De derde pijler: interne veiligheid

Het Schengenakkoord regelt het personenverkeer
tussen een aantal lidstaten van de EU. Hierdoor
zijn grenscontroles tussen deze lidstaten afgeschaft
(Audiovisual Library European Commission)

Interne en externe veiligheid

 

In de derde pijler van de EU wordt samengewerkt op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. In eite werken de EU-lidstaten in deze pijler samen op het gebied van interne veiligheid. Terwijl in de tweede pijler externe veiligheidskwesties als vrede, oorlog, internationale stabiliteit en crisis de aandachtspunten zijn, houdt men zich in de derde pijler bezig met aangelegenheden als openbare orde, criminaliteit, veiligheid op straat en in publieke ruimten (bijvoorbeeld vliegvelden, stations en grensovergangen). Het gaat dus om veiligheid binnen de nationale samenleving, in onze directe omgeving. De afgelopen jaren is het gevaar van terrorisme zo groot dat er binnen de derde pijler erg veel aandacht voor dit probleem is.

Bestrijding van terrorisme

 

Een steeds belangrijker probleem van interne veiligheid van de EU is het terrorisme. Dit veiligheidsprobleem stopt niet bij de grenzen en kan, vanwege zijn internationale omvang, niet alleen door de nationale overheid worden bestreden. Daarom worden in de derde pijler van de EU al jaren maatregelen genomen. De dreiging van het terrorisme is één van de grootste van deze tijd.

Na de aanslagen van 11 september 2001
opende de VS de jacht op Osama bin Laden,
die verantwoordelijk wordt gehouden voor de aanslagen.
(www.defenselink.mil)

De terroristische aanslagen in 2001 op het WTC in New York en het Pentagon in Washington en op het openbaar vervoer in Madrid en Londen in respectievelijk 2004 en 2005 hebben voor veel onrust gezorgd. De maatregelen van de EU op het gebied van terrorismebestrijding zijn hierdoor in aantal toegenomen en versterkt. Het antiterreur-beleid van de EU bestaat uit vier pijlers; voorkomen, beschermen, vervolgen en reageren. Tegelijk blijft er op alle gebieden onderzoek gedaan worden om het beleid te verscherpen en verbeteren. Het geheel aan maatregelen tegen het terrorisme wordt gecoördineerd door de antiterrorismecoördinator. Van begin 2004 tot begin 2007 was dit de Nederlander Gijs de Vries. Tegenwoordig is dit de Belg Gilles de Kerchove.

 

 

Het antiterrorismebeleid van de EU

 

Het antiterrorismebeleid van de EU bestaat uit vier pijlers: voorkomen, beschermen, vervolgen en reageren. Hieronder zal worden uitgelegd wat er onder elke pijler wordt verstaan.

 

Voorkomen

 

Terroristische aanslagen worden gepleegd door mensen die het idee hebben dat ze zich ergens tegen moeten verzetten. Zo waren de aanslagen van 11 september voornamelijk tegen de Verenigde Staten gericht omdat die als enige wereldmacht als een gevaar werden beschouwt door Al-Qaida. Om het probleem bij de wortels aan te pakken, moet worden voorkomen dat mensen beďnvloed worden door ideeën die terrorisme aanmoedigen. Het tegengaan van dit radicaliseren is het belangrijkste aspect van de pijler voorkomen.

 

De EU hoopt radicalisering te voorkomen door zowel in de Europese landen als in andere landen de oorzaken voor radicalisering te vinden en deze weg te nemen. Binnen de EU gebeurt dit door het uitzetten van mensen die radicalisering verspreiden. Ook worden radicale elementen in gevangenissen en op het internet in de gaten gehouden en zo mogelijk aangepakt. Deze zaken vinden vooral op nationaal niveau plaats en hierbij speelt de EU dus alleen een coördinerende rol.

 

Daarnaast werkt de EU zelf aan projecten om radicalisering in landen rond de Middellandse Zee, in de Balkan en in het Midden-Oosten zoveel mogelijk te beperken. Deze gebieden worden gezien als de voornaamste broedplaatsen van terrorisme. Met name het bieden van een goede toekomst voor de inwoners van deze landen staat centraal in het beleid.

 

Beschermen

 

Hoewel het voorkomen van radicalisering goed werkt voor de bestrijding van het terrorisme op de lange termijn, moet ook de korte termijn dreiging aangepakt worden. Dit beschermen tegen aanslagen vindt hoofdzakelijk op het nationale niveau plaats. Vanuit de EU komen hiervoor wel richtlijnen zodat in elke lidstaat dezelfde maatregelen getroffen worden. Voorbeelden hiervan zijn het instellen van een Europese norm voor biometrische gegevens, zoals vingerafdrukken en digitale foto’s, in de paspoorten van de lidstaten. Ook worden de grenzen zelf beter bewaakt. Met name havens en luchthavens zijn daarin belangrijk omdat deze ook doelwit kunnen zijn.

 

Vervolgen

 

De pijler ‘vervolgen’ houdt niet alleen de juridische procedure van het voor de rechter krijgen van mogelijke terroristen is. Ook speelt het verstoren van hun operaties hier een grote rol. Dit gebeurt niet alleen in de lidstaten van de EU, maar zoveel mogelijk ook daarbuiten. Onder andere door het bevriezen van banktegoeden, het onderscheppen van communicatie en het verhinderen van reizen probeert de EU het terrorisme tegen te gaan. Een belangrijk onderdeel hierin is het Europees aanhoudingsbevel. Hierdoor kunnen nationale aanhoudingsbevelen worden omgezet in een aanhoudingsbevel dat in de hele Europese Unie geldig is. Daarnaast is de samenwerking tussen de nationale veiligheids- en inlichtingendiensten sterk verbeterd.

 

Reageren

 

Onder het kopje reageren is men bezig met wat de EU kan doen nadat er een aanslag is geweest. Hierin is wederom vooral de coördinatie van de verschillende activiteiten van belang. Om dit te optimaliseren worden er regelmatig gezamenlijke oefeningen gehouden. Ook komt er EU-beleid om Europese burgers in landen buiten de EU waar een terroristische aanslag is geweest op alle mogelijke manieren bij te staan. Veel van deze zaken zijn ook van belang voor andere rampen (zoals aardbevingen) en dit onderdeel is daarom breder dan alleen terrorisme.

 

Het Akkoord van Schengen

 

Al voordat de EU bestond werkten sommige EU-lidstaten samen op beleidsterreinen die gevolgen hadden voor de derde pijler van de EU. In 1985 besloten Duitsland, Frankrijk en de Beneluxlanden het verkeer van hun burgers te vergemakkelijken door afschaffing van de onderlinge binnengrenzen. De controle zou dan naar de buitengrenzen met andere landen worden verlegd. Dit werd geregeld in het zogeheten Akkoord van Schengen.

 

Vijf jaar later namen de vijf lidstaten naar aanleiding van dit Akkoord maatregelen met als doel de volledige opheffing van binnengrenscontroles voor goederen en vooral personen. Zo moest er een centraal informatiesysteem komen, een soort Europese databank dat voor grenscontrole en afgifte van verblijfsvergunningen en visa door politie en douane kon worden geraadpleegd. Ook zijn er afspraken gemaakt over de opsporing en achtervolging van verdachten. Zo mag de Duitse politie tot tien kilometer op Nederlands grondgebied verdachten achtervolgen. De achtervolging zou dan eventueel door de Nederlandse politie kunnen worden overgenomen. Inmiddels hebben alle lidstaten van de EU zich bij het Akkoord aangesloten, behalve het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Het Akkoord van Schengen wordt gezien als de belangrijkste basis voor het garanderen van de interne veiligheid van de lidstaten.

Europol en Eurojust

 

Naast het Akkoord van Schengen zijn er verschillende afspraken en instrumenten in de derde pijler gerealiseerd die veiligheid binnen de lidstaten moeten garanderen. Zo is voor de aanpak van internationale criminaliteit Europol opgericht. In 1999 werd Europol volledig operationeel. Zij is een speciale Europese politiedienst voor bestrijding van georganiseerde misdaad, internationale drugshandel en fraude. In eerste instantie is Europol er uitsluitend voor uitwisseling van informatie. Sommige lidstaten willen Europol echter uitbouwen tot een Europees politieapparaat met uitvoerende bevoegdheden (opsporing en achtervolging). Het zou dan de Europese variant van de FBI of CIA worden. Met de invoering van de euro is het werkgebied van Europol verder uitgebreid met de bestrijding van valsmunterij en het witwassen van geld.

 

Daarnaast bestaat sinds 2002 Eurojust. Deze instantie houdt zich voornamelijk bezig met georganiseerde misdaad en misdaad over de Europese grenzen. Eurojust moet ervoor zorgen dat de verschillende staten en nationale organisaties beter op elkaar aansluiten. Door de activiteiten van deze instellingen te coördineren hoopt men criminelen en terroristen in Europa beter te vervolgen.

 

Europol en Eurojust spelen ook een grote rol bij het bestrijden van terrorisme. Er is binnen Europol een speciale antiterrorismeteam opgericht dat de lidstaten bijstaat in de strijd tegen terrorisme. De activiteiten blijven ook hier beperkt tot hoofdzakelijk uitwisseling van informatie. Opsporing en achtervolging blijft in handen van politie en justitie van de lidstaten. Door strengere Europese wetgeving na Madrid en Londen is de rol van Eurojust vergroot. Maar wat misschien nog wel belangrijker is, is dat door de vergrote inspanningen van Eurojust en Europol het Europese antiterrorismebeleid beter gecoördineerd en daardoor effectiever is.

 

Vragen en opdrachten

 

[1] Zoek de EU-lijst van terroristische organisaties op.

  1. Wat valt je op aan herkomst van de organisaties?
  2. Wat zegt dat over de terroristische dreiging voor Europa?

 

[2] Naast Europol en zijn er nog een aantal Europese initiatieven op het gebied van politie.

  1. Zoek uit welke dat zijn en wat hun doel is. Let hierbij vooral op de uitzending van EU politie-eenheden naar conflictgebieden.
  2. Wat valt je op als je militaire operaties van de EU vergelijkt met de politiemissies? Wat kan je daaruit opmaken?

 

 

 

Links bij dit hoofdstuk

 

Schengen-verdrag

http://www.minbuza.nl/nl/Actueel/Nieuwsberichten/2007/12/Grenzen_in_Europa_verder_open  

http://www.europa-nu.nl/9353000/1/j9vvh6nf08temv0/vh1alz099lwi  

Eurojust

http://www.eurojust.europa.eu/  

Europol

http://www.europol.europa.eu/  

De EU en terrorismebestrijding

http://www.consilium.europa.eu/cms3_fo/showPage.asp?id=406&lang=NL&mode=g

Contraterrorismebeleid EU

http://register.consilium.eu.int/pdf/en/05/st14/st14469-re04.en05.pdf