Casus I: De impact van de Koude Oorlog

Deel III: Mr. President's view

Lees de volgende twee tekstfragmenten. Het eerste betreft een persconferentie, gegeven door president Eisenhower op 7 april 1954. De tweede bron komt van een Nieuwsconferentie, gegeven door president Kennedy op 24 april 1963.

Bron 5
Journalist Robert Richards: “Mr. President, kunt u een toelichting geven over welk strategisch belang Indochina heeft voor de vrije wereld? Ik denk dat er in het hele land niet echt wordt begrepen wat het voor ons te betekenen heeft.”

President Eisenhower: “Je hebt natuurlijk het bijzondere en het algemene als je over dit soort zaken praat. In de eerste plaats heeft het land een bijzondere waarde vanwege de productie van materialen die de wereld nodig heeft. Daarnaast heb je de mogelijkheid dat vele mensen onder een dictatuur komen, die de vrije wereld vijandig gezind is. 

Tenslotte heb je de ruimere overwegingen, die je volgens het 'dominoprincipe' kunt omschrijven. Je hebt een rij dominostenen opgezet, gooit de eerste om en je weet zeker wat er met de laatste zal gebeuren. Die zal ook snel omvallen.

Welnu, met betrekking tot het eerste punt, twee dingen die de wereld gebruikt uit dit gebied in het bijzonder zijn tin en tungsten (wolfraam). Ze zijn erg belangrijk. Er zijn nog meer natuurlijk, rubberplantages en zo. 

Met betrekking tot het punt dat meer mensen overheerst worden, Azië is inmiddels al 450 miljoen mensen kwijtgeraakt aan communistische dictatuur en we kunnen ons grotere verliezen niet veroorloven.

Maar als we toekomen aan het punt van de mogelijke opeenvolgingen van gebeurtenissen, het verlies van Birma, van Thailand, van het schiereiland en als Indonesië volgt, dan begin je te praten over gebieden die niet alleen de nadelen vermenigvuldigen die je zou lijden door het verlies van materialen en grondstoffen, maar dan praat je over miljoenen en miljoenen mensen.” [...]

Dus de mogelijke consequenties van zo'n verlies zullen van onschatbare waarde voor de vrije wereld zijn.

 

Bron 6
Journalist: “Mr. President., even weer over Laos, enkele jaren geleden hoorden we veel over de dominotheorie in Zuidoost-Azië. . Bekijkt u Laos in termen van dat land op zichzelf, of bent u bezorgd over de effecten die haar (sic) verlies heeft op Thailand, Vietnam enzovoort? Kunt u dat uiteenzetten?”

Kennedy: “Dat klopt. Laos is een dunbevolkt land met in totaal twee miljoen mensen. Het is een ruw land. Het is belangrijk als soeverein land. Het volk wenst onafhankelijkheid en het is ook belangrijk omdat het grenst aan de Mekong rivier en -wat voor de hand ligt- als Laos in communistische handen valt, zou het gevaar aan de noordelijke grenzen met Thailand vergroot worden. Het zou behoorlijke druk op Cambodja leggen en het zou behoorlijke druk op Zuid-Vietnam leggen, wat dan weer behoorlijke druk legt op Malakka.

Dus, ik deel het standpunt dat deze landen zeer nauw onderling met elkaar verweven zijn en dat is één van de redenen waarom wij de "Akkoorden van Genève" willen handhaven als een methode om de stabiliteit in Zuidoost-Azië te handhaven. Het zou één van de redenen kunnen zijn waarom anderen deze belangen niet delen.

Vragen bij bron 5 en 6:

  1. Met welke argumenten verdedigt de Republikein Eisenhower zijn steun aan Vietnam? 
  2. Welk argument lijkt daarbij het belangrijkste te zijn? Geef aan waarom je dat denkt. 
  3. Deze persconferentie is uit 1954. Maak met behulp van de Outline (tijdlijn) duidelijk waarom Eisenhower juist in dat jaar zijn standpunt ten aanzien van Vietnam nader formuleert. 
  4. Kennedy is van de Democratische Partij. Deelt Kennedy het standpunt van Eisenhower over Vietnam? Licht je antwoord toe.
  5. Kennedy spreekt zijn bezorgdheid uit over het handhaven van de Akkoorden van Genève.
    1. Wat hielden die akkoorden in?
    2. Critici van Kennedy's stelling dat vastgehouden moest worden aan die akkoorden verweten hem hypocrisie. Op grond waarvan?