|
|
In 1992 werd het Verdrag van Maastricht ondertekend. Met dit verdrag werd de EG definitief omgevormd tot de Europese Unie. Men besteedde in dit verdrag aandacht aan bestaande en nieuwe beleidsterreinen en de organisatie onderging een ingrijpende verandering. Zo werd de Europese Unie opgedeeld in drie ‘pijlers’. In iedere ‘pijler’ wordt volgens aparte regels en afspraken een bepaald beleid gevoerd. Zo is er in de eerste pijler sprake van het gemeenschappelijk handelsbeleid en in de tweede pijler van het gemeenschappelijk buitenlands beleid. De manier waarop het handelsbeleid in de eerste pijler wordt gevoerd verloopt volgens geheel andere regels dan de wijze waarop het buitenlands beleid in de tweede pijler tot stand komt.
|
OLAF
Het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) houdt zich sinds 1 juni 1999 bezig met het bestrijden van fraude, corruptie en andere illegale activiteiten ten nadele van de financiën van de Europese Unie. Het OLAF opereert binnen alle drie de pijlers.
|
In de eerste pijler van de Europese Unie is de samenwerking hoofdzakelijk economisch en monetair (het gezamenlijk beleid ten aanzien van een Europese munt: de euro). De beleidsterreinen die in deze pijler zijn geregeld, zijn onder meer het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het handelsbeleid, visserijbeleid, het vervoersbeleid, concurrentiebeleid en ontwikkelingsbeleid. De meeste van deze beleidsterreinen bestonden al voordat de EU werd opgericht; zij maakten deel uit van het werkterrein van de EG, de voorganger van de EU.
Een belangrijk deel van deze beleidsterreinen heeft betrekking op de regeling van de interne markt, een van de grootste verworvenheden van de Europese integratie. De interne markt betreft vrij goederenverkeer, vrij verkeer van werknemers, vrijheid van vestiging, vrij verrichten van diensten en vrij kapitaal- en betalingsverkeer binnen de EU. Afspraken en regelingen van de beleidsterreinen in de eerste pijler zijn ondergebracht in een aantal verdragen, waaronder die van de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de Europese Monetaire Unie (EMU) en Euratom.
Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) is sinds 1 juni 1999 met het bestrijden van fraude, corruptie en andere illegale activiteiten ten nadele van de financiën van de Europese Unie. Het OLAF opereert binnen alle drie de pijlers.
|
(Audiovisual Library European Commission) Coördinatie van een operatie tegen smokkel |
(Audiovisual Library European Commission) Voertuiginspectie aan de grens Zwitserland - Italië |
De beleidsterreinen buitenlandse zaken en defensie vormen het werkterrein van de tweede pijler. Het gaat om het terrein dat bij uitstek te maken heeft met de vraagstukken van internationale vrede en veiligheid. In het zogeheten GBVB (Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid) wordt het buitenlands beleid van de EU-lidstaten gecoördineerd. Alle lidstaten steunen dit beleid en mogen niet in strijd hiermee optreden.
Aanvankelijk kwamen hier geen militaire middelen (zoals wapens, soldaten, communicatie- en transportmiddelen) aan te pas. Sinds 1999 wordt er echter ook gewerkt aan een Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB). Het EVDB is onderdeel van het GBVB. Het EVDB betreft de coördinatie van samenwerking op het gebied van defensie.
De derde pijler heeft betrekking op de terreinen van justitie en binnenlandse zaken. Daaronder vallen onder andere coördinatie van het asielbeleid van de lidstaten, samenwerking tussen de verschillende douanes en de politie en justitie, en het vrije verkeer van personen binnen de EU. In deze pijler wordt ook samengewerkt op het gebied van terrorismebestrijding.
De samenwerking in de eerste pijler heeft een ‘supranationale’ of ‘communautaire’ opzet. Dit houdt in dat de lidstaten een deel van hun soevereiniteit hebben overgedragen aan Europese instellingen, die vervolgens zelf beleid kunnen formuleren en uitvoeren. Er is sprake van bestuur dat boven de lidstaten staat. Op eigen initiatief kunnen in Europese instellingen besluiten met meerderheid van stemmen genomen worden. Dit betekent dat een lidstaat die het niet eens is met een besluit, het toch ten uitvoer moet brengen.
(Audiovisual
Library European Commission)
|
De Europese instellingen horen te handelen in het belang van de Europese gemeenschap. Zij dienen in principe het gemeenschappelijk belang. Daarom worden ze ook wel ‘communautaire instellingen’ genoemd. De Europese instellingen die in de eerste pijler werkzaam zijn, zijn de Europese Commissie, het Europees Parlement, het Hof van Justitie en de Rekenkamer. Naast deze Europese instellingen zijn er in de eerste pijler ook instellingen waarvan de leden de afzonderlijke lidstaten vertegenwoordigen. Deze zijn de Raad van Ministers en de Europese Raad.
De samenwerking in de tweede en derde pijler is ‘intergouvernementeel’ van opzet. Dit betekent dat het gemeenschappelijk beleid door vertegenwoordigers van de lidstaten zelf gemaakt wordt, en dat in principe elke lidstaat het eens moet zijn met het beleid voordat het uitgevoerd kan worden. De lidstaten staan dus geen bevoegdheden af; ze werken gewoon meer samen.
( (c) Europese Gemeenschappen, 1995 - 2002) |
In deze pijlers is de belangrijkste rol weggelegd voor de instellingen waarin nationale vertegenwoordigers (ministers, ambassadeurs e.d.) bijeenkomen. Aangezien hier nationale vertegenwoordigers deel van uitmaken, worden de afzonderlijke belangen van de lidstaten bij uitstek in deze instellingen behartigd. Deze ‘intergouvernementele instellingen’ betreffen de Europese Raad en de Raad van Ministers. Zij spelen ook een rol in de eerste, communautaire pijler van de Unie. Van de zogeheten ‘communautaire instellingen’ speelt alleen de Europese Commissie in de tweede en derde pijler een rol van betekenis.
De Raad van Ministers is een instelling die in alle drie de pijlers van de EU een belangrijke rol speelt. Omdat in deze Raad de nationale ministers van de lidstaten zitting hebben, vertegenwoordigt deze instelling de afzonderlijke belangen van de lidstaten en niet het gemeenschappelijk belang van de EU.
In de eerste pijler is de Raad samen met de Europese Commissie verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving in de EU. Afhankelijk van het beleidsterrein (visserij, landbouw, handel, transport, of milieubeleid) komen de desbetreffende vakministers samen in Brussel. Zo komen de ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in Brussel bijeen wanneer er beslissingen moeten worden genomen over landbouw of visserij. In de tweede pijler zijn het de ministers van Buitenlandse Zaken die de Raad van Ministers vullen. In deze samenstelling wordt ze ook wel Algemene Raad genoemd. In de derde pijler bestaat de Raad van Ministers uit de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van de EU-lidstaten.
Naast de Raad van Ministers is er een andere instelling die bestaat uit nationale bewindslieden: de Europese Raad. In dit orgaan komen de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten minstens twee keer per jaar bijeen. Ook de voorzitter van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, maakt deel uit van dit orgaan. De bijeenkomsten van de Europese Raad, ook wel de Europese Top genoemd, vormen meestal de aanzet tot besluiten die voor de beleidsterreinen in iedere pijler van de EU apart gevolgen kunnen hebben. De Europese Raad is de hoogste instelling binnen de Unie.

De Europese Raad in Brussel, 21 en 22 juni 2007
De Europese Raad zet in grote lijnen een beleid uit dat door de betrokken instellingen in de desbetreffende pijler wordt uitgevoerd. Omdat andere Europese instellingen, zoals de Europese Commissie of het Europees Parlement, weinig tot geen rol in de tweede en derde pijler spelen, zijn de Europese Raad en de Raad van Ministers aldaar de belangrijkste organen.
De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, speelt in de eerste pijler een centrale rol. Samen met de Raad van Ministers is de Europese Commissie verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving in de eerste pijler van de EU. De Europese Commissie mag in de tweede en derde pijler niet veel doen, omdat hier de Raad van Ministers bepalend is. Toch heeft de Commissie door grote deskundigheid van het enorme ambtenarenapparaat waarover zij beschikt, veel invloed op de beslissingen in de tweede en derde pijler. Bovendien is zij samen met de Raad van Ministers verantwoordelijk voor de goede samenhang van alle beleidsterreinen die over de drie pijlers zijn gespreid. De Commissie bestaat uit zevenentwintig commissarissen die optreden namens het gemeenschappelijk belang van de Unie.
|
|
Het gebouw van
het Europees |
Het
hoofdkwartier van |
Twee organen die wel een belangrijke rol in de eerste pijler spelen, maar niet in de tweede en derde pijler, zijn het Europese Hof van Justitie en het Europees Parlement. Het Hof van Justitie heeft als taak toe te zien op de eerbiediging en de toepassing van de verdragen die de basis van de Unie vormen en van de regels die vastgelegd zijn in het Gemeenschapsrecht. De werkingssfeer van het Gemeenschapsrecht is in hoofdzaak beperkt tot de eerste pijler. Dit recht staat boven het nationale recht van de lidstaten en is bindend. Het Hof heeft geen invloed in de tweede en derde pijler.
Het Europees Parlement is het parlementaire orgaan van de Unie. Na de uitbreiding van de EU in 2007 bestaat het Parlement uit 785 afgevaardigden uit 27 lidstaten. Het heeft vooral raadgevende en controlerende bevoegdheden binnen de eerste pijler. Met betrekking tot de tweede pijler kan het slechts vragen en aanbevelingen richten tot de Europese Raad. Het Europees Parlement moet zijn goedkeuring geven aan de besteding van ontwikkelingsgelden. Hierdoor kan het toch enigszins zijn stempel op buitenlandsbeleid drukken. In de derde pijler is de, indirecte, invloed van het Europees Parlement nihil.
|
De Europese Grondwet
In december 2001 is er een comité aangesteld dat onder leiding van de oud-president van Frankrijk,
Valéry Giscard d'Estaing, de taak had met voorstellen te komen om de EU te vernieuwen. Dit comité staat bekend als de Europese Conventie.
In juli 2003 presenteerde de Europese Conventie een ontwerp voor de toekomstige inrichting van de EU. In het ontwerp is de inhoud van alle voorgaande verdragen opgenomen. Daarnaast is gekeken naar een duidelijkere opzet en verbetering van de organisatie en besluitvorming van de Europese Unie. Deze ontwerp-Grondwet vormde de basis voor onderhandelingen tussen de regeringsleiders en staatshoofden van de EU-lidstaten over de toekomstige Europese Grondwet.
Op 29 oktober 2004 werd de Europese Grondwet ondertekend door alle regeringsleiders en staatshoofden van de EU-lidstaten. Vervolgens moest de Europese Grondwet ter goedkeuring voorgelegd worden aan de nationale parlementen van de EU-lidstaten. In een aantal landen werd de bevolking via een referendum gevraagd uitspraak te doen over de Europese Grondwet. Het eerste referendum vond plaats in Spanje op 20 februari 2005. De Spanjaarden stemden massaal vóór de Europese Grondwet. Op respectievelijk 29 mei en 1 juni werd de Europese Grondwet voorgelegd aan de bevolking van Frankrijk en Nederland. In beide landen werd de Grondwet afgewezen door de bevolking.
Hierdoor ontstond er een crisis binnen de EU. Na spoedberaad werd besloten om de besluitvorming over de Europese Grondwet uit te stellen. In juni 2007 spraken de regeringsleiders tijdens de Europese Top in Duitsland af dat er geen Europese Grondwet komt, maar een Hervormingsverdrag.
|
|||
|
Vragen [1] In 2005 werd het nieuwe Europees Grondwettelijk Verdrag (ook wel de EU-Grondwet genoemd) door de bevolking van Frankrijk en Nederland in een referendum verworpen.
[2] Waarom moet de Europese Grondwet ook door de nationale parlementen worden goedgekeurd? Zoek uit wat de huidige stand van zaken is m.b.t. de EU-grondwet.
|
De EU wordt wat betreft het buitenlands beleid door drie personen vertegenwoordigd:
|
EU-voorzitterschap
|
|
|
2007 |
Eerste half jaar Duitsland Tweede half jaar Portugal |
|
2008 |
Eerste half jaar Slovenië Tweede half jaar Frankrijk |
|
2009 |
Eerste half jaar Tsjechië Tweede half jaar Zweden |
|
2010 |
Eerste half jaar Spanje Tweede half jaar België |
|
2011 |
Eerste half jaar Hongarije Tweede half jaar Polen |
|
2012 |
Eerste half jaar Denemarken Tweede half jaar Cyprus |
|
2013 |
Eerste half jaar Ierland Tweede half jaar Litouwen |
|
2014 |
Eerste half jaar Griekenland Tweede half jaar Italië |
|
2015 |
Eerste half jaar Letland Tweede half jaar Luxemburg |
|
2016 |
Eerste half jaar Nederland Tweede half jaar Slowakije |
[1] De minister van Buitenlandse Zaken van het land dat op dat moment de Unie voorzit. Deze verandert elke zes maanden, want het voorzitterschap van de Unie rouleert onder de verschillende lidstaten.
[2] De Eurocommissaris voor externe betrekkingen. Deze persoon is onderdeel van de Europese Commissie en overziet de aspecten van het buitenlands beleid zoals deze binnen de eerste, economische pijler worden geformuleerd. Deze functie wordt momenteel vervuld door de Oostenrijkse Benita Ferrero-Waldner.
|
|
[3] De Hoge Vertegenwoordiger van het GBVB die namens de EU over kwesties van internationale vrede en veiligheid met andere, ‘derde’, landen dialoog kan voeren. Zijn plaats is in de tweede pijler. Momenteel is dit de Spanjaard Javier Solana.
De taakverdeling tussen deze drie functies is niet altijd even duidelijk.
|
Casus: Solana en Ferrero-Waldner: partners of rivalen?
De twee gezichten van de EU
Om de EU een herkenbaar
‘gezicht’ naar buiten te geven, werd de post van Hoge Vertegenwoordiger
voor het buitenlands beleid in het leven geroepen.
De Hoge Vertegenwoordiger zorgt ervoor dat de EU met een stem naar buiten komt als het gaat om kwesties van internationale politiek en veiligheid. Namens de EU haalt hij diplomatieke banden met niet-lidstaten (‘derde landen’) aan en voert politiek overleg. Solana is als Hoge Vertegenwoordiger vrij actief betrokken bij regionale crises en internationale kwesties. Zo zorgde hij er in 2002 voor dat er in Macedonië een vredesregeling tussen de regering en de Albanese rebellen werd getroffen waardoor het gevaar van een burgeroorlog in dat land is verdwenen. Daarnaast heeft hij veel bijgedragen aan de nauwe betrokkenheid van de EU bij de crisis in het Midden-Oosten.
Er is nog iemand die namens de EU naar buiten toe optreedt: de Commissaris voor Externe Betrekkingen. Hij of zij is lid van de Europese Commissie en deze overziet het geheel van betrekkingen van de EU met derde landen en internationale organisaties op het gebied van economie en handel. De voornaamste componenten van deze betrekkingen zijn gemeenschappelijke handelspolitiek, ontwikkelingshulp, humanitaire hulp, financiële steun en technische hulp.
Is er verschil?
De economische werkterreinen die onder de verantwoording vallen van Commissaris Ferrero-Waldner moeten worden onderscheiden van het gemeenschappelijk en veiligheidsbeleid (GBVB) waarvoor Hoge Vertegenwoordiger Solana verantwoordelijk is. Ferrero-Waldner werkt binnen de eerste pijler en is lid van het dagelijks bestuur van de EU, de Europese Commissie. Solana werkt binnen de tweede pijler en is er namens de lidstaten van de EU. Eurocommissaris Ferrero-Waldner bepaalt welk land hoeveel financiële of technische steun krijgt en Hoge Vertegenwoordiger Solana leidt het diplomatieke apparaat van de EU.
Op het eerste gezicht lijken de twee functionarissen elkaar zo aan te vullen. De Hoge Vertegenwoordiger heeft de bevoegdheid om te onderhandelen over politieke aangelegenheden en de Commissaris voor Externe Betrekkingen heeft het geld om hulp te verlenen. Toch is dit niet altijd het geval. De verdeling van de taken tussen de twee is niet altijd even helder en de kans bestaat dat zij elkaar voor de voeten lopen. Zo sturen de Hoge Vertegenwoordiger en de EU-lidstaten een speciale vertegenwoordiger naar het Midden-Oosten om de strijd tussen de Israëli’s en de Palestijnen te sussen, terwijl de Europese Commissie financiële steun voor de Palestijnen regelt en toeziet op de import van landbouwproducten van Israëli’s uit de bezette gebieden. De kans bestaat dat de EU via de tweede pijler onpartijdigheid nastreeft (beide partijen tot bedaren brengen), terwijl zij via de eerste pijler een van de strijdende partijen steunt (geld voor de Palestijnen) en de ander straft (importbeperkingen voor de Israëli’s). |
|
Vragen en opdrachten
|
|
[1] De structuur van het Verdrag van Maastricht vertoont overeenkomsten met de drie-pijler opzet van de EU. Zoek het Verdrag van Maastricht op en bestudeer hoe het verdrag is ingedeeld. Maar hierbij gebruik van de links op deze pagina.
|
|
[2] Naast het Hof van Justitie heeft de EU nog een ander rechtscollege.
|
|
[3] In de Europese Raad komen de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten minstens twee keer per jaar bijeen.
|
|
[4] Zoek uit waar en wanneer de laatste Europese Top was. Welke belangrijke besluiten zijn er genomen?
|
|
[5] Zoek uit hoe de taken in de Europese Commissie zijn verdeeld. Welke Commissaris neemt welk beleidsterrein voor zijn rekening? Bij de links vind je een verwijzing naar de site van de Europese Commissie.
|
|
[6] Waarom liggen de taken van het Hof van Justitie en het Europees Parlement voornamelijk binnen de eerste pijler? Houd bij je antwoord rekening met de vraag wiens belang zij dienen, dat van de Unie of dat van de lidstaten.
|
|
[7] In de Europese Commissie zijn er, naast de Commissaris voor Externe Betrekkingen, nog andere Commissarissen die contacten onderhouden met niet EU-landen. Noem deze Commissarissen en hun werkterrein.
|
|
[8] Stel, je moet als EU-lid een nieuwe Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid kiezen. Werk alleen of samen met een groepje uit:
|
|
[9] Reageer op de volgende stellingen:
|
|
Links bij dit hoofdstuk
|
|
|
Verdrag van Maastricht |
|
|
Europese Raad |
http://www.european-council.europa.eu/the-institution.aspx?lang=nl |
|
Raad van Ministers |
|
|
Europese Commissie |
|
|
Europees Parlement |
|
|
Hof van Justitie |
|
|
Begrippenlijst Europese Commissie |
|
|
Overzicht van feiten over de EU |
|
|
Europese Conventie |
|
|
CV van Javier Solana |
http://www.europa-nu.nl/9353000/1/j9vvh6nf08temv0/vggj1ffxzqjx |
|
CV van Benita Ferrero-Waldner |
http://www.europa-nu.nl/9353000/1/j9vvh6nf08temv0/vgu719bwytoy |
|
Europese Grondwet |
|
|
Hervormingsverdrag |
|