naar de Vietcong. Ondertussen werd Noord-Vietnam in hoog tempo
bewapend door de Sovjet-Unie. In 1975 voelde Noord-Vietnam zich sterk genoeg
om een offensief te beginnen tegen Zuid-Vietnam. Binnen enkele weken viel
Saigon. Veel hooggeplaatste Zuidvietnamezen probeerden op het laatste moment
nog weg te komen. Mensen vochten om een plek in een van de helicopters die
af en aan vlogen tussen Saigon en de Amerikaanse vliegdekschepen voor de
kust. Het was de laatste bemoeienis van Amerika met Vietnam. De hereniging
van Noord- en Zuid-Vietnam, onder een communistisch regime, was een feit.
|
![]() |
|||
| Lees verder:
http://www.onsverleden.net/ http://www.iisg.nl/edu/vietnamoorlog/index.php
|
||||