De eerste pijler: economie en externe betrekkingen

De Europese Unie en de wereld: overwegend een economische aangelegenheid

 

Het gebouw van de Europese Centrale bank
(Audiovisual Library European Commission)

De internationale rol van de EG, de voorganger van de EU, was overwegend economisch. Binnen de EG ging het onder meer om het gemeenschappelijk beleid ten aanzien van landbouw, handel, visserij, vervoer, concurrentie en de ontwikkeling van de interne markt. De externe economische politiek van de EG richtte zich hoofdzakelijk op drie onderdelen: handelsbeleid, ontwikkelingshulp en de politieke dimensie van de economische betrekkingen.

 

Deze onderdelen van de externe economische politiek worden nu uitgevoerd in de eerste pijler van de EU. De Europese Unie is één van de grootste spelers in de wereldhandel. Zij streeft ernaar de eigen concurrentiepositie te versterken en de wereldhandel te bevorderen door deelname aan internationale onderhandelingsronden over handelsafspraken. Ook ontwikkelingshulp behoort tot het traditionele pakket van externe contacten tussen de EU en de buitenwereld.

De Europese Unie en de wereld: ook een politieke zaak

 

Met haar gewicht als economische en handelsmogendheid oefent de EU in de wereld ook politieke invloed uit. Sinds de oprichting van de Europese Politieke Samenwerking in de jaren zeventig wordt in de contacten met derde landen (niet-lidstaten) ook gesproken over politieke kwesties, zoals milieubescherming, bestrijding van drugshandel en internationale misdaad en bescherming van mensenrechten.

( (c) Europese Gemeenschappen, 1995 - 2002)

Het is immers van belang om bij het geven van ontwikkelingshulp of het regelen van handelscontacten ook te letten op de mensenrechtensituatie en de politieke situatie in het land waar de hulp heen gaat of waarmee handel wordt gedreven.

 

Bovendien kan de EU diplomatieke druk uitoefenen door economische sancties op te leggen aan landen die zich niet houden aan internationale regels of afspraken. Met de oprichting van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) is de politieke dimensie van de externe contacten van de EU zichtbaar uitgebreid. Er is zelfs, met de oprichting van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB), een militaire dimensie bijgekomen.

De uropese Unie en de wereld: een netwerk

 

De EU beschikt over een uitgebreid netwerk van diplomatieke contacten. Zoals een staat zich in de (politieke) hoofdsteden van andere landen laat vertegenwoordigen door ambassades, zo heeft ook de EU vertegenwoordigingen in het buitenland. Onder verantwoordelijkheid van de Europese Commissie onderhouden meer dan honderd vertegenwoordigingen in andere landen de betrekkingen tussen deze landen en de EU.

 

Zo onderhoudt de EU economische en politieke contacten met Turkije, Japan, Canada, de Verenigde Staten, Rusland, Oekraïne, de Middellandse Zeelanden en de Arabische landen. Daarnaast is de Unie vertegenwoordigd in verschillende internationale fora, zoals de Verenigde Naties, de Wereldhandelsorganisatie, de Wereldbank en de OVSE.

Veiligheid door uitbreiding

 

In feite gaat het bij uitbreiding van de EU ook om externe contacten. De Unie onderhoudt immers betrekkingen met landen die nog geen lid van de EU zijn, maar het wel graag willen worden. Bij de laatste uitbreidingen in 2004 en 2007 waren maar liefst twaalf kandidaat-landen betrokken. Daarnaast hebben zowel Turkije als een aantal landen uit het voormalige Joegoslavië een lidmaatschapsaanvraag bij de EU gedaan. Al deze uitbreidingen hebben ook implicaties voor de veiligheid in Europa.

 

De meeste nieuwe lidstaten zijn Midden- en Oost-Europese landen. Deze landen zijn door de last van het communistische verleden politiek en economisch nog betrekkelijk zwak. Aansluiting van deze landen bij de gemeenschappelijke markt van de Europese Unie draagt bij aan de economische groei, stabiliteit en welvaart in de Midden- en Oost-Europese regio. Aansluiting bij de EU geeft ook een enorme impuls aan de politieke hervormingen in Midden- en Oost-Europa. Zo wordt in feite de Europese zone van vrede, welvaart en stabiliteit oostwaarts uitgebreid.

Landen die lid werden per 1 mei 2004:

 

Cyprus

Malta

Estland

Polen

Hongarije

Slovenië

Letland

Slowakije

Litouwen

Tsjechië

 

Landen die lid werden per 1 januari 2007:

 

Roemenië

Bulgarije

 

Kandidaat-lidstaten:

 

Turkije

Kroatië

Macedonië

 

Uitbreiding onder voorwaarden

 

De voorwaarden die de EU aan de kandidaat-landen stelt voor toetreding, zijn onder te verdelen in politieke, economische en juridische criteria. Deze criteria worden ook wel de Kopenhagen-criteria genoemd. Op politiek gebied gaat het om de ontwikkeling van stabiele instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en de bescherming van minderheden garanderen.

Economische voorwaarden voor toetreding betreffen de totstandkoming van een vrije markteconomie in een kandidaat-land en het kunnen weerstaan van de concurrentiekracht binnen de interne markt van de EU. Verder moeten alle EU-regels worden overgenomen en naar behoren worden uitgevoerd. Zeker met de uitbreiding van het grote aantal voormalige communistische staten in 2004 werd het duidelijk dat niet alle kandidaat-landen het even goed deden en dat sommigen er extra tijd voor nodig hadden. Daarom zijn Roemenië en Bulgarije pas in 2007 lid geworden van de EU. Om diezelfde reden zijn de onderhandelingen met Turkije en Kroatië ook nog steeds bezig.

Veiligheid door ontwikkelingshulp

 

Voor betrekkingen met ontwikkelingslanden heeft de EU, net als haar lidstaten, een apart beleidsterrein ingericht.

De deur naar de EU staat open voor kandidaatlanden, maar ze moeten er wel wat voor doen om binnen te mogen komen 

( (c) Europese Gemeenschappen, 1995 - 2002)  

Als internationale organisatie, dus zonder ontwikkelingshulp van de individuele leden,

is de EU de op een na grootste donor op het gebied van ontwikkelingshulp en ontwikkelingssamenwerking. In totaal neemt de EU samen met haar lidstaten meer dan de helft van de kosten van de wereldwijde ontwikkelingshulp en humanitaire hulp voor haar rekening.

 

De EU eft hulpprogramma’s ontwikkeld voor verschillende regio’s in de wereld. Zo kent de EU, en haar voorganger de EG, al van meet af aan ontwikkelingssteun en gunstige handelsregelingen toe aan de voormalige koloniën van de lidstaten. Deze groep van 70 landen staat beter bekend als de zogeheten ACS-landen (landen uit Afrika, het Caribische gebied en de Stille Zuidzee). Ongeveer 45 procent van het budget van het EU-ontwikkelingsbeleid gaat naar deze groep. De overige 55 procent gaat naar de andere drie groepen, namelijk Azië en Latijns-Amerika, Midden- en Oost-Europa en het Middellandse Zeegebied (landen uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten).

Ontwikkelingshulp en andere beleidsterreinen

 

De EU is niet alleen hulpverlener voor de ontwikkelingslanden, zij is ook hun voornaamste handelspartner. Bovendien komen bij ontwikkelingshulp meerdere beleidsterreinen van de EU aan de orde. De Unie besteedt bijvoorbeeld ook aandacht aan regelingen op het gebied van landbouw, milieu, media, opleiding en scholing. Het beheer van de ontwikkelingsgelden ligt dan ook in handen van vijf verschillende EU-commissarissen.

 

EU-ontwikkelingshulp: constructie van een
nieuwe school in Benin, West-Afrika

(Audiovisual Library European Commission)

Daarnaast spelen politieke en veiligheidsaspecten een rol.

Zo beoogt de EU met de steun democratie, rechtsstaat, mensenrechten en fundamentele vrijheden in ontwikkelingslanden te bevorderen. Ontwikkelingshulp vindt steeds vaker plaats in gebieden waar zich conflicten afspelen. In deze gevallen komen ook andere instrumenten op het gebied van buitenlands en defensiebeleid in beeld, zoals vredeshandhaving, conflictpreventie en conflictbeheersing. In dit geval speelt tevens, naast alle betrokken commissarissen, de Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid van de EU een rol.

 

Toch botst de ontwikkelingshulp soms met andere EU-zaken. Een goed voorbeeld hiervan is de invloed van het Europees landbouwbeleid ten opzichte van landen in Afrika. Europese boeren krijgen veel subsidie voor hun producten. Normaal gesproken wordt de prijs van een product bepaald op de markt, maar als er gesubsidieerd wordt, blijft deze prijs kunstmatig laag. De Afrikaanse boeren krijgen geen subsidie en daardoor zijn hun producten duurder dan de Europese. Afrikaanse boeren kunnen hun producten dus minder goed verkopen. Hierdoor kunnen veel boeren in Afrika niet rondkomen en blijft armoede een groot probleem. Veel mensen zien de landbouwsubsidies als oneerlijke concurrentie. Deze oneerlijke concurrentie leidt tot een slechtere economie, veel werkloosheid en dus veel onrust in Afrika.

Veiligheid door conflictpreventie

 

Vanaf 2001 geldt conflictpreventie als een van de prioriteiten van het buitenlands beleid van de EU. Conflictpreventie houdt in dat in een bepaald gebied economische en sociale problemen die tot een gewelddadig conflict kunnen leiden, tijdig worden gesignaleerd. Het betekent ook dat hieraan snel wat wordt gedaan om erger te voorkomen. Het ligt voor de hand dat de EU zich met conflictpreventie wil bezighouden. De EU beschikt over een breed scala aan economische en financiële middelen waarmee zij door armoede, honger of oorlog getroffen gebieden te hulp kan schieten. Bij conflictpreventie speelt vooral de eerste pijler van de EU een belangrijke rol. Er is ook sprake van samenwerking met landen buiten de EU en andere internationale organisaties, zoals de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Het zogeheten Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa is een goed voorbeeld van conflictpreventie.

Stabiliteit op de Balkan

 

In mei 1999 werd na de militaire interventie van de NAVO in Kosovo het zogeheten Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa gelanceerd. Dit initiatief heeft tot doel vrede, stabiliteit en welvaart in de Balkanregio te bevorderen.

Deze regio is namelijk zwaar getroffen door de oorlogen in voormalig Joegoslavië. Het gaat dan ook om een breed plan van samenwerking waarbij aandacht wordt geschonken aan veiligheid in de regio, opbouw van de democratie, economische wederopbouw en financiële hulp aan de door oorlog getroffen gebieden. De EU ziet toe op de uitvoering van het plan. Het is de bedoeling dat de Balkanlanden op den duur in de gelegenheid worden gesteld toe te treden tot internationale organisaties als de NAVO en de Europese Unie. Slovenië is het eerste succes, in 2004 trad dit land toe tot de EU. Kroatië en Macedonië zijn officieel kandidaat-lidstaat, terwijl Servië herhaaldelijk te kennen heeft gegeven graag bij de EU te willen. Bij het initiatief zijn veel andere organisaties betrokken, waaronder de Verenigde Naties, de NAVO en de OVSE.

 

Vragen en opdrachten

 

[1] Om toe te treden tot de EU moeten kandidaat-landen alle regels van de Europese wetgeving hebben overgenomen. Deze wetgeving bestaat uit datgene wat de EU (en de EG) aan regels sinds haar oprichting tot stand heeft gebracht, ook wel het acquis communautaire genoemd. Het bestaat uit maar liefs 31 hoofdstukken. Ieder hoofdstuk betreft een beleidsterrein of een deel daarvan. Noem vijf beleidsterreinen uit het acquis communautaire.

 

[2] Waarom is Servië nog geen kandidaat-lidstaat van de EU?

 

 

Links bij dit hoofdstuk

 

Wereldhandelsorganisatie

http://www.wto.org

Verenigde Naties

http://www.un.org  

Uitbreiding EU

http://europa.eu/pol/enlarg/index_nl.htm  

http://ec.europa.eu/enlargement/index_nl.htm

http://www.nrc.nl/dossiers/uitbreiding_eu/  

Acquis Communautaire

http://europa.eu/scadplus/glossary/community_acquis_nl.htm  

EU en ontwikkelingshulp

http://europa.eu/pol/dev/index_nl.htm  http://ec.europa.eu/echo/about/what/presentation_en.htm  

De Balkan

http://www.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Balkan/inhoud.html

http://balkan.startpagina.nl  

Stabiliteitspact Zuidoost-Europa (Balkan)

http://www.stabilitypact.org  

Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)

http://www.osce.org