Inleiding
De oorsprong van de Europese Unie
|
1948: |
Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES) (n.a.v. Marshallplan) |
|
1951: |
EGKS |
|
1957: |
EEG, Euratom |
|
1967: |
EGKS, EEG en Euratom samengevoegd in de EG |
|
1991: |
EG opgenomen in de EU |
De wortels van de Europese Unie (EU) liggen vlak na de Tweede Wereldoorlog. Toen boden de Verenigde Staten in het kader van het Marshallplan aan alle landen van Europa economische hulp bij de wederopbouw. Voorwaarde voor deze hulp was samenwerking op economisch gebied om zo de onderlinge band te vergroten. De West-Europese landen gaven daaraan gehoor. In 1951 versterkten Frankrijk, Duitsland, Italië, België, Nederland en Luxemburg de economische samenwerking en richtten de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) op. Vervolgens werden in 1957 de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) opgericht. De drie organisaties vormden sinds 1967 samen de Europese Gemeenschap (EG). Deze werd op haar beurt in 1991 in de Europese Unie opgenomen. Naast deze economische tak werden er twee andere beleidsterreinen geïntroduceerd: het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en samenwerking op justitieel gebied en binnenlandse veiligheid. Zo ontstond er een structuur van drie pijlers. Inmiddels is het aantal lidstaten van ‘de Zes’ in 1951 gegroeid naar 27 lidstaten in 2007.
|
In 1952 werd het EGKS-verdrag ondertekend. De officiële opening van de gemeenschappelijke markt voor kolen en staal vond plaats in 1953. Op 10 februari 1953 reed een trein, gedecoreerd met vlaggen en geladen met kolen, over de grens tussen Frankrijk en Luxemburg.
[Audiovisual Library European Commission]
|
Wat is Europese veiligheid?
Er zijn vele soorten veiligheid. Producten die in de winkel te koop zijn moeten aan bepaalde veiligheidsvoorschriften voldoen, op de werkplek moet veiligheid gegarandeerd worden en elke overheid streeft ernaar om de veiligheid op straat te waarborgen. In dit websheet gaat het echter om een andere vorm van veiligheid: namelijk de veiligheid tussen staten, zowel in Europa als de veiligheid van de Europese Unie (EU) als geheel naar buiten toe. Hierbij staat het belang van veiligheid in de EU centraal. Aangezien het Europese beleid is ingericht in drie pijlers, zal per pijler de rol van deze veiligheid voor staten behandeld worden.
Het economisch belang van de EU voor Europese veiligheid
Aanvankelijk was de samenwerking tussen de lidstaten overwegend economisch van aard. Naarmate de samenwerking en integratie vorderde, nam het belang van de EG, en later de EU, voor de stabiliteit en veiligheid in geheel Europa toe. Het hoge welvaartspeil, de economische omvang en de politieke invloed zorgden niet alleen voor politieke en sociale stabiliteit binnen de samenwerkende landen, maar op den duur ook daarbuiten. Zo dragen omvangrijke financiële en technische hulpprogramma’s van de EU bij aan de stabiliteit in economisch zwakkere regio’s van Europa. Daarom zal dit websheet ook ingaan op de economische relatie van de EU met andere landen.
|
Lidstaat:
|
Sinds: |
|
België |
1951 (oprichting EGKS) |
|
Bulgarije |
2007 |
|
Cyprus |
2004 |
|
Denemarken |
1973 |
|
Duitsland |
1951 (oprichting EGKS) |
|
Estland |
2004 |
|
Finland |
1995 |
|
Frankrijk |
1951 (oprichting EGKS) |
|
Griekenland |
1981 |
|
Groot-Brittannië |
1973 |
|
Hongarije |
2004 |
|
Ierland |
1973 |
|
Italië |
1951 (oprichting EGKS) |
|
Letland |
2004 |
|
Litouwen |
2004 |
|
Luxemburg |
1951 (oprichting EGKS) |
|
Malta |
2004 |
|
Nederland |
1951 (oprichting EGKS) |
|
Oostenrijk |
1995 |
|
Polen |
2004 |
|
Portugal |
1986 |
|
Roemenië |
2007 |
|
Slovenië |
2004 |
|
Slowakije |
2004 |
|
Spanje |
1986 |
|
Tsjechië |
2004 |
|
Zweden |
1995 |
Het belang van de uitbreiding van de EU voor Europese veiligheid
De uitbreiding van de EU heeft niet alleen een gunstige invloed gehad op de economie binnen de EU, maar ook op de democratie, rule of law, veiligheid en stabiliteit in heel Europa. Het vooruitzicht van deze landen dat zij deel konden gaan uitmaken van het welvarende deel van Europa heeft ertoe geleid dat zij hun best deden zich aan te passen aan de democratische en economische spelregels zoals deze binnen de EU gelden. Dit blijkt nog het best uit de toetreding van voormalige Oostbloklanden zoals de Baltische staten, Polen en Roemenië in 2004 en 2007. Op dit moment worden er onderhandelingen gevoerd over de toetreding van Kroatië en Turkije. Ook de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is nu officieel een kandidaat-lidstaat.
![]() De vlaggen van alle EU-lidstaten |
Buitenlands beleid en defensie voor de EU
De EU heeft naast haar economische invloed ook de mogelijkheid gekregen om politieke invloed in Europa (en elders) uit te oefenen. Er zijn met andere woorden instrumenten voor de EU ontwikkeld om een gemeenschappelijke buitenlandse politiek te voeren. Aan een gemeenschappelijk buitenlands beleid werd ten tijde van de EG in de jaren zeventig al gewerkt. Ruim twintig jaar later zijn de lidstaten in de EU ook begonnen aan defensiesamenwerking. De meeste aandacht gaat in het websheet uit naar wat in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en defensiebeleid wordt gedaan en hoe dit is georganiseerd. Voor de oprichting van de EU waren er vele pogingen ondernomen om tot samenwerking te komen op het gebied van buitenlands beleid, veiligheid en defensie, met wisselend succes. Daarom wordt in het volgende hoofdstuk eerst beschreven hoe het zover is gekomen.
|
Vragen en opdrachten
|
|
[1] Voordat Frankrijk, Duitsland, Italië, België, Nederland en Luxemburg in 1951 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) oprichtten, was in het kader van de Marshallhulp al een organisatie opgericht.
|
|
[2] De EGKS was één van de allereerste echt Europese instellingen. Zoek uit waarom het zo belangrijk was om juist op het gebied van kolen en staal in Europees verband samen te werken. |
|
Links bij dit hoofdstuk
|
|
|
Marshallhulp |
|
|
De EGKS |
|
|
Uitbreiding van de EU
|
http://www.eu.nl/nederland/about_europe/enlargement/index_nl.htm |