
| Chinese druk | ||
| Vietnam heeft eeuwenlang te kampen gehad met het machtige en bemoeizuchtige China. Meer dan 10 eeuwen (!) lang maakte Vietnam onderdeel uit van het Chinese rijk. In de tiende eeuw maakte Vietnam zich los van dit rijk. De eeuwenlange overheersing door China had zijn sporen echter diep nagelaten: bestuur en religie (confucianisme) waren ‘made in China’. De Chinese dreiging bleef ook na die tijd voortdurend aanwezig. Toch wist de Vietnamese keizer zijn zelfstandige positie tot ver in de 19e eeuw te behouden.
|
||
| Franse kolonie | ||
| In 1858 verschenen de Fransen aan de kust van Vietnam. Geleidelijk slaagden de Fransen erin om Vietnam en de buurlanden Laos en Cambodja te veroveren. De keizer mocht op zijn troon blijven zitten, maar moest vrijwel alle macht aan de Fransen laten. |
||
| Op naar onafhankelijkheid | ||
| De Franse overheersing betekende dat de Vietnamese elite in contact kwam met de Franse taal en cultuur en het katholieke geloof. Sommigen verfransten totaal
en velen raakten onder indruk van de principes van vrijheid en democratie. Zij begonnen zich af te vragen waarom deze principes niet voor Vietnam opgingen.Het duurde niet lang voordat zij gingen streven naar onafhankelijkheid. In 1930 richtte Ho Chi Minh de Indochinese Communistische Partij op. Doordat het communisme kolonialisme afwees, oefende het op veel nationalisten een grote aantrekkingskracht uit. Toch was deze partij in de jaren ’30 niet in staat om een vuist te maken tegen de Franse bezetters. Vreemd genoeg zou de komst van een nieuwe overheerser de Vietnamezen onverwachte kansen bieden.
|
||
| Tweede Wereldoorlog | ||
| Al snel na de machtsovername door de Japanners zocht Ho
Chi Minh contact met leiders van
andere nationalistische groeperingen. Zij besloten op te gaan in één organisatie: de Vietminh. De Vietminh keerde zich zowel tegen de Fransen als tegen de Japanners. Toen de Japanners zich in augustus 1945 overgaven, riep Ho Chi Minh meteen de onafhankelijkheid uit van Vietnam. |
||
| Koude Oorlog | ||
| Na afloop van de Tweede Wereldoorlog kwamen de
geallieerde overwinnaars al snel tegenover elkaar te staan. De communistische Sovjet-Unie vreesde de economische kracht en de militaire mogelijkheden van de kapitalistische Verenigde Staten. De VS op
hun beurt keken argwanend naar de groeiende macht van de Sovjet-Unie in Europa en Azië. Meer dan veertig jaar stonden de supermachten tegenover elkaar, zonder dat het conflict ooit
tot een directe militaire confrontatie leidde. Vandaar de term: Koude Oorlog. In het begin leek het communisme te zullen zegevieren. In 1949 ontwikkelde de Sovjet-Unie ook een atoombom en werd Mao Zedong heer en meester in China. Toen de communistische Noord-Koreanen in 1950 Zuid-Korea binnenvielen, besloten de VS in te grijpen. De Koreaanse Oorlog duurde vier jaar en kostte miljoenen mensenlevens. Het resultaat van de oorlog was het herstel van de grenzen van voor 1950. Na de Korea-oorlog volgden (militaire) conflicten in Europa, Latijns-Amerika en wederom Azië. |
||
| Dekolonisatie | ||
De Fransen waren niet bereid om Indochina op te geven. De VS steunden hen daarbij, want zij wilden niet dat Vietnam communistisch zou worden. In oktober 1945 slaagden de Franse troepen erin Saigon in te nemen. De Vietminh gaf echter niet op en
begon aan een jarenlange guerillaoorlog. In 1954 versloeg de Vietminh de Fransen definitief bij Dien Bien Phoe. Besloten werd te onderhandelen. Op de
conferentie in Genève werd het volgende bepaald:
Ho Chi Minh was niet erg enthousiast over het akkoord, maar hij had geen keuze. De VS dreigden militair in te grijpen als de communisten teveel macht zouden krijgen en ook de Sovjet-Unie en China dwongen Ho Chi Minh
akkoord te gaan. Hij prees zichzelf gelukkig met de gedachte, dat hij de
verkiezingen die over twee jaar gehouden zouden worden, wel zou winnen. |
||
| Noord en Zuid - Vietnam na 1954 | ||
| Er heerste een feestelijke stemming in Hanoi, toen de Fransen zich op 9 oktober terugtrokken uit de stad. Ho wilde
in het noorden niet gaan zitten wachten op de verkiezingen van 1956. Na de vele jaren van oorlog moest zijn verwoeste land zo snel mogelijk weer opgebouwd worden. Alle landbouwgrond kwam in handen van de staat en werd herverdeeld onder de arme boeren. Voormalige eigenaars werden beschuldigd van ‘misdaden tegen het volk’. Voor hen was geen plaats meer in de samenleving. Om de industrieproductie op een hoger peil te brengen
en te stimuleren wilde Ho Chi Minh naar Russisch voorbeeld werken met Vijfjarenplannen. Maar voor het zover kon komen
grepen de VS in: ze begonnen met het bombarderen van Noord-Vietnam. Diem was fel anti-communistisch en de VS hoopten dat Vietnam met Diem als premier een sterk kapitalistisch en democratisch land zou worden. Al snel bleek al dat Diem het niet zo nauw nam met democratie. Diem dacht er ook niet over om de in Geneve geplande verkiezingen voor 1956 door te laten gaan. Hierin werd hij overigens gesteund door president Eisenhower. Officieel werd gezegd dat Vietnam er nog niet aan toe was, maar geheime documenten maakten later de werkelijke reden duidelijk: Ho Chi Minh was dermate populair bij de bevolking, dat gevreesd werd hij wellicht 80% van de stemmen zou krijgen. De Noord-Vietnamese leider kon protesteren wat hij wilde, de verkiezingen zijn nooit gehouden. Diem ontpopte zich al snel als dictatoriaal heerser. Hij benoemde familieleden op invloedrijke posten, corruptie werd niet aangepakt, de katholieke minderheid werd bevoorrecht ten opzichte van de boeddhistische meerderheid, en de oppositie werd hard onderdrukt. In Zuid-Vietnam ontstond een politiestaat: tienduizenden burgers werden beschuldigd van communisme, gefolterd en opgesloten in concentratiekampen. Vele Vietminhstrijders vluchtten naar het noorden. Spottend werd Diems bewind aangeduid als Diemocratie. De VS bleven de regering steunen met vele dollars aan economische en militaire steun. De Amerikanen zagen in Diem immers vooral hun steun en toeverlaat in het bestrijden van het communisme. |
||
| Groeiend verzet in Zuid-Vietnam | ||
| Begin jaren '60
groeide het verzet in Zuid-Vietnam tegen Diem en kreeg hij steeds meer te
maken met guerilla-acties tegen zijn bewind. Op 20 december 1960 waren
vertegenwoordigers van de verschillende verzetsgroepen bijeengekomen. Zij
besloten tot de oprichting van een nieuwe politieke organisatie, het
Nationaal Bevrijdingsfront (NLF), ook wel Vietcong genoemd. Het NLF werd gesteund en aangestuurd vanuit Noord-Vietnam. Vanuit Noord-Vietnam werd de Ho Chi Minh Route uitgekapt in de jungle van Laos en Cambodja. Via een uitgebreid stelsel van smalle paadjes kon de Vietcong op deze manier bevoorraad worden vanuit het Noorden. Al snel beheersten de Zuidvietnamese verzetsstrijders een groot deel van het platteland. Op 8 mei 1963 braken in vele grote steden rellen uit.
Boeddhisten demonstreerden massaal toen de regering een verbod instelde
op het vieren van de geboortedag van Boeddha. Het leger pakte duizenden
mensen op. Het protest liep uit op dramatische acties: Boeddhistische
monniken staken zichzelf op straat in brand. Foto’s hiervan haalden
wereldwijd de voorpagina's. Voor de VS was het geduld met Diem nu op. Op
1 november 1963 werd Diem vermoord bij een door de VS stilzwijgend
goedgekeurde staatsgreep. |
![]() |
|
| De VS in het wespennest | ||
| In 1960 werd John
F. Kennedy tot president van de VS gekozen. Hij raakte ervan overtuigd, dat
Vietnam verloren zou zijn als de VS niet meer ondersteuning boden. Hij stond
voor een lastig dilemma: enerzijds wilde hij niet als “too soft on communism”
overkomen, anderzijds wilde hij niet in conflict komen met China en de
Sovjet-Unie. Hij koos voor het sturen van militaire adviseurs en piloten. De
adviseurs moesten het Zuid-Vietnamese leger trainen. Hun aantal liep snel op
tot 16.500. Kennedy bleef tot aan zijn gewelddadige dood op 23 november 1963
in de veronderstelling dat met deze steun de situatie in Vietnam onder
controle was. |
||
| Het conflict in Vietnam escaleert | ||
| Dat was allesbehalve
waar. Nadat Diem was afgezet volgden de militaire staatsgrepen elkaar op.
Het Zuid-Vietnamese leger was totaal niet opgewassen tegen de
guerrilla-aanvallen van de Vietcong. Kennedy's opvolger, president Johnson
voelde er aanvankelijk niets voor om grondtroepen te sturen. Zijn ambities
lagen vooral op het Amerikaanse, binnenlandse vlak: hij wilde de Amerikaanse
samenleving omvormen tot "The Great Society", dat wil zeggen tot een moderne
verzorgingsstaat. Op aandringen van zijn adviseurs en generaals besloot
Johnson uiteindelijk toch dat militair ingrijpen in Vietnam onvermijdelijk
was. Wel moest een oorlog met China koste wat kost vermeden worden. Voor hij tot militair ingrijpen kon overgaan had Johnson toestemming nodig van het Amerikaanse Congres. Dat ging overstag na het incident in de Golf van Tonkin in augustus 1964, waarbij Amerikaanse torpedoboten zouden zijn aangevallen door Noord-Vietnamese schepen. Voor het Congres was het bewijs geleverd dat Noord-Vietnam actief aan de strijd meedeed. Johnson kreeg volmacht om troepen te sturen. Met deze Tonkin-resolutie op zak kon de president op grote schaal oorlog voeren. In 1965 werden de eerste grondtroepen gestuurd en met Operatie Rolling Thunder begonnen de zware bombardementen op Noord Vietnam. Johnson ging er vanuit dat de Vietcong volledig zou instorten zonder hulp van Noord-Vietnam. Op advies van met name generaal Westmoreland en Minister MacNamara zouden in de jaren die volgden steeds meer Amerikaanse militairen naar Vietnam gestuurd worden. In 1968 vochten meer dan een half miljoen Amerikaanse militairen in Vietnam. In totaal werd de gigantische hoeveelheid van 3.2 miljoen ton explosieven op Vietnam gegooid. Om de onzichtbare vijand op te kunnen sporen werden alle mogelijke middelen gebruikt. Dorpen werden platgebrand met napalm en ontbladeringsmiddelen werden ingezet, vooral Agent Orange, een sterk kankerverwekkend landbouwgif. Toch kregen de VS geen greep op de guerillamethoden van de Vietcong. Dat bleek wel in het voorjaar van 1968, toen de Vietcong de Amerikanen overrompelden tijdens het zogenaamde Tet-offensief. Vele steden en luchtmachtbases in het Zuiden werden door de Vietcong bezet. De Amerikaanse troepen herstelden zich na enkele weken, maar de psychologische dreun bleef nog lang voelbaar. |
||
![]() |
Aanvankelijk speelde Vietnam in het Amerikaanse, dagelijkse leven niet een
echt grote rol. Dat veranderde snel in de tweede helft van de jaren '60.
Voor het eerst in de geschiedenis verschenen de beelden van een oorlog
iedere avond rechtstreeks bij de mensen thuis. Steeds meer mensen gingen
twijfelen aan de zin van deze oorlog. Voor wat werd eigenlijk gevochten? Vanaf 1965 begonnen studenten protestmarsen te organiseren tegen de oorlog in Vietnam Deze protesten kregen steeds meer navolging. Zwarten, dienstplichtigen, popmuzikanten, journalisten en ook enkele politici lieten zich uiterst kritisch uit. Vietnam verscheurde de natie in twee kampen. In het voorjaar van 1968 maakte president Johnson bekend dat de bombardementen op Noord-Vietnam zouden worden gestaakt. Hij zou zichzelf niet opnieuw verkiesbaar stellen voor de presidentsverkiezingen van dat jaar. |
|
| In november 1968
won de Republikein Richard Nixon de verkiezingen. Nixon was altijd fervent
voorstander van de harde lijn geweest. Om kiezers te trekken had hij
eervolle vrede beloofd in Vietnam. In 1968 hadden de anti-Vietnam
demonstraties in de VS een enorme omvang bereikt. Nixon zag het als zijn
taak de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam te beëindigen
zonder dat de VS gezichtsverlies leden.
Hij koos voor de volgenden maatregelen:
In 1969 begonnen de onderhandelingen. Het werd Nixon al
snel duidelijk, dat hij ook de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie
moest benaderen. Deze landen zouden druk kunnen uitoefenen op
Noord-Vietnam om de strijd te staken. Hoewel beide communistisch stonden
de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie op dat moment vijandig
tegenover elkaar. Dat bood VS, via "driehoeksdiplomatie" de kans ze
tegen elkaar uit te spelen. |
||
| Alles voor niets: Vietnam wordt alsnog communistisch | ||
| Daarna verlieten de laatste Amerikaanse soldaten Vietnam. In Zuid-Vietnam was men bepaald niet blij met de situatie die was ontstaan na het akkoord tussen de VS en Noord-Vietnam. De regering van Nguyen Van Thieu was erg corrupt en zonder de
Amerikanen stonden ze er alleen voor. Steeds meer Zuid-Vietnamese soldaten
liepen over naar de Vietcong. Ondertussen werd Noord-Vietnam in hoog tempo
bewapend door de Sovjet-Unie. In 1975 voelde Noord-Vietnam zich sterk genoeg
om een offensief te beginnen tegen Zuid-Vietnam. Binnen enkele weken viel
Saigon. Veel hooggeplaatste Zuidvietnamezen probeerden op het laatste moment
nog weg te komen. Mensen vochten om een plek in een van de helicopters die
af en aan vlogen tussen Saigon en de Amerikaanse vliegdekschepen voor de
kust. Het was de laatste directe bemoeienis van Amerika met Vietnam.. De hereniging
van Noord- en Zuid-Vietnam, onder een communistisch regime, was een feit.
|
![]() |
|